Voor de vijfde maal ontmoette gisteren een paus in Assisi leiders van diverse religies om samen te bidden voor de vrede. Dit gebeurde voor het eerst in 1986 op initiatief van paus Johannes Paulus II en de gemeenschap van Sant’Egidio.

Net zoals zijn voorgangers Johannes Paulus II en Benedictus XVI blijkt Franciscus in staat om vertegenwoordigers van verschillende christelijke kerken en niet-christelijke religies te verenigen in gebed. Zij maakten hiermee serieus werk van de opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie (1962–1965) om de dialoog aan te gaan met andere gelovigen buiten de rooms-katholieke kerk in plaats van hen te veroordelen. De paus verwees hiernaar met zijn uitspraak: “We hebben vandaag niet tegen elkaar gebeden, zoals dat helaas soms in het verleden is gebeurd.”

In dezelfde zin vervolgde hij met een antwoord op de kritiek die vooral behoudende katholieken op interreligieuze bijeenkomsten hebben. Ze zouden het eigen geloof relativeren en de suggestie wekken dat het niet uitmaakt of je katholiek bent of niet. Met name Poolse katholieken hadden bezwaar tegen de aanwezigheid van hun atheïstische landgenoot, Zygmunt Bauman. De paus zei echter: “Zonder syncretisme of relativisme hebben we naast elkaar en voor elkaar gebeden.”

Zo heeft de bisschop van Rome als leider van de rooms-katholieke Kerk zich in de afgelopen dertig jaar weten te onderscheiden als een geestelijk leider die alle gelovigen van zeer diverse afkomst weet te verenigen.

In het formuleren van het doel hiervan legde Franciscus zijn eigen accent. Hij wil aantonen dat religie geen bron van geweld, maar van vrede is. “We hebben geen wapens”, zei hij tot de aanwezigen in Assisi, “maar we geloven in de zachtmoedige en nederige kracht van het gebed”.

Volgend jaar zal de bijeenkomst plaatsvinden in Osnabrück en Münster. In deze steden werd in 1648 de Vrede van Westfalen getekend die een einde maakte aan de Dertigjarige Oorlog in het Duitse Rijk en aan de oorlog tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Spanje: oorlogen waarin protestanten en katholieken tegenover elkaar stonden.