DE HEILIGE EUCHARISTIE
De Katholieke Heilige Mis
Het christelijke geloof vindt haar oorsprong en vervulling in het Heilig Misoffer. De Heilige Mis is het mystieke hart van het Christendom, bron en hoogtepunt van het kerkelijk leven. In het HoogHeilig Altaarsacrament vieren en hernieuwen we de verlossende kruisdood van Jesus Christus die zelf in de Mis aanwezig komt met de gaven van Zijn Allerheiligst Vlees en Bloed door het wonder van de wezensverandering van brood en wijn in het ware Lichaam en Bloed van Christus. Het wordt Eucharistie genoemd (van eucharistein = dankzegging). Christenen komen volgens de opdracht van Jesus van oudsher samen om dit mysterie te vieren en door het eten van de geconsacreerde gaven op geheimvolle wijze in ziel en lichaam met Christus verenigd te worden.
"Hoe kan deze ons van zijn vlees te eten geven?" (Joh.6:52)
Transsubstantiatie
Op de consecratiewoorden van een katholieke priester verandert God het brood en de wijn op het altaar in het Ware Lichaam en Bloed van Christus. Deze wezensverandering van het brood en de wijn wordt "transsubstantiatie" genoemd.
Na de consecratie van het brood is het geworden tot Vlees van Christus, identiek aan het Vlees van het Verheerlijkte Lichaam van Jesus Christus dat in de hemel aan de rechterhand van God de Vader troont.
De miswijn in de kelk is geworden tot Bloed van Christus, hetzelfde Bloed, dat in de aderen van Jesus' Verheerlijkte Menselijke Natuur in de hemel stroomt. Wij kunnen dat met onze zintuigen niet waarnemen, omdat het Lichaam en Bloed de gedaante, de schijn, van brood en wijn aannemen. In werkelijkheid is er geen brood of wijn meer op het altaar, al lijkt dat voor onze ogen, voor onze tong en voor onze handen nog wel het geval te zijn.

De verkondiging van Christus' dood
Gescheiden onder de gedaanten van brood en wijn, zijn het Vlees en Bloed van Christus op het altaar een verkondiging van zijn dood, waardoor Hij de prijs die Gods Wet eiste voor de zonden van de mensen afgekocht heeft en het paradijs hersteld. Want door het Bloed van het Lichaam te scheiden wordt de dood betekend.
Door dit offer wordt God op buitengewone wijze verheerlijkt, omdat Hij Zijn Zoon, en daarmee Zichzelf in het smetteloze offer herkent. Dit dagelijkse offer zal doorgaan tot het einde der tijden, wanneer het kwaad in de wereld zijn hoogtepunt bereikt zal hebben. Dan zal Jesus terugkeren op aarde om levenden en doden volgens Zijn Evangelie te oordelen.
Het Lichaam van Christus in de hemel blijft onverdeeld
Het Lichaam en Bloed van Christus wordt niet vanuit de hemel verdeeld over de altaren op aarde. Het is andersom. Het brood en de wijn op alle altaren wordt identiek aan het onverdeelde Lichaam en Bloed van Jesus' menselijke natuur in de hemel.
Daarom zeggen we terecht dat het Lichaam van Christus door de priester gebroken wordt, ook al blijft het Hemelse Lichaam daardoor onaangetast.
De Eucharistische Gedaanten

Christus verschijnt in de Mis "onder de tekenen van brood en wijn". Dit betekent niet dat brood en wijn symbolisch verwijzen naar Jesus, het betekent dat Hij werkelijk de schijngestalten van brood en wijn aanneemt die voor onze zintuigen de indruk wekken alsof er nog steeds brood en wijn op het altaar ligt. Dat noemen we de "Eucharistische Gedaanten".
De Heilige Eucharistie omvat Lichaam, Bloed, Ziel, Godheid en Mensheid van Jesus Christus onder elk van de twee Gedaanten afzonderlijk.
"Als men het geluk van de Heilige Mis kende, zou men sterven. Om de Mis op te dragen, zou men een serafijn moeten wezen". (Heilige Jean-Marie Vianney, Pastoor van Ars 1786-1859, patroon van de parochie)
Jesus roept alle mensen ter wereld op om aan de Eucharistie van Zijn Lichaam en Bloed deel te nemen
"Voorwaar, ik zeg u, als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u" (Joh.6:53)"Ik ben het levend brood, dat uit de hemel is neergedaald.Zo iemand eet van dit brood, zal hij in eeuwigheid leven. En het brood dat ik zal geven is mijn vlees voor het leven van de wereld" (Joh.6:51)
Deze woorden sprak Jesus tot de Joodse geleerden, die verbijsterd reageerden: "hoe kan deze ons van zijn vlees te eten geven?" zo vroegen zij zich af. Ook de reformatoren in de 16e eeuw, die aan de basis van het protestantisme lagen, stelden in feite dezelfde vraag. Zij meenden dat Jesus hier figuurlijk moest hebben gesproken. Maar noch de Joden, noch de protestanten hebben de ware betekenis van Jesus' woorden gevat. Christus sprak over de Heilige Eucharistie, het geconsacreerde brood en de geconsacreerde wijn die tijdens de Mis worden genuttigd, en waarvan Jesus uitdrukkelijk heeft verklaard dat ze Zijn Ware Lichaam en Bloed zijn.
Een figuurlijke bedoeling zou Jesus' woorden onbegrijpelijk hebben gemaakt
Wij mensen hebben, als wij deze woorden horen, onwillekeurig de neiging om ze figuurlijk uit te leggen. Ook de Joden deden dit. De Midrasj legde alle teksten uit het boek Ecclesiasticus die over voedsel en drank gingen, allegorisch uit als de studie van de Thora, als het in je opnemen van Gods kennis; "dronken maakt zij met haar vruchten" (Eccl.1:16).
Maar die uitleg gaat niet op voor het spreken van Jesus over zijn vlees en bloed. Alleen al hierom niet, omdat In Jesus' tijd het
"vlees eten" en "bloed drinken" geen heilzame, maar een vijandige betekenis had; in Psalm 26 spreekt David van boosdoeners, die op hem afkomen "om zijn vlees te verslinden".
De Instelling van de Heilige Mis
Op de avond voor zijn lijden, zo lezen we in Matt.26:17-30, Mark.14:12-25, en Luk.22:7-20 nam Hij brood, sprak een zegengebed uit, brak het en gaf het zijn leerlingen met de woorden:
"Neemt en eet hiervan gij allen, want dit is Mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt".
Daarna nam hij de kelk met wijn, sprak opnieuw een dankgebed uit tot God de Vader, reikte hem over aan zijn leerlingen en zei:
"Neemt deze kelk, en drinkt hier allen uit, want dit is de Kelk van het Nieuwe en Altijddurende Verbond, dit is Mijn Bloed, dat voor u en voor alle mensen vergoten wordt tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken".
Door deze "instellingswoorden" werden twee sacramenten geboren:
-De Eucharistie waardoor Jesus Christus tastbaar op het altaar verschijnt met Zijn Lichaam en Zijn Bloed
-Het priesterschap waardoor de apostelen de wijding en de volmacht ontvingen om op hun beurt Eucharistie te vieren en deze macht door te geven aan volgende generaties.
Het dagelijkse offer
De priester, die door zijn wijding instrument van Christus is, bidt over de altaargaven een gebed waarin God gedankt en geprezen wordt, het verlossingswerk in herinnering gebracht en de Heilige Geest aangeroepen.
Alle christengelovigen, zowel de levenden op aarde, als de overledenen, nemen door de Heilige Mis deel aan het Ene Offer van Christus dat zich dagelijks vernieuwt door de scheiding van lichaam en bloed onder de gedaanten van brood en wijn, die werkelijk -en niet symbolisch- op wonderbaarlijke wijze veranderd worden in het verheerlijkte Lichaam en Bloed van Jesus Christus.
In Jesaja 49:26 spreekt God via de mond van de profeet: "Uw verdrukkers zal ik hun eigen vlees laten eten en dronken zullen ze worden van hun eigen bloed". Zou Christus zijn woorden in figuurlijke zin hebben gesproken, dan zou de betekenis ervan iedereen ontgaan zijn. Voor een figuurlijke bedoeling zou Hij zeker heel andere woorden hebben gebruikt. Want vele leerlingen keerden zich naar aanleiding van deze toespraak van Hem af (Joh.6:61). Wanneer Hij niets anders zou hebben bedoeld, dan dat mensen in Hem moesten geloven of brood en wijn moesten gebruiken als een gelovige nagedachtenis aan Hem, dan zou Jesus zeker de moeite hebben genomen om hun ergernis weg te nemen over iets wat niet meer dan een misverstand zou zijn geweest. Maar dat doet Jesus niet.

Tijdens het Laatste Avondmaal wordt Zijn bedoeling duidelijk. Hij houdt de Eucharistie in Zijn handen, toont deze aan zijn leerlingen en spreekt:"Dit is Mijn Lichaam". Daarmee onderstreept Hij, dat waar Hij eerder over sprak tegen de Joden, niet iets figuurlijks maar iets tastbaars was:"Mijn Vlees is echt voedsel en Mijn Bloed is echte drank" (Joh.6:55). Dan toont Hij de Kelk met Zijn Bloed en bevestigt:"Dit is Mijn Bloed". Jesus vult zelf in wat onder Zijn Vlees en Bloed verstaan moet worden, als Hij met zijn leerlingen de allereerste Heilige Mis uit de geschiedenis voltrekt.
Christus' Eucharistische Lichaam is het zoete Manna, dat uit de hemel komt, het brood der engelen
Het Joodse volk in de woestijn werd gevoed met het Manna uit de hemel (Ex.16:4), dat een beeld was van de Eucharistie, die nog komen moest.
Het was "wit als korianderzaad" en "smaakte als honingkoek"(Ex.16:31), ten teken van zijn reinheid en goddelijke zoetheid.
Het Joodse Paasmaal is de voorafbeelding van de Eucharistie
Het Oude Testament is rijk aan beelden die naar de toekomstige eucharistische maaltijd verwijzen; het Offer van Melchizedech (Gen.14:18), het wonderbaarlijke witzoete Manna in de woestijn (Ex.16:31), en het Joodse Paasmaal (Ex.12:1), dat de bevrijding van het Joodse volk uit de slavernij in Egypte viert. Dit alles is teken en aanvang van de Heilige Mis. Daarin ligt de band tussen Jodendom en Christendom.
Zij die van het Paaslam eten gaan van de dood over in het Eeuwige Leven

Ons Paasfeest komt oorspronkelijk van de Joden. Zij vieren sinds mensenheugenis de verlossing van hun volk uit Egypte. Egypte staat symbool voor de heidense, goddeloze wereld. Een wereld die beheerst wordt door afgoderij, toverkunsten, ontucht in allerlei vormen, geweld, onderdrukking en slavernij. Daarin leven de Godskinderen als in ballingschap, in slavernij onder Farao, die een beeld van de overste van deze wereld is, de Satan. Toen God het moment rijp achtte om zijn volk te bevrijden sloeg Hij de egyptenaren met plagen steeds wanneer zij weigerden om het volk van Israël te laten gaan. Moses kreeg van God instructie om het bloed van een mannelijk lam boven alle joodse deurposten te laten strijken. Dat zou voor de Engel des Doods een teken zijn dat in dat huis leden van het volk van God woonden en de doodsengel zou dat huis sparen (Exodus Hoofdstuk 12).
Jesus is het Onschuldige Paaslam dat sterft voor het volk
Jesus viert deze Paasmaaltijd als een jood met zijn joodse leerlingen, net zoals de joden dat al eeuwen gewend waren. Maar Hij verheft de sedermaaltijd tot Eucharistie om zo haar ware betekenis aan het licht te brengen. Door brood en wijn te transformeren in Zijn Lichaam en Bloed, transformeert Hij de aardse maaltijd in de hemelse, een goddelijk Mysterie, waarin Zijn dood en verrijzenis en de verlossing van het hele mensdom wordt uitgedrukt, de Christelijke Heilige Mis. Door de Heilige Mis te vieren, vieren we het verlossingsfeest van Gods Volk.
In de Mis openbaart Jesus zijn Messiasschap: Hij is het paaslam dat geslacht moest worden voor het heil van de wereld. De uitverkorenen van Gods volk moeten zijn vlees eten en zijn bloed drinken ten teken voor de Doodsengel dat zij tot het Volk Gods behoren.
Aan allen die in Hem geloven en Zijn Eucharistische Vlees en Bloed nuttigen, zal de Doodsengel voorbijtrekken en zij zullen door God in het Beloofde Land worden gevoerd, het Hemelse Paradijs, waar allen Gods reddende en verzoenende Liefde vieren.

"Alle wezens der schepping moeten zich voeden om te leven. Maar waar is het voedsel voor de ziel? Hetgeen de mens niet kan zeggen of begrijpen, en hij nooit zou hebben durven vragen, heeft God in zijn liefde gedaan. Zouden wij ooit aan God hebben durven vragen Zijn Zoon voor ons te laten sterven en Zijn Vlees en Bloed aan ons te eten en te drinken te geven?". (Heilige Pastoor van Ars)

"Ik smeek u dan allen, mijn broeders, met zoveel liefde als maar mogelijk is, terwijl ik uw voeten kus, dat gij alle mogelijke eerbied en eer bewijst aan het Allerheiligste Lichaam en Bloed van onze Heer Jesus Christus, in wie alles wat in de hemel en op aarde is, herenigd en verzoend werd met de Almachtige God". (H. Franciscus van Assisië)
DE SACRAMENTELE BEWARING EN UITSTELLING
"En Moses sprak: Zo heeft JHWH bevolen: vult een omer daarmee, om het voor uw nageslacht te bewaren, opdat ze het brood mogen zien, dat Ik u in de woestijn tot spijs heb gegeven, toen Ik u uit het land van Egypte had geleid. Daarom sprak Moses tot Aäron: Neem een kruik, doe daar een volle omer Manna in, en zet die voor het aanschijn van JHWH, om het voor uw nageslacht te bewaren. Aäron vulde dus een kruik met een volle omer Manna, zoals JHWH Moses bevolen had, en zette die ter bewaring voor de Ark des Verbonds neer"(Ex.16:32)
Christus is lijfelijk aanwezig in het tabernakel
Het Concilie van Trente verklaarde: Christus is waarlijk (niet bij wijze van spreken), werkelijk (niet symbolisch) en wezenlijk (volgens Zijn Wezen) tegenwoordig in het sacrament van de Eucharistie, en wel zolang als de geconsacreerde gedaanten bestaan. Wat heilig is, verdient verering.
Dat betekent dat de eucharistische gedaanten eerbiedig bewaard en vereerd moeten worden. Dat bewaren gebeurt in het tabernakel, een mooi versierde kluis achter het altaar waarin de ciborie (afgesloten kelk) met de Heilige Hosties neergezet wordt en met een deur afgesloten. Het Heilig Bloed in de miskelk wordt niet bewaard, maar tijdens de Mis opgedronken. Het "godslampje" (een klein brandend olielampje in de buurt van het tabernakel) geeft aan dat er geconsacreerde hosties in het tabernakel zijn. Vandaar dat mensen bij binnenkomst in de kerk of voor dat zij de kerk verlaten, eerbiedig een buiging of knieval voor het tabernakel maken. Want Jesus Christus is daar.
De gelovigen bezoeken Christus in het H.Sacrament
Voor protestanten, die niet in de Tegenwoordigheid van Christus in het H.Altaarsacrament geloven, is een kerk gewoon een menselijk gebouw, niet heiliger dan welke andere plaats dan ook. Maar voor katholieken is hun kerk een plaats waar God op bijzondere wijze verblijft. Het tabernakel is voor hen een heiligdom waar God net zo werkelijk aanwezig is, als destijds op de berg Sinaï. Daarom hebben katholieken van oudsher de gewoonte om ook buiten de Mistijden hun kerk te bezoeken om er te bidden bij het Heilig Sacrament.
De geconsacreerde gedaanten zijn Christus' Vlees en Bloed zelf en worden eerbiedig bewaard in het tabernakel.
Noodzaak van de Biecht vòòr de Heilige Communie
De Heilige Communie, het moment waarop de gelovige de geconsacreerde gedaante in de mond ontvangt, is het ontvangen van Christus zelf, die God is. Het is een gebeurtenis die nergens mee vergeleken kan worden. Men moet er zich innerlijk op voorbereiden. Een communicant gaat het kostbaar Lichaam van Jesus Christus ontvangen en het Bloed waarmee Hij de zondaars vrij kocht. Dat is een groot voorrecht en vraagt een ernstige houding en een gezuiverd geweten.
Niemand mag te Communie met ernstige zonden op zijn geweten. Die moeten we eerst aan een priester belijden in het Sacrament van de Biecht, voordat we in de Kerk aan de Communie mee kunnen doen. Het gedachtenloos te Communie gaan van zovele mensen tegenwoordig, zonder biecht, zonder voorbereiding, zonder devotie, alsof men aan een sociale beleefdheidsvorm deelneemt, is zeer schadelijk voor het geestelijke leven. Een onwaardige Communie is een daad van heiligschennis, die de ziel alleen maar verder van God verwijdert.
Het gaat in de Mis niet om een groepsstemming, maar om het heil van onze ziel. Daarom mogen ongedoopten, ongelovigen of zware zondaars niet aan de Heilige Tafel deelnemen. De leus dat "iedereen erbij hoort" is een verzinsel. Mensen hebben een vrije keus. Alleen diegenen die bereid zijn ons doopsel en ons geloof te delen, en proberen daarnaar te leven, mogen aanspraak maken op de sacramenten. Niemand anders.
Reeds onder het Oude Verbond drukte God de Joden op het hart:"Iedereen onder uw kinderen van geslacht tot geslacht, die in staat van onreinheid de heilige gaven durft aanraken, die de Israëlieten JHWH hebben gewijd, zal van mijn aanschijn worden verstoten"(Lev.22:3).
En onder het Nieuwe Verbond wordt deze regel nogmaals bevestigd:
"Wie op onwaardige wijze het brood eet of de kelk des Heren drinkt, bezondigt zich aan het Lichaam en Bloed des Heren
" (I Kor.11:27) "Wie het Lichaam (van Christus) niet naar waarde beoordeelt, eet en drinkt zichzelf een oordeel"(I Kor.11:29)
"Wie heilig is [ in staat van genade], laat hem naderen. Alwie dit niet is, laat hem boete doen" (Didache10).

DE VRUCHTEN VAN HET HEILIG MISOFFER
Misintenties voor het welzijn van de gemeenschap

Het Misoffer wordt opgedragen voor de hele christelijke gemeenschap en voor het welzijn en de verlossing van de wereld in het algemeen. Iedereen kan Misintenties bij de priester opgeven voor een bijzonder doel. Een bepaald verlangen wat bij de gelovige leeft, wordt op die manier verenigd met Christus' Kruisoffer en zo wordt Gods zegen met een bijzondere kracht afgebeden. Dat kan een intentie voor een overledene in het vagevuur zijn, waardoor die overledene door de zegen van het Misoffer verlichting van zijn lijden ondervindt en daardoor sneller bevrijd wordt. Dat dit geen bijgeloof is, bewijst de Heilige Schrift: hierin lezen we hoe Judas de Makkabeëer een zoenoffer aan God laat opdragen voor de gesneuvelden uit zijn leger, die zich tegen de Joodse wetten in hadden verontreinigd met afgodische amuletten:
"Daarom liet hij voor de doden een zoenoffer opdragen, opdat zij van hun zonde zouden worden verlost" (2 Makk.12:38)
De Heilige Geest zelf zegt ons, dat het nuttig is om voor de overledenen te bidden. Een Misintentie kan ook bestemd worden voor bijvoorbeeld de bekering van zekere personen, of de leniging van nood, voor het welslagen van een operatie of een onderneming. Men kan overal een Misintentie voor bedenken. Wel is het belangrijk te beseffen dat een Misintentie een gebed tot God is, dat kracht bijgezet wordt door de Oneindige Verlossende Kracht van Jesus' Bloed. Al te kleinmenselijke doeleinden voor de Misintenties kunnen we daarom beter vermijden.
Er zijn ook speciale diensten, waarin het H.Sacrament in een monstrans (een standaard met een kleine, ronde,glazen vitrine) uitgesteld wordt op het altaar, zodat de gelovigen de H.Hostie kunnen zien en aanbidden. Zo'n dienst heet een Lof of Uitstelling. De Hostie wordt dan feestelijk in een monstrans op het altaar geplaatst, bewierookt door de priester en er worden sacramentsliederen gezongen.
"Zonder de Eucharistie zou er geen geluk zijn in de wereld. Het leven zou ondraaglijk zijn" (H.Pastoor van Ars)
Tongcommunie is nog steeds de aanbevolen wijze van communiceren
Hoewel de hedendaagse parochiepraktijk anders doet vermoeden, is de normale, eerbiedwaardige manier om met het Heilig Sacrament om te gaan nog steeds ervoor te knielen en het geknield op de tong te ontvangen, uit handen
van een gewijde priester. Deze wijze van communiceren is niet alleen eeuwenlang in de Kerk de normale richtlijn geweest, ze is het, formeel gesproken, nu nog steeds. De pauselijke instructie Memoriale Domini beveelt nog altijd het vrome communiceren op de tong aan, ofschoon het merendeel van de gelovigen de irreguliere praktijk van de communie op de hand heeft geaccepteerd. Handcommunie wordt onder dezelfde pauselijke instructie met een bezwaard gemoed toegelaten in die landen waar zij "een ingeburgerd gebruik" is. Liever zou de Kerk zien dat de gelovigen weer eer zouden brengen aan het mystieke wonder van de Eucharistie door knielend op de tong te communiceren, maar zolang de bisschoppen zich hierover niet uitspreken en de parochiepriesters nalatig blijven om er een passende gelegenheid voor te scheppen, zal het waarschijnlijk een vrome wens van de kerkleiding blijven.

Mogen leken helpen bij het uitreiken van de Heilige Communie?
Nee, onder normale omstandigheden niet, ook al zou de parochiepriester er geen bezwaar tegen hebben.
De instructies "Fidei Custos" (1969) en "Immensae Caritatis" (1973) zijn daar heel duidelijk over. Die schrijven voor, dat het communie uitdelen door leken alleen is toegestaan in drie uitzonderingssituaties:

1) Als er geen priester is
2) Als de priester wegens ziekte of invaliditeit zelf geen communie kan uitreiken
3) Als er zoveel mensen zijn dat het uitreiken van de Eucharistie door de priester alleen te lang zou duren

Natuurlijk kun je deze regels zo breed uitleggen als je wilt. Wie dat wil, vindt altijd wel een reden voor "uitzondering". De nederlandse Nationale Raad voor de Liturgie bagatelliseert de zaak zelfs door in haar boekje "Richtlijnen voor het uitreiken van de communie door leken" de romeinse documenten zo voor te stellen, alsof de daarin beschreven uitzonderingswet de normale toestand van de Kerk zou zijn. Leken mogen onder normale omstandigheden niet aan de Heilige Hosties komen. "Buitengewone bedienaren van de Eucharistie" (lekenuitdelers) zijn niet bedoeld om normaal in de zondagse eucharistieviering op te treden. Ze zijn bedoeld voor dunbevolkte landen waar priesters de mensen moeilijk kunnen bereiken of voor situaties waarin leken op zichzelf zijn aangewezen. Het zijn geen "hulppriesters" voor de communieriten.

TONGCOMMUNIE OF HANDCOMMUNIE?

De communie op de tong
De plechtige communie op de tong wordt vaak ten onrechte beschouwd als een vroom middeleeuws gebruik, dat Jesus en de apostelen niet gekend zouden hebben. Maar weinig mensen weten dat er in oosterse landen van Jesus' tijd een gebruik bestond, dat de gastheer voorschreef bij de gast een stukje brood op de tong te leggen. Dat deze beleefdheidsgewoonte is opgenomen in het eucharistisch ritueel is dus helemaal niet zo'n ondenkbare veronderstelling.
Het Lichaam van Christus verdient respect
Er is nog nooit een paus in de geschiedenis geweest die voorstander was van het communiceren op de hand, niet in de eerste eeuwen en ook niet in de laatste vijftig jaar. Waarom zouden wij als gelovigen dat dan willen? Omdat we van de "kinderlijke vroomheid" van vroeger af willen? Als dat het geval is, blijf dan maar liever weg van de Heilige Communie, in uw eigen belang. Als het Lichaam van Christus u zo weinig waard is, dat u er niet eens voor wil knielen of ervoor de handen wilt vouwen, wat is uw geloof dan werkelijk waard?

De Tweede Beeldenstorm van de jaren '60
Precies vierhonderd jaar na de beeldenstorm van 1566 zou ze nogmaals herhaald worden op wereldschaal. In 1966 gonsde de maatschappij van veranderingen. Oude waarden en normen werden bespot. Een in het geloof wankelende priesterstand werd het hoofd op hol gebracht om een kerkelijke revolutie te ontketenen.

Handcommunie als teken van een hippiekerk
In de roescultuur van de 60er jaren was het in de mode om Jesus Christus te beschouwen als een marxistische hippie, die de maatschappij wilde veranderen. De door het communisme vergiftigde parochieclerus verbreidde dit waanidee en degradeerde de Heilige Hostie tot "liefdesbrood" wat met ongewijde handen mocht worden rondgedeeld. Theologische rechtvaardiging hiervoor dacht men in het vroege christendom te vinden.
In die vroegste tijden van de Kerk werd veel op de hand gecommuniceerd, en omdat christenen toen "authentieker" geweest zouden zijn, en "dichter bij Jesus" zouden hebben gestaan, moesten wij daar een voorbeeld aan gaan nemen. Dat zou de beloofde socialistische maatschappij sneller dichterbij brengen.
Gevolg was dat in vrijwel alle nederlandse en belgische parochies de communiebanken gesloopt werden, en het vrome communiceren op de tong, van de ene dag op de andere door de priesters onmogelijk werd gemaakt. Dit was een ontwikkeling die door de Paus en door driekwart van de bisschoppen uitdrukkelijk werd afgekeurd (Zie de instructie "Memoriale Domini" van Paulus VI). Niettemin dreef de tegendraadse clerus uit die tijd haar zin door, en het gevolg is dat we nu met een geseculariseerde kerkcultuur zitten, die ontelbare mensen uit de Kerk gejaagd heeft.

- © Copyright informatie

-Naar de Startpagina
Katholieken moeten altijd zorgvuldig hun geweten onderzoeken voor zij ter Communie gaan, en het is ongedoopten of niet-katholieken beslist onder alle omstandigheden verboden om de Heilige Communie te ontvangen.
De Reformatie bestrijdt het eucharistische geloof
De lange traditie van ontzag voor het heilige mysterie kwam voor het eerst ernstig in gevaar door de Reformatie, begin 16e eeuw. De protestantse revolte-beweging tegen de Katholieke Kerk zocht alles te vernietigen wat niet met hun schrale opvattingen van het Evangelie overeenkwam, en het belangrijkste doelwit daarbij was het sacrament van de Eucharistie. De Kerk brengt niet alleen de Eucharistie voort, maar andersom brengt de Eucharistie ook de Kerk voort. Wie dus de Kerk wil ondermijnen, moet het geloof in de Eucharistie ondermijnen. De reformator Martin Butzer (1491-1551) was zich hier heel goed van bewust. Hij schreef:
“Ieder bijgeloof van de Roomse Antichrist moet verafschuwd worden...Ten eerste de valse eer die zij dit sacrament willen bewijzen, en ten tweede de kwaadaardige hoogmoed van de priesters die aanspraak maken op een grotere heiligheid dan de gelovigen, uit kracht van de wijdingsolie. Dit geloof, dat de priesters de sacramenten mogen hanteren, maar niet toestaan dat de leken hetzelfde doen, en in plaats daarvan de sacramenten in de mond van de leken plaatsen, moet verwijderd worden. Op die manier zal het gemakkelijk zijn om goede mensen ertoe te brengen het heilige in de hand te ontvangen.” (Martin Bucer)
De handcommunie onder de eerste christenen
Wat is nu de werkelijke waarde van het historische argument voor de handcommunie? Communie op de hand werd inderdaad veel gepraktizeerd door de Jonge Kerk, maar de oorzaken hiervan hadden niets met idealisme of zuiverheid te maken. Ze hadden te maken met onwetendheid en christenvervolging.
De leer van de Kerk was in die eerste eeuwen sterk vertroebeld door ketterijen als arianisme, docetisme, nestorianisme en gnosticisme. Veel christenen hadden maar een zwak besef van de heiligheid van de Eucharistie. Lang niet alle nieuwbakken christenen geloofden in die tijd in de goddelijkheid van Jesus of in de leer van de Wezenlijke Tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie. Dit veroorzaakte veel gebrek aan respect voor de Heilige Hostie.

"In de hand gewerkt" door de christenvervolgingen

Een andere belangrijke oorzaak voor de handcommunie was de christenvervolging. Toen veel christenen omwille van hun geloof vervolgd werden, mochten lekengelovigen het Lichaam van Christus bij zich dragen (denk aan de H.Tarcisius) en soms zelfs thuis bewaren, om het te vereren en er in noodgeval van te eten. Je kon in die tijd immers voor je het wist en voordat je op tijd een priester kon roepen, zomaar uit je huis gesleurd worden om berecht te worden.
Aanraken van de Heilige Hostie is altijd voorbehouden geweest aan de priesters
In tegenstelling tot wat velen denken is tongcommunie geen middeleeuws verschijnsel. Paus Sixtus I
(117-126 n.Chr.) schreef al in het begin van de tweede eeuw:"statutum est ut sacra vasa non ab aliis quam a sacratis Dominoque dicatis contrectentur hominibus..." (Het heilige vaatwerk mag niet aangeraakt worden door anderen dan diegenen die door Wijding aan de Heer toegewijd zijn). Ook de Pausen Eutychianus (275-283) en Leo de Grote (440-461) verboden de gelovigen de Hostie aan te raken, net als de Kerkvader St.Basilius (330-379). De synode van Saragossa (380) bedreigde zelfs alle gelovigen, die de Heilige Gedaanten behandelden "als in tijden van vervolging" (-lees; die de Hostie met hun handen aanraakten-), met excommunicatie. De Synoden van Rouen (650) en van Constantinopel (692) schreven voor dat de Heilige Hostie door de gewijde handen van de priester in de mond van de gelovige geplaatst moest worden. Alleen als zeer bijzondere omstandigheden het eisten, mochten leken de hostie aanraken.
Butzer beschrijft het ware doel van de handcommunie: vernietiging van het geloof in de mystieke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie, dat door de reformatoren als een duivels bijgeloof werd gezien. Door het altaarsacrament in de handen van de gelovigen te plaatsen, zou het geloof in de bovennatuurlijke heiligheid van de Hostie snel afnemen.
Christen-zijn was in die tijd "staatsvijandig". De leer van de christenen was strijdig met de staatsideologie en dat leidde regelmatig tot nare vervolgingen. Alles moest stiekem gebeuren. Leken mochten in die tijd de Communie rondbrengen en het Heilig Sacrament thuis vereren. Ze moesten de Heilige Hostie dus af en toe wel aanraken. Handcommunie was in die dagen dus min of meer een noodzaak en een logisch gevolg van de buitengewone omstandigheden in die tijd. Het had niets te maken met spiritueel idealisme of een gewoonte die ze van Jesus geleerd zouden hebben. Cyrillus van Jerusalem (+386) spreekt in zijn mystagogische katechesen weliswaar over de hand als "troon voor de koning Christus", maar als hij deze woorden echt gesproken heeft, wat door geleerden betwijfeld wordt (zie Jungmann-Brunner, op. cit., p. 191, n.25.) dan deed hij dat wel na driehonderd jaar van christenvervolgingen. Handcommunie is onlosmakelijk verbonden met christenvervolging en met uitzonderlijke omstandigheden. De moderne handcommunie is daarom een anachronisme, die niet meer in deze tijd past, tenzij we weer een nieuwe kerkvervolging te verwachten zouden hebben...

Knielen voor het Allerheiligste
Waarom heeft de Kerk altijd de communie op de tong bevorderd? Die vraag kan iedereen eigenlijk vanzelf beantwoorden. Knielen en de Hostie ontvangen op de tong is een teken van liefde, respect, eerbied, onderwerping aan God en vooral van geloof. Knielen voor wat lijkt op een stukje brood, is een getuigenis van geloof en eerbied. Iemand die niet gelooft dat de H.Hostie Lichaam van Christus is, zal dat niet snel doen.
Knielend de H.Hostie op de tong ontvangen is niet in strijd met de waardigheid van de mens, zo schreef Paus Paulus VI al. Mensen die dit "kinderlijk" en "vernederend" vinden ontbreekt het aan geloof en aan gepaste vroomheid.
En om in te gaan op een ander argument wat altijd tegen de tongcommunie gebruikt wordt, nee, de tong is inderdaad niet heiliger dan de hand, maar tongcommunie benadrukt onze afhankelijkheid van God. Wij mensen kunnen ons God niet toeëigenen. Wij moeten Christus ontvangen door een daad van genade, die wij niet zelf "in de hand hebben". De majesteit van Christus is te groot om door ons schepselen op een achteloze manier ontvangen te worden. Communie op de tong vermijdt bovendien alle risico's van misbruik of verkruimeling van de Hostie. Wanneer de Kerk zich zou beperken tot de traditionele tongcommunie, dan zouden geconsacreerde hosties niet meer tussen de bladzijden van kerkboeken terug te vinden zijn, of op internet te koop aangeboden worden.

Kunnen beide vormen van communie naast elkaar bestaan?
Het is een feit dat het Vaticaan op dit moment (2006) beide vormen van communiceren accepteert (gebaseerd op een "indult", dat is, een gedoogbeleid, van Paulus VI). Totdat we andere richtlijnen krijgen van de Paus, zijn beide vormen van communie op dit moment kerkjuridisch gesproken "legaal". Wie bovenstaande argumenten dus niet overtuigend genoeg vindt om tot de traditie van het tongcommuniceren terug te keren, die kiest er voor door te gaan met het communiceren op de hand. Maar een aantal overwegingen zijn dan wel op zijn plaats.

Ten eerste: De huidige praktijk, dat de priester de communie op de hand staat uit te delen met een leek ernaast die precies hetzelfde doet, is schadelijk voor de geloofsopvoeding en vertroebelt de katholieke leer van de sacramentaliteit, omdat het de indruk wekt dat wijding geen enkel belang meer heeft
bij het omgaan met de Eucharistie.
Een mogelijke oplossing hiervoor is de priester te reserveren voor de tongcommunicanten. De priester stelt zoveel leken aan voor de communie-uitreiking als nodig is voor de (massa van) handcommunicanten, en blijft er zelf van afzijdig. Hij komt alleen dan in aktie, wanneer een gelovige om communie op de tong vraagt.
Een voor de hand liggend bezwaar hiertegen zou kunnen zijn dat de priester in Persona Christi de gemeenschap voorzit en als zodanig niet afzijdig kan blijven bij zoiets belangrijks als de uitreiking van de H.Eucharistie. Maar leken zijn niet gewijd en kunnen niet optreden in Persona Christi. Als men het verschil tussen priester en leek niet wil vertroebelen, dan zou de consequentie hiervan dus moeten zijn dat alle leken wordt verboden de communie uit te reiken.
Als we het iedereen naar de zin willen maken, dan blijft er maar één praktische oplossing over: de lekenuitdelers uitsluitend reserveren voor de handcommunicanten, en de priester uitsluitend voor hen die op de tong willen communiceren, op het gevaar af beschuldigd te worden van "tweedeling in de Kerk". Op een andere manier kunnen we in Nederland en België momenteel niet werken zonder onbewust en onbedoeld de betekenis van zowel de Eucharistie als de priesterwijding te ondergraven. Nog beter zou zijn om de handcommunie maar helemaal af te schaffen en mensen weer te verplichten aan de communiebank te verschijnen.

Ten tweede: Als het kerkelijk recht voorschrijft dat gelovigen nog steeds op de tong mogen communiceren, dan zijn de priesters ook verplicht de gelovigen daarop te wijzen en er een passende gelegenheid voor te scheppen, wat momenteel in geen enkele parochie gebeurt. Voor communie op de tong is een knielgelegenheid nodig, een bidstoel of een communiebank. De buitengewone bedienaar van de Eucharistie (de "lekenuitdeler") kan hierbij op veel gepastere wijze ingezet worden door weer als vanouds de priester te assisteren met de communiepateen.

Heeft het Tweede Vaticaanse Concilie de tongcommunie niet afgeschaft?
Nee. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is het communiceren op de tong niet afgeschaft door het Tweede Vaticaanse Concilie. De bisschoppen die op het Tweede Vaticaanse Concilie stemrecht hadden, hebben in 1969, vier jaar na het Concilie, een stemming gehouden over de handcommunie (Zie "Memoriale Domini" van Paulus VI), die toen al overal spontaan was ingevoerd door de parochiegeestelijkheid. De grote meerderheid van de Concilievaders bepleitten een terugkeer naar de traditionele wijze van communiceren en hebben de handcommunie afgekeurd als een praktijk die schadelijk was voor het kerkelijke leven.
Dat standpunt blijkt ook nog steeds uit het Altaarmissaal van 1970. Nummer 117 van de Algemene Inleiding daarvan luidt als volgt:
"Dan neemt hij (de priester) de pateen of de ciborie en gaat naar hen die willen communiceren; als de communie onder één gedaante gegeven wordt, toont hij aan ieder de hostie door haar wat omhoog te heffen en zegt: 'Lichaam van Christus'. Degene die communiceert, antwoordt: 'Amen', en ontvangt het Sacrament, terwijl hij een communie-pateen onder de kin houdt"
(!!!).
Een communie-pateen onder de kin heeft alleen maar zin wanneer de communie op de tong ontvangen wordt. Het Altaarmissaal gaat er dus nog steeds van uit dat in de normale situatie in de Kerk gelovigen de communie op hun tong ontvangen. Daarom staat de communie-pateen nu, veertig jaar na het Tweede Vaticaanse Concilie, nog altijd in het Rituale voorgeschreven om te worden gebruikt bij de tongcommunie. Maar door de modernistische cultuur is er bijna geen een pastoor meer die er nog raad mee weet of zelfs nog maar weet waar die pateen eigenlijk voor dient.