Afgelopen februari publiceerde het Centraal Bureau voor Statistiek cijfers over het sterk dalende aantal gelovige jongeren in Nederland. Van alle gedoopte katholieke jongeren bezoekt nog maar 6% ieder weekend de kerk. Deze cijfers zullen vast niet verrassen maar wie zijn dan die jongeren die het katholicisme in Nederland uit blijven dragen? Wat inspireert hen en wat kunnen we van hen leren?

Gebed vanuit het buitenland

In de zomer van 2016 trokken 900 Nederlandse jongeren naar Krakau om in aanwezigheid van paus Franciscus de wereldjongerendagen te vieren. Van over de hele wereld waren 3 miljoen jongeren bijeen die lieten zien dat geloven een feest is. Geloof brengt geen oorlog maar vrede en liefde. Dat is iets wat deze jongeren graag uit willen dragen en zijn bereid daar samen aan te werken.

Vanuit andere landen komt veel steun en gebed voor de gelovigen in Nederland. Zo vertelde een meisje uit Italië: ‘Ik heb een periode stagegelopen in Nederland en ik weet hoe moeilijk jullie kerk het heeft. Ik bid voor jullie en weet dat er velen zijn over de hele wereld die dat ook doen.’

Een evenement als de wereldjongerendagen laat de Nederlandse jongeren zien dat zij niet alleen staan in hun geloof, waar zij dit vaak wel als dusdanig ervaren. Voor velen van hen blijft het de vraag hoe zij na thuiskomst het contact met mede-gelovigen kunnen houden en samen verder kunnen groeien in geloof.

Initiatieven die zorgen voor verbondenheid

Het lijkt voor de meeste parochies onmogelijk om jongeren aan zich te binden. Jongerengroepen houden geen stand en verdwijnen in stilte. De verbondenheid tussen gelovige jongeren wordt levend gehouden door de ‘grotere’ organisaties. Gesteund vanuit de bisdommen bundelen jongeren hun krachten door het opzetten van platformen om daarmee te bouwen aan het geloof. Activiteiten georganiseerd door jongeren en voor jongeren lijken een basis te zijn voor de toekomst van de kerk. Ondersteund door priesters en medewerkers uit het bisdom maakt men een mix tussen verdieping, activiteiten en maatschappelijke betrokkenheid.

Het Franciscaans Jongerenwerk en bijvoorbeeld Jong Bisdom Den Bosch geven een goed voorbeeld en weten jongeren bij elkaar te brengen, door het organiseren van verschillende activiteiten. Jong Bisdom Den Bosch heeft een uitgebreid programma met verdiepingsdagen, een Taizé reis, een zomerkamp voor tieners en heeft in het recente verleden een kerstmaaltijd voor dak- en thuislozen georganiseerd.  Organisaties zetten tijdens activiteiten relevante thema’s zoals barmhartigheid centraal maar framen dit wel naar de taal van de jongeren. Barmhartigheid wordt geframed naar: de stap naar de a/Ander zetten. Wat veel van deze initiatieven gemeen hebben, is de grote mate waarin jongeren aan de slag gaan voor anderen. Ze zetten zich barmhartig in en willen hun talenten inzetten om iets te betekenen voor medemens en de schepping.

Wat inspireert hen, hoe inspireren zij anderen?

De katholieke kerk in Nederland en België hebben rake klappen gehad na schandalen uit het verleden. Het is een grote smet op het geloof, een smet waar de gelovige jongeren zich bewust van zijn. Toch willen zij dit niet van grote invloed laten zijn bij het belijden van hun geloof. Ze willen verder bouwen aan een open kerk waar iedereen mag zijn wie hij of zij is.

Tijdens de wereldjongerendagen riep paus Franciscus de jongeren op om geen ‘bankaardappel’ te zijn, niet te veel bezig te zijn met het spelen van computerspelletjes maar de handen uit de mouwen te steken. De jonge gelovigen lijken hier gehoor aan te geven door hun geloof in praktijk te brengen. Of de jongeren dan niet meer bidden of in de kerk zitten, dat doen ze nog zeker wel! Aanbidding van het Allerheiligste is bijvoorbeeld een ritueel dat katholieke jongeren aanspreekt. Jongeren gebruiken rituelen, het evangelie en gebed als bron van inspiratie om deze vervolgens om te zetten in daden.

Het aantal gelovige jongeren in Nederland is weliswaar geslonken tot een kleine groep, het is wel een groep die anderen wil inspireren door geloof te praktiseren. Ze zijn in staat een voorbeeld te zijn voor tieners en vele anderen en zo te bouwen aan de toekomst van de kerk in Nederland.