Een ‘wicked problem’. Dat is een probleem waarvoor niet meteen een voor de hand liggende oplossing te vinden is. Daarvoor is het probleem te complex: bijvoorbeeld de vluchtelingenstroom, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen of de problemen in het Midden-Oosten. Om die op te lossen heb je mensen nodig die tegendraads zijn, aldus Ernst Hirsch Ballin.

Het zijn bijzondere en moedige mensen die ons aan het denken zetten. “Wat ze hebben gedaan kan worden voorzien van een uitroepteken voor ons.”

Vier van die mensen inspireerden hem tot het schrijven van essays.

Lodewijk Ernst Visser was president van de Hoge Raad. Tijdens de bezetting eisten de Duitsers dat alle ambtenaren moesten bewijzen dat ze geen joodse familie hadden. Visser weigerde deze ‘ariërverklaring’ te overleggen.

Anton de Kom werd vermoord in het concentratiekamp Neuengamme. Hij was afkomstig uit Suriname en werd als nationalist door de koloniale autoriteiten naar Nederland verbannen. Daar ging hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet tegen de Duitse overheersing.

Thomas More (1478–1535) werd ter dood gebracht omdat hij zich verzette tegen de Engelse koning Hendrik VIII die zichzelf door het parlement had laten uitroepen tot hoofd van de kerk in Engeland en daarmee feitelijk de Anglicaanse kerk afscheidde van de rooms-katholieke. Maar het was niet zijn gehoorzaamheid aan de rooms-katholieke kerk die hem dreef, maar zijn verdediging van de persoonlijke vrijheid, schrijft Hirsch Ballin in het essay dat onder meer uiteenzet hoe de rooms-katholieke Kerk pas in de twintigste eeuw de rechten van de mens centraal ging stellen. Hij laat zien dat dit de consequentie was van wat Thomas van Aquino al in de Middeleeuwen stelde, namelijk dat het geweten altijd voorrang heeft.

‘Waar het onderhandelen ophoudt’, is de titel van het hoofdstuk over Titus Brandsma. Veel Nederlanders waren tijdens de eerste jaren van de bezetting van mening waren dat de wereld nu eenmaal veranderd was en dat verzet tegen de Duitsland, de nazi’s en de NSB nutteloos was. Katholieke kranten overwogen daarom om de verplichte advertenties voor de NSB op te nemen. Brandsma ging de redacties van de katholieke pers langs om dat niet te doen. Daarom werd hij gearresteerd en overgebracht naar het concentratiekamp Dachau, waar hij werd vermoord.

Net als in de andere essays in het boek, beslaat het verhaal van de hoofdpersoon slechts een klein deel van de tekst. Hirsch Ballin schrijft geen biografische schetsen, maar laat zien hoe ze hem aan het denken zetten, vooral over de betekenis van het recht.

Wat hem in Titus Brandsma inspireert is dat deze op het eerste gezicht bescheiden geleerde wist waar hij tegen de stroom in moest gaan. Brandsma deed dat namelijk in de eerste periode van de Duitse bezetting toen veel Nederlanders immers van mening waren dat men zich bij de Duitse suprematie moest neerleggen en dat verzet zinloos was. Proberen het beste ervan te maken, daar kwam het op neer.

Brandsma’s verzet zette Hirsch Ballin onder meer aan het denken over de houding die we tegenwoordig aannemen tegenover totalitaire regimes. “Regimes die mensenrechten met voeten treden, zoals Saoedi-Arabië, worden als waardevolle bondgenoten beschouwd, soms met de geveinsde bescheidenheid dat we westerse ideeën niet aan anderen mogen opleggen.”

Maar ook doorgrondt Hirsch Ballin het wezen van de rechtsopvatting van de nazi’s: “De raciale verhevenheid boven anderen die voor de Germaanse volksgenoten werd geclaimd, was een ontkenning van de gelijkwaardigheid van anderen als persoon”.

Daarom was het voor Titus Brandsma uitgesloten om compromissen te sluiten met de nationaal-socialisten. Een compromis, aldus Hirsch Ballin, moet recht doen aan beide partijen die dit compromis sluiten. “Een compromis hoeft niet perfect te zijn, maar het moet wel een stap zijn in de goede richting.”

Een compromis met de nazi’s was dat niet omdat ze de andere partij niet als gelijkwaardig zagen. “Dat was de praktische betekenis van Titus Brandsma’s meditatieve spiritualiteit. Zijn ervaring van Gods nabijheid maakte hem innerlijk weerbaar tegen mensen verachtende machten.”

Die verachting van mensen kenmerkte van begin af aan de houding van de nationaal-socialisten tegenover het recht. Zodra Hitler aan de macht kwam, begon hij het rechtssysteem te ondermijnen, vanuit een extreme minachting voor juristen.

Van de geschiedenis kun je niet leren door tussen het verleden en het heden een isgelijkteken te zetten. Wel door bij feiten uit het verleden een uitroepteken te plaatsen, vindt Hirsch Ballin. Op die plaatsen vinden we geen antwoorden op vragen van vandaag, maar wel de inspiratie om over soortgelijke situaties na te denken.

Ernst Hirsch Ballin, Tegen de stroom. Over mensen en ideeën die hoop geven in benarde tijden Amsterdam: Querido 2016 € 19,99, e-book € 11,99 Isbn 978 90 214 0222 2

Ernst Hirsch Ballin is hoogleraar aan de juridische faculteiten van de universiteiten van Tilburg en Amsterdam (UvA). Van 1989 tot 1994 en van 2006 tot 2010 was hij minister van justitie.