De Nederlandse kerken hebben nogal wat problemen: gelovigen blijven weg, gemeenteleden schrijven zich uit, parochianen laten zich ontdopen, donateurs haken af, kerkgebouwen moeten worden afgestoten, en seminaries blijven steeds leger. Het SCP en het KASKI publiceren rapport na rapport om de blijvende kerkganger eens hard met zijn neus op de feiten te drukken. Alsof die zelf nog niet doorhad dat het niet echt geweldig gaat met het product ‘kerk’.

Nu kan je bij de pakken neer gaan zitten, je voorbereiden op een kerkelijke faillissement of investeren op een ‘heilige restkerk’ waar alleen de ‘echte’ gelovigen overblijven. Klein, maar fijn is weliswaar het gezegde, maar zo’n kerk heeft uiteraard bijna geen enkele maatschappelijke invloed meer. En zonder invloed, hoe kan je dan de kernboodschap van het christelijk geloof verkondigen? Je zou er moedeloos van worden.

Eric van den Berg heeft die handschoen opgenomen. Bekend als communicatie-adviseur voor onder andere de kerkelijke sector heeft hij na het boek Handboek kerk en internet (2011) en Handboek kerk en social media (2012) nu het boek Gods voor online communicatie in de kerk geschreven. “On-ge-lo-fe-ijk”, roept Eric van den Berg in zijn nieuwe gids. “De blijde boodschap is er niet om voor je te houden, maar om naar buiten te brengen.” Als online communicatieadviseur wijst hij hierin de weg. Dat doet hij met deze gids die hij overigens schreef tijdens een verblijf van een week in een klooster – de online adviseur was die week offline.

De rest van het jaar is Van den Berg onderweg voor adviezen en lezingen in het land, binnen en buiten de kerk, voor protestanten en katholieken. Dat geeft zijn gids een enorme meerwaarde. Hij zit niet thuis te twitteren en te facebooken, zoals de beste stuurlui maar al te graag doen. Hij kent de praktijk van kerkelijke organisaties, van groot tot klein, protestant en katholiek, in heel Nederland. Zijn adviezen zijn dan ook echt toegesneden op de praktijk en zijn gebaseerd op de laatste inzichten op het gebied van de marketingcommunicatie.

Een kanttekening hierbij: de meeste kerkelijke organisaties zijn niet te vergelijken met bedrijven. Natuurlijk kan de kerk veel leren van de manier waarop bedrijven omgaan met communicatie. Terecht wijst Van den Berg erop dat je moet weten wat je communiceert: je organisatie moet een visie en een missie hebben. Maar het is de vraag of een parochie of kerkelijke gemeente de discussie daarover altijd moet aangaan voordat er een communicatieplan op tafel kan komen. De middelen – vooral in de vorm van het aantal vrijwilligers – zijn vaak zo beperkt dat zo’n discussie de uitvoering van het plan in de weg staat. En dan zijn we met de communicatie nog geen stap verder.

Zou het niet beter zijn om te beginnen met het op een rijtje zetten van de doelgroepen en van de middelen die beschikbaar zijn om die doelgroepen te bereiken? Of om het helemaal anders aan te pakken: met de agile scrum. Scrum is geen afkorting: het is een term uit het rugby, waarbij alle spelers de koppen bij elkaar steken. En dat is precies wat er in een communicatie-scrum gebeurt.

Een voorbeeld. Een theater wil een nieuwe website bouwen. In plaats van een uitvoerige discussie die resulteert in een pakket van eisen waarmee je iemand dood kunt slaan, worden enkele uitgangspunten geformuleerd. Vervolgens gaat de scrum sprintjes trekken. Alle betrokkenen richten zich op een doel dat binnen een week te bereiken is. En gaan dan door met deze sprintjes tot het uiteindelijke doel bereikt is. Alle betrokkenen wil zeggen: de programmeur, de vormgever van de website, maar ook de klant. In het voorbeeld van de website voor het theater was de adjunct-directeur, verantwoordelijk voor de marketing, elke ochtend op kantoor bij de websitebouwer.

Vertaald naar de kerkelijke situatie zou dat betekenen dat een vertegenwoordiger van de kerkenraad of het pastoresteam in de scrum wordt opgenomen. Zo iemand moet dan wel een mandaat hebben om zelfstandig beslissingen te nemen, want anders begint het vergadercircus toch weer zijn vertragende werk te doen. En vrijwilligers vertrouwen zonder voortdurend controle te willen blijven uitvoeren, is best ‘een dingetje’ aan beide zijden van de Reformatie.

Bovendien zijn kerkelijke organisaties vanuit zichzelf nogal naar binnen gekeerd, meer zender dan ontvanger, meer spreker dan luisteraar. Denken in termen van ‘cliënten’ of ‘klanten’ is bijna taboe in kerkelijke settingen. Toch moeten we eraan aldus Van de Berg: “Bij het maken van een communicatieplan is de grootste fout die je kunt maken je niet in te leven in hoe de ‘klant’ zich beweegt. Als je niet weet wat die doet, dan kun je de mooiste plannen maken en toch niets bereiken.”

Inderdaad: beschouw je organisatie eens met de ogen van iemand van buiten. Je kunt nog zo’n mooie website waarop uitvoerig beschreven staat hoe open en gastvrij, soms zelfs bruisend, je gemeenschap wel niet is. Maar – echt waar – soms ontbreekt zelfs het adres van de kerk. Ja maar, werpt u tegen, dat weet iedereen toch? Fout: ú weet het. En u hebt zojuist de meest voorkomende en meest dodelijke communicatiefout gemaakt.

Lees de gids in ieder geval selectief en kies uit wat het beste past bij je eigen praktijk en snel resultaat oplevert. Zodat communicatie meer wordt dan het voorlezen van een ellenlange lijst mededelingen aan het eind van de dienst die iedereen meteen al weer vergeet.

Maar als het even kan, als de tijd en de middelen het toelaten, lees hem helemaal. En ga ermee aan de slag: het is de moeite waard. Een must-have voor elke kerkelijke organisatie.

Eric van den Berg, Gids voor online communicatie in de kerk, Heeswijk-Dinther: Berne Media 2017, 252 p. € 19,90.