Paus Franciscus sprak over 15 kwalen van de Vaticaanse curie tijdens zijn jaarlijkse kerstgroeten aan de kardinalen, bisschoppen en priesters die de centrale administratie van katholieke kerk leiden. Dit is de lijst.

1) Het gevoel onsterfelijk, immuun en onmisbaar te zijn. “Een Curie die zich niet laat bekritiseren, die zich niet laat bijsturen en die zich niet probeert om zichzelf te verbeteren, is een ziek lichaam.”

2) Te hard werken. “Rust voor degenen hun werk hebben gedaan is noodzakelijk en moet serieus worden genomen.”

3) Geestelijk en mentaal hard zijn. “Het is gevaarlijk om de menselijke gevoeligheid te verliezen dat je laat huilen met hen die huilen, en meevieren met zij die vreugdevol zijn.”

4) Te veel plannen. “Een goede voorbereiding is noodzakelijk, maar probeer niet in de verleiding te komen om de vrijheid van de Heilige Geest te beperken. Hij is groter en ruimer dan een mens kan plannen.”

5) Werken zonder coördinatie. Dat is als een orkest dat geluid produceert. “Als de voet de hand vertelt ‘Ik heb je niet nodig’ of de hand het hoofd vertelt ‘Ik ben verantwoordelijk’.

6) Lijden aan spirituele Alzheimer. “We zien het bij mensen die de ontmoeting met de Heer hebben verloren. En bij degenen die zich volledig verlaten op het hier en nu, hun passies, hun grillen en manieren. We zien het bij hen die muren om zichzelf hebben gebouwd en slaaf zijn aan de afgoden die ze hun eigen handen hebben gemaakt.”

7) Rivaliseren of opscheppen. “Als iemands uiterlijk, de kleur van iemands kazuifel of een eretitel uitgroeit tot de belangrijkste doelstelling van het leven.”

8) Lijden aan existentiële schizofrenie. “Het is de ziekte van degenen die een dubbel leven hebben, vrucht van de hypocrisie die zo typisch is voor middelmatige en toenemende spirituele leegte. Het is een ziekte die vaak van invloed is op hen die zich beperken zich tot bureaucratisch werk en contact verliezen met de werkelijkheid en concrete situaties van mensen.”

9) Het plegen van een terrorisme aan roddels. “Het is de ziekte van laffe mensen die niet de moed hebben om met mensen rechtstreeks te praten en in plaats daarvan konkelen achter de rug van hen om.”

10) Het verheerlijken van de eigen bazen. “Het is de ziekte van degenen die hun superieuren het hof maken, in de hoop op hun welwillendheid. Ze zijn het slachtoffer van carrièriedrift en opportunisme, ze eren mensen die God niet zijn.”

11) Onverschilligheid naar anderen tonen. “Als je het plezierig vindt om een ander te zien vallen, uit jaloezie of sluwheid, in plaats van hem te helpen of aan te moedigen.”

12) Het hebben van een begrafenisgezicht. “Theatrale ernst en steriel pessimisme zijn vaak symptomen van angst en onzekerheid. De apostel moet beleefd, sereen, enthousiast en gelukkig zijn en vreugde doorgeven waar hij ook gaat.”

13) Steeds meer willen. “Als een apostel probeert zijn existentiële leegte in zijn hart te vullen door steeds meer materiële goederen te willen. Niet omdat hij ze nodig heeft, maar omdat hij zich dan zekerder voelt.”

14) Het vormen van ‘gesloten kringen’ die sterker willen zijn dan het geheel. “Deze ziekte begint altijd met goede bedoelingen maar, na verloop van tijd, het verkankert haar leden en de harmonie van het lichaam. Het heeft zo veel slechte invloed – lees: schandalen – op onze jongere broeders.”

15) Verlangen naar wereldijke winst en pronken. “Het is de ziekte van degenen die onverzadigbaar proberen hun macht te vergroten door zich beter voor te doen dan anderen en anderen in diskrediet te brengen, zelfs via kranten en tijdschriften.”