In oude missietijdschriften is jaar na jaar veel te lezen over de bedreiging van het katholieke missiewerk door moslims die zich vanuit het Midden Oosten aan het verspreiden waren. Vooral de missie in Afrika had volgens die bladen veel te lijden van de oprukkende islam.

De Europeanen schaften de slavernij af, de moslims brachten de slavernij er juist tot nieuw leven, was hun stelling. Een reden te meer om missionarissen naar Afrika te sturen om te voorkomen dat de christelijke beschaving in het zwarte continent verloren zou gaan.

Zomaar een paar citaten. In 1892: “Muzelmanse slavenjagers hebben geheel Soedan in hun macht” (Katholieke Missiën).

In 1932: “Het noorden van Kameroen is ernstig besmet met de islam. Het is hoog tijd de godsdienst van Mohammed te stuiten. Meer in het oosten wordt de islam ook zeer dreigend” (Bode van de Heilige Geest).

In 1936: “De zegetocht van de islam gaat zonder ophouden voort in Afrika. Ongeveer 49 miljoen van de 138 miljoen inwoners van Afrika zijn mohammedaan. De vooruitgang van de islam gaat ongecontroleerd. Hij verliest zich in de eindeloze wouden en steppen en de onafzienbare karavaanwegen. Hij maakt gebruik van het oeroude handels- en ruilverkeer van de Afrikaanse stammen, van de volkeren van Indonesië en de nomaden van Centraal-Azië” (Katholieke Missiën).

De situatie na de Tweede Wereldoorlog

In 1945, meteen na het einde van de Tweede Wereldoorlog, wijdde H. Ceulemans SVD (missie van Steijl) een lang artikel aan het onderwerp. Dat verscheen onder de titel ‘Het probleem van de islam’.

“De grote problemen van Christus’ wereldkerk”, zo begon de pater zijn betoog in Katholieke Missiën, “blijven de aandacht van elke katholiek opeisen. De lange, bange oorlogsjaren vermochten wel niet onze geestelijke horizon af te sluiten, maar toch raakte door zoveel stoffelijke en zedelijke noden, die ons volk teisterden, de wereld-omspannende missiegedachte op de achtergrond”.

Het was hoog tijd om weer aan de missie te denken. “Elk apostolisch hart moet blijven slaan, moet nu weer krachtiger gaan slaan op het ritme dat Rome aangeeft. Opnieuw horen wij de stem van de H. Vader [Pius XII], die ons roept tot de heilige kruistocht tegen de islam”.

Ceulemans: “Met 280 miljoen aanhangers is het mohammedanisme de grootste wereldgodsdienst na het katholicisme. De islam is tevens de enige niet-christelijke religie die missioneert. Elke volgeling van de profeet is een verbeten propagandist van het mohammedaanse credo: ‘Alleen Allah is God en Mohammed zijn profeet!’”

De islam was volgens de SVDer flink opgerukt. “Van de Atlantische Oceaan tot aan de Maleise archipel, van Boedapest tot Zanzibar aan Afrika’s oostkust, strekt zich het machtige mohammedaanse blok uit. Zegevierend dringt de islam met ontstellende snelheid van het noorden en oosten naar het hart van Afrika door. Het bedreigt de westkust van Afrika met haar bloeiende missie. Het staat nu voor de grote missie-barrière van Midden-Afrika”.

De oorlog in Europa had de macht van de koloniale machten ernstig verzwakt, bleek in 1945. “Gebruik makend van de prachtkans heeft het expansieve mohammedanisme gedurende de oorlogsjaren ook in ons mooie Insulinde [Indonesië] ongetwijfeld veel vooruitgang geboekt. China, Japan en de Filippijnen komen meer en meer onder de werkingssfeer van de islam te ligen. Heel het noorden van Voor-Indië [o.a. Pakistan, Bangladesh] is een machtige vesting van het mohammedanisme”.

Actieve moslims

De pater van Steijl gaf zijn visie op de groei van de islam. “De talrijke Mekka-gangers [hadj-pelgrims] worden fanatieke apostelen van de profeet. Kooplieden verspreiden tegelijk met hun koopwaar ook de koran.

Hun gedecideerde optreden en oppervlakkige kunde maken indruk op de heiden. De primitieve mens leert de elementaire geloofsbeleidenis van buiten, krijgt enig onderricht in lezen en schrijven, en in het besef van eigen reinheid en uitverkiezing groeit hij trots boven zijn dorpsgenoten uit.

Hij begint op zijn beurt, in eigen familiekring, door huwelijk of handel aanhangers te winnen. Het feit, dat de kleurling zelf de leer van Mohammed aan zijn weinig beschaafde stamgenoten bekend maakt, draagt veel bij tot het succes van de islam”.

Succes van de islam verklaard

Volgens de missionaris was het niet moeilijk te begrijpen waarom de islam-missie veel succes had. “De mohammedaanse godsdienst heeft weinig diepte en omvang, zodat de primitieve mens deze religie gemakkelijk aanvaardt. De elementaire geloofsbelijdenis vraagt slechts het geloof in die ene, ware God.

Met afschuw verwerpt de mohammedaan [dan ook] het christelijk geheim van de H. Drievuldigheid, dat door hem totaal verkeerd begrepen wordt. Christus is volgens hem wel een van de grote profeten, maar louter mens en de laatste voorloper van Mohammed, die alle vroegere Gods-openbaringen samenvat en afsluit in de koran.

Fundamenteel is verder het geloof in een verzinnelijkt hiernamaals [het paradijs]. Om dat geluk te bereiken hoeft de mohammedaan zich slechts te houden aan de zogenaamde vijf zuilen van de islam, te weten de summiere geloofsbelijdenis, die hij minstens eenmaal in zijn leven moet hebben uitgesproken, het vijfmaal daags verrichten van rituele godsdienstoefeningen, het geven van aalmoezen, het vasten in de maand ramadan en ten slotte de pelgrimstocht naar Mekka.

De islam had volgens hem nog meer voordelen: “Het zover mogelijk tegemoet komen aan menselijke lusten en begeerlijkheden, het toelaten van de veelwijverij, de gemakkelijke manier om echtscheiding te verkrijgen, verregaande aanpassing aan heidense instellingen, ziedaar de verklaring van de grote aantrekkingskracht, die de islam uitoefent”.

Bekeren van moslims is moeilijk

Ceulemans: “Het is duidelijk dat de katholieke missionering onder de islam moeilijk en onvruchtbaar is”. Bovendien: “De koran verbiedt op doodstraf het afvallig worden van de islam-godsdienst. Deze wet is eeuwenlang van kracht geweest, en wordt ook thans nog gehandhaafd in enkele mohammedaanse landen. Daardoor is van bekering van de islam daar praktisch geen sprake”.

De idealen van de islam

Volgens de SVD-missionaris moest men ‘goed voor ogen houden dat de islam in wezen theocratisch is’.

“Het ideaal van de Halve Maan is: Allah tot koning van de hele wereld te maken. Mohammed stichtte de ‘oema’ of gemeente uit de verschillende bedoeinen-stammen, die elkaar bestreden. Aan het hoofd der oema staat, in de naam en krachtens de roeping van God, de profeet. Hij vertegenwoordigt Allah.

Na de dood van Mohammed kwam de godsdienstig-politieke macht in handen der kaliefen van Bagdad. Heel de wereld wordt theocratisch verdeeld in de dar-al-islam (het gebied van de islam) en de dar-al-harb (het gebied van de oorlog).

De niet-muzelmanse wereld moet – desnoods met geweld – onderworpen worden aan de moslimse theocratie. De heilige oorlog is daarom een postulaat van de islam. De sharia of godsdienstige wet, gegeven in de openbaring, geldt als door Allah voorgeschreven wetgeving”.

Al eeuwen lang was er strijd tussen de christenen en de moslims, was in het artikel te lezen. “Honderd jaren na Mohammed’s dood (632), stonden de zegevierende legers van de Halve Maan, na Afrika en Spanje veroverd te hebben, in 732 voor de poorten van Parijs. Na het tijdperk van de kruistochten herstelde de islam zijn kracht en veroverde in 1453 Constantinopel.

Wel versloeg Don Juan van Oostenrijk in 1571 in de Golf van Lepanto de vloot der Turken, maar in 1683 sloeg Kara Mustafa het beleg voor Wenen. Jan Sobiëski, koning van Polen, wist echter het Turkse leger volkomen te verslaan. Deze overwinning bracht de doodsteek toe aan de macht der Turken in Europa en als gevolg daarvan leed de hele islam een gevoelig verlies.

Al is in onze dagen de politieke macht van de islam ook niet groot, het fanatisme van de islam heeft zich weer eens doen gelden na de vorige wereldoorlog [1914-1918]. Met ontzetting vernam toen de katholieke wereld, hoe de Turken de Assyrische en Armeense christenen systematisch en beestachtig hadden uitgemoord”.

Hoop dankzij Turkije

Gelukkig waren er ook positieve ontwikkelingen te melden, met name uit Turkije. “Het Turkse sultanaat, dat de theocratische idee van de islam belichaamde, hield in 1924 op te bestaan; de Jong-Turken riepen de republiek uit en proclameerden de totale scheiding van kerk en staat. In 1928 werd de islam als staatsgodsdienst afgeschaft. De sharia of godsdienstige wet werd vervangen door het moderne westerse recht.

In snel tempo voltrok zich de Turkse emancipatie. Achtereenvolgens verdwenen het Osmaanse kalifaat, de kloosters der derwissen, de vrouwensluier en de fez. De koran werd in het Turks vertaald, het Turks verplichtend gesteld in scholen, pers en openbaar leven. In 1933 kreeg de vrouw het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen.

Officieel werd de veelwijverij afgeschaft. De koran werd uit de school gebannen. De vrouwelijke jeugd kreeg toegang tot de scholen van hoger onderwijs. Het systeem van coëducatie werd ingevoerd”.

Dat gaf hoop. “Na eeuwenlange lethargie ontwaakt thans de muzelmanse wereld. Zij moest haar isolement prijsgeven ten gevolge van het moderne verkeer. Mohammedanen, die aan de universiteiten in Europa of Amerika studeerden, brengen vernieuwing in het middeleeuws onderwijsstelsel van de moskee-scholen.

Op alle gebieden constateert Turkije, hoe groot zijn culturele en sociale achterstand is in vergelijking met de westerse volkeren. Egypte, Turkije, Arabië, respectievelijk geregeerd door koning Faroek, Kemal Ataturk en Ibn Saoud, regelen de polsslag der modernisering.

De pan-islam idee begint te verdwijnen onder de opkomende vloed van nationalistische strevingen. De godsdienst, losgemaakt van de staatsbemoeiing, wordt een persoonlijke aangelegenheid. Het sectendom en het modernisme zullen veld winnen”.

Pius XII

Na de oorlog kon de paus in actie komen. “De stedehouder van Christus wijst ons met ernstige nadruk op het islam-probleem. Alle twaalf missie-intenties van dit jaar houden zich bezig met verschillende facetten van dit veel-omvattend vraagstuk. Paus Pius XII will bruggehoofden vestigen op muzelmans gebied. Een vuurregen van gebed moet voorafgaan aan het slaan van bressen in de islam-wal”.

De pater besefte niet, kon moeilijk beseffen, dat de dekolonisatie begonnen was. Het nationalisme had zijn intrede gedaan. Daarbij werden Europese invloeden, dus ook het katholicisme, geweerd. “In Iran werd de katholieke school verboden. In Noord-Afrika kon de lekenschool zich ontwikkelen, terwijl de christelijke school door een ‘christelijke’ mogendheid [Frankrijk] verboden werd. Het eertijds christelijke Kabilië in Noord-Afrika, thans mohammedaans, zou terug te winnen zijn voor de Kerk, als niet de Franse school-politiek de heldhaftigheid van de Witte Paters tot werkeloosheid doemde”.

De Europese koloniale mogendheden voelden zich in 1945 genoodzaakt een ‘pro-islamitische’ politiek te voeren om onrust te vermijden.

Zoals gezegd, nu de oorlog voorbij was, moest de katholieke Kerk snel in actie komen. “De paus roept thans heel het katholieke thuisfront op tot ijverig gebed voor de islam. Heel de katholieke wereld moet dit jaar haar ogen richten naar dat ontzaglijk missiegebied, waar de mohammedanen wonen. Maar de H. Vader wenst ook de krachten van alle katholieken te bundelen tot een nieuwe missie-campagne onder de islam.

Veel voorbereidend werk is reeds gedaan. Door middel van haar scholen hebben de missiën alom het terrein geëffend; veel haat is geluwd en vooroordeel uit de weg geruimd. Vooral in het nabije Oosten, in Egypte, Irak, Marokko, Syrië en Voor-Indië [India].

In Nederlands-Indië gelukte zelfs al, met de school als uitgangspunt, een begin van direct missie-werk. Het schoolwezen der Jezuieten breidde zich van Moentilan over heel Java uit. Moentilan is de eerste vreedzame zegepraal der Kerk over Mohammed. Ook de scholen op Flores hebben de expansie van de islam krachtig tegen gehouden”.

Ceulemans: “Door de katholieke school en de katholieke liefdadigheid onder de mohammedanen moet de directe missionering worden voorbereid. De tijd is nu rijp voor een werkelijke en directe missie onder de islam, misschien niet zo zeer door buitenlandse missionarissen, als wel door de katholieke actie van inheemse krachten, zoals in de eerste eeuwen van het christendom iedere volgeling van den Meester ook rasecht missionaris en apostel was.

Het is niet onmogelijk dat ook de koloniale mogendheden van vandaag bereid zijn dergelijke pogingen toe te laten en zelfs te begunstigen”.

Islam-instituut gewenst

De auteur van het artikel pleitte voor het opzetten van een speciaal instituut. “Op velerlei gebied zal in de toekomst baanbrekend werk moeten geschieden. Er bestaat bij de katholieken tot heden geen speciaal instituut voor de islam. Juist dit punt heeft in de allerlaatste tijd aandachtige overwegingen gevonden.

Taak van dit instituut zou o.m. zijn: het wekken van waardering en belangstelling bij de katholieken voor heel het uitgebreide islam-vraagstuk onder godsdienstig, maatschappelijk en cutureel oogpunt; verder het uitgeven en verspreiden in de islam-landen van godsdienstige literatuur in de verschillende talen van het mohammedaanse blok.

Vooral de apologie zou vertegenwoordigd moeten zijn; de islam is een intellectualistische godsdienst; een vrijmoedige apologie van het christendom, die vooral het verstandsargument naar voren brengt, voorziet in een behoefte van het mohammedaans temperament.

Reeds vóór het uitbreken van de tegenwoordige oorlog studeerden er veel mohammedanen in Europa, vooral in Frankrijk. Men mag veilig aannemen, dat in de eerst volgende jaren het internationaal verkeer ’n geweldige vlucht zal nemen.

Tot de taak van het islam-instituut zou dan te rekenen zijn, in Europa en Amerika centra te stichten, waar de mohammedaanse student in rustige sfeer de christelijke waarheid zal kunnen leren kennen.

Katholieke studenten, die later een leidende positie gaan innemen in mohammedaanse gebieden, dienen hier reeds door studie van taal en cultuur het volkseigen te leren kennen. Zij moeten later te midden van een mohammedaanse omgeving katholiek apostolaat uitoefenen”.

Arabieren als missionarissen?

Bekeerde moslims zouden in de toekomst een belangrijke rol kunnen spelen in de wereldpolitiek. “Welk een vurig lekenapostel zou de bekeerde Arabier zijn! Onder het harde juk van de islam heeft hij werelden veroverd en zich een geboren missionaris betoond; onder het zachte juk van Christus zou hij de grote missionaris worden van Afrika en Azië!”

De missionaris van Steijl eindigde zijn betoog met een oproep: “Mogen de leden van het Apostolaat des Gebeds, mogen alle katholieken, bezield met apostolische ijver voor Gods Kerk, volgens het verlangen van den paus vurig bidden voor deze grote en moeilijke taak: het bekeringswerk onder de mohammedanen”.

De droom van pater Ceulemans is niet invervulling gegaan.