Afgelopen vrijdag 8 mei werd in Den Haag stil gestaan dat dertig jaar geleden de Acht Mei Beweging startte. Vlakbij het Malieveld werd een jubileumboek gepresenteerd en sprak theoloog Theo Salemink over de beweging die vernieuwing en een open en democratische kerk nastreefde tussen 1985 en 2003.

Frames

Salemink hield zijn publiek voor dat er vele beelden over de Acht Mei Beweging zijn gecreëerd, ten goede en ten kwade. “Laat ik een paar ‘frames’ noemen. AMB is een soort ketterij; het zijn afvalligen; het gaat om een kerkstrijd; AMB is de motor van polarisatie, AMB is de opstand van het ontevreden clericale middenkader; de aanhang van AMB is gefrustreerd, maar ook: AMB is een vernieuwingsbeweging aan de basis, AMB is een emancipatiebeweging.”

Deze ‘motor van de polarisatie’ en ’emancipatiebeweging’ zorgde niet voor de gewenste nauwe dialoog met de bisschoppen om de kerk democratischer te maken, aldus Salemink. Dat neemt de theoloog de bisschoppen kwalijk. Salemink: “De bisschoppen hebben zich te weinig gerealiseerd dat zij met hun aanval op de AMB het kind met het badwater weggooiden. Ze sneden het hart uit hun eigen kerk.”

Hij is de mening toegedaan dat de bisschoppen succesvol hebben gewerkt aan het einde van de vernieuwingsbeweging. “De tactische interventies van de bisschoppen, gesteund door een ondergrondse invloed van de reactionaire katholieke vleugel en invloeden vanuit de Romeinse Curie, de strategie van sancties en intimidaties, beroepsverboden en ontslagen, en vooral de verenging van het imago van de beweging tot een binnenkerkelijke controverse heeft zeker bijgedragen aan het einde van de AMB, naast vergrijzing en vermoeidheid en geldgebrek” zei hij in een goed gevulde Haagse Christus Triomfatorkerk.

Salemink komt tot de conclusie dat de Acht Mei Beweging een poging was “om een nieuwe katholieke omgang met grote maatschappelijke en geestelijke problemen in de overgang van de naoorlogse welvaartsstaat naar een neoliberaal tijdperk te realiseren omdat de ultramontaanse variant van het totaalkatholicisme niet meer werkte.”

Interessante jaren van nieuwe antwoorden

Hij benadrukt daarbij dat het “geen kerkstrijd, noch een katholieke reformatie” betrof. “Het was een poging om sturing te geven aan de snel veranderende maatschappij en daarvoor ethische, geestelijke en religieuze vormen te ontwikkelen. Het was geen glorieuze religieuze strijd om waarheid en God, noch een kwestie van ketterij en kerkstrijd – dat zijn fenomenen uit het totaalkatholicisme van de ultramontaanse tijd – maar het waren wel interessante jaren van nieuwe antwoorden op nieuwe maatschappelijke en geestelijke vragen van het neoliberalisme in opmars. Antwoorden op basis van oud religieus, ethisch en kerkelijk kapitaal, maar getransformeerd en aangepast aan een nieuwe tijd. Veelkleurig en onderling niet altijd gelijkgestemd. De bisschoppen waren niet in staat het sociale en geestelijke potentieel van deze vernieuwingsbeweging te herkennen, omdat zij opgesloten bleven binnen een geïdealiseerd beeld van de ultramontaans verleden. En personen en groepen binnen de AMB waren niet altijd in staat de zuigkracht van de bisschoppelijke framing te weerstaan.”