De Bisschoppensynode is een permanente instelling die door paus Paulus VI op 15 september 1965 in het leven werd geroepen. Hij haf daarmee gehoor aan de vraag van de concilievaders, die zo hoopten de geest van Vaticanum II levendig te houden. Het woord synode is Grieks; ‘syn’ betekent ‘samen’, ‘hodos’ is ‘baan’ of ‘weg’. Het slaat dus op een samenkomst: een religieuze bijeenkomst waarin de bisschoppen rond en met de Heilige Vader verzameld zijn en de kans krijgen om met elkaar te overleggen en ervaringen en informatie uit te wisselen. Zo kunnen ze samen zoeken naar pastorale oplossingen met een universele geldigheid en toepassing. In het algemeen kan men zo’n synode omschrijven als een bijeenkomst van bisschoppen, die het katholieke episcopaat vertegenwoordigen en die de taak hebben om de paus bij het bestuur van de universele kerk als raadgever bij te staan. Deze paus noemde die synode al “een bijzonder vruchtbare uitdrukking en instrument van de collegialiteit van de bisschoppen”.

Miniconcilie

Hoewel de Bisschoppensynode pas na het Tweede Vaticaans Concilie werd opgericht, bestond ook daarvoor al het idee van een structuur die de bisschoppen in staat zou stellen om de paus bij het bestuur van de universele Kerk bij te staan. Kardinaal Silvio Oddi, die toen aartsbisschop en pro-nuntius was in de Verenigde Arabische Republiek (Egypte), formuleerde op 5 november 1959 het voorstel om een centraal bestuursorgaan voor de katholieke kerk op te richten. Zelf omschreef hij dit als een ‘raadgevend orgaan’. Daarmee reageerde hij op klachten uit de hele wereld dat zo’n permanent raadgevend orgaan niet bestond, met uitzondering van de Romeinse Congregaties. Hij pleitte voor een soort miniconcilie, bestaande uit mensen uit de hele wereld die zich sporadisch – bijvoorbeeld een keer per jaar – zouden buigen over belangrijke problemen en nieuwe wegen zouden aangeven voor de werking van de Kerk.

Kardinaal Alfrink

Op 22 december 1959 betoogde de Nederlandse kardinaal Alfrink dat het bestuur van de universele Kerk van rechtswege wordt uitgeoefend door het college van bisschoppen, waarvan de paus het hoofd is. “Daaruit volgt dat de zorg om de universele Kerk de verantwoordelijkheid is van elke bisschop, individueel, maar in een andere betekenis ook door alle bisschoppen die participeren aan het bestuur van de Kerk wereldwijd.” Volgens kardinaal Alfrink kon dit niet alleen gestalte krijgen door het samenroepen van een oecumenisch concilie, maar ook door het in het leven roepen van een nieuwe instelling, “mogelijk een permanente raad van gespecialiseerde bisschoppen, die door de Kerk verkozen zijn” en “die verenigd zijn met de Heilige Vader en de kardinalen van de Romeinse Curie”. In concreto zou dit betekenen dat de Romeinse Congregaties enkel nog een raadgevende en uitvoerende macht zouden behouden.

Bisschoppensynode

Een beslissende stap werd gezet dankzij Paus Paulus VI, toen nog aartsbisschop van Milaan. Bij een herdenking van het overlijden van paus Johannes XXIII verwees hij naar de bestaande samenwerking van het episcopaat, dat de verantwoordelijkheid zou krijgen om de hele katholieke Kerk te besturen. Na zijn pausverkiezing keerde hij terug naar het concept van samenwerking van de bisschoppen, verenigd met de opvolger van de Heilige Petrus. Hij verdedigde dit concept onder meer tijdens een toespraak tot de Romeinse Curie (op 21 september 1963), en tijdens de opening van de tweede sessie van het tweede Vaticaans Concilie (op 29 september 1963) en opnieuw bij het slot daarvan (op 4 december 1963).
Op het einde van de openingstoespraak de laatste sessie van Vaticanum II (op 14 september 1965), maakte Paus Paulus VI zijn intentie bekend om een Bisschoppensynode op te richten. Die zou grotendeels zijn samengesteld door bisschoppen die worden voorgedragen door de bisschoppenconferenties, met toestemming en geroepen door de paus, overeenkomstig de noden van de Kerk. Zij zouden hem raad geven en met hem samenwerken op ogenblikken waarop dat opportuun is voor de Kerk. De volgende dag, op 15 september 1965, bij het begin van de 128ste algemene vergadering, kondigde bisschop Pericle Felici, de secretaris-generaal van het Concilie, het motu proprio ‘Apostolica Sollicitudo’ af waarmee de Bisschoppensynode officieel werd ingesteld.

(Bron: Kerknet Vlaanderen)