Kardinaal Wim Eijk gaf deze week een interview aan het Italiaanse rooms-katholieke medium ACI Stampa. Behalve over gender-ideologie – een van Eijks geliefde onderwerpen – sprak de kardinaal ook over de nut en noodzaak van katholieke (massa)media, ook in Nederland. ‘Het is zeer belangrijk dat de r.k.-kerk haar massamedia handhaaft,’ zo zegt hij in het interview, wijzend op het verdwijnen van de katholieke media sinds de jaren zestig van de vorige eeuw. ‘Je moet beslissen om de katholieke media die er nog zijn, te ondersteunen.’

Deze uitspraken zijn opmerkelijk, en wel om meerdere redenen. Ten eerste: je zult maar werken bij Radio Maria, het Katholiek Nieuwsblad of ons eigen Katholiek.nl. Toegegeven, het zijn geen massamedia die honderdduizenden, laat staan miljoenen Nederlanders bereiken. Maar niettemin vervullen zij een bepaalde, bescheiden functie in het Nederlandse medialandschap. Ten tweede: je zult maar werken bij KRO/NCRV, zeker als voormalig werknemer van de ter ziele gegane RKK. Niet dat de KRO zo zichtbaar en hoorbaar (meer) rooms-katholiek is, maar toch.

Katholieke zaak

Je zou natuurlijk kunnen betogen dat mgr. Eijk juist bedoeld dat Katholiek Nieuwsblad en KRO/NCRV vanuit de Nederlandse kerkprovincie moeten worden ondersteund in het goede werk dat zij voor de katholieke zaak doen. Maar wie het interview verder leest, merkt dat de kardinaal iets anders voor ogen heeft. ‘Gelovigen zoeken nog altijd naar berichten die door de bisschoppenconferentie en de bisdommen worden gepubliceerd.’ In Eijks visie zijn ‘katholieke media’ vooral bedoeld om de leer van de kerk uit te dragen, ‘vooral die aangaande gender-ideologie.’

Eijks pleidooi voor op de rooms-katholieke kerk betrokken journalistiek, lijkt hiermee te verzanden in een vorm van propagandajournalistiek. En dat is jammer. Taco Rijssemus, voormalig mediadirecteur van KRO/NCRV, onderscheidt in zijn proefschrift Het journalistieke weten (2014) vier journalistieke modellen. Het eerste model is het ‘professiemodel’ waarbij journalisten zichzelf verstaan als neutrale verslaggevers die het nieuws objectief verslaan. Populair model onder journalisten, maar noties als ‘neutraal’ en ‘objectief’ zijn uiterst lastig in de praktijk vorm te geven.

Betrokken journalistiek

Rijssemus’ tweede model is die van betrokken journalistiek. Het nieuws wordt dan gebracht vanuit het perspectief van een politieke overtuiging, een ideologie of een levensbeschouwelijke visie. Deze journalisten zijn (ook) onafhankelijk (van een kerk of politieke partij), maar ze zijn niet neutraal of onpartijdig. Het gevaar van betrokken journalisten is dat ze de waarheidsvinding kunnen vergeten ten bate van wat niets anders meer genoemd kan worden dan propagandajournalistiek (model drie), waarbij alleen meninkjes nog de dienst uitmaken. Het vierde model is die van de commerciële omroepen waarbij journalisten vooral dat nieuws verslaan dat zo goed mogelijk verkoopt.

Mgr. Eijk lijkt in eerste instantie te pleiten voor meer (bij de r.k.-kerk) betrokken professionele journalisten, maar gezien zijn onmiddellijke voorbeeld van de bisdomscommunicatie wil hij eigen een vorm van kerkelijke propagandajournalistiek. En dat is op zijn minst ironisch te noemen. In het interview waarschuwt de kardinaal dat het in de gender-discussie niet gaat om meningen, maar over de waarheid (zoals de r.k.-kerk die leert). Tegelijkertijd lijkt zijn communicatiestrategie nog het meest branded journalism, een commerciële vorm van propagandajournalistiek.

Religiejournalistiek

Ik steun mgr. Eijk van harte. Het is tijd voor meer betrokken journalisten. Zoals Rijssemus opsomt, een betrokken journalist maakt betrokken nieuwskeuzes, stelt betrokken onderzoeksvragen, is een duider van de gecheckte feiten, legt op kritische wijze dieperliggende oorzaken bloot, en hanteert betrokken taal. Zulke journalisten hebben we in Nederland nodig, zeker op het kaalgeplukte en bijkans ontvolkte terrein van de religiejournalistiek. Daarbij hoort ook zeker het doorgeven van boodschappen van kerkelijke officials, maar nooit ‘naakt’, altijd voorzien van (welwillende) duiding en (kritisch) reflectie. En die zijn er zeker, maar het zijn er heel, heel erg weinig.

Journalisten, theologen en gelovigen kunnen een pact aangaan met elkaar, een pact gericht op het zoeken naar waarheid. Elk op zijn eigen manier. Dit zoeken naar waarheid heeft geen propaganda nodig, dan maakt het zoeken zelf ongeloofwaardig. Maar dit waarheidszoeken heeft ook geen onmogelijke neutraliteit nodig, dat maakt het zoeken zelf overbodig.

Foto: FreeImages.com