Een eeuw kloostergeschiedenis kwam vandaag in handen van de gemeente Oosterhout. Wethouder Jan Peters van deze gemeente kreeg symbolisch het archief van de Sint-Paulusabdij in Oosterhout overgedragen uit handen van Rien van den Heuvel osb. Hij is administrator van de communiteit, die het klooster in 2006 verliet en nu in het woonzorgcentrum Zuiderhout in Teteringen woont. Het archief zelf wordt bewaard in het Regionaal Archief Tilburg, dat de archieftaken van de gemeente Oosterhout uitvoert.

Van den Heuvel: “We zijn een orde met een historisch besef en het eerste waar we aan denken is het archief. Het dient om de stukken te bewaren over het leven in de gemeenschap. Daarom zijn we blij dat de gemeente het onder haar hoede wil nemen.”

Voor de gemeente Oosterhout is het archief van bijzondere betekenis. De Paulusabdij is namelijk een van de drie kloosters die samen de ‘Heilige Driehoek’ aan de oostkant van de stad vormen. Behalve de Paulusabdij, nu bewoond door de gemeenschap van Chemin Neuf, zijn dat de priorij Sint-Catharinadal van de Norbertinessen en de Onze-Lieve-Vrouweabdij van de benedictinessen.

De benedictijnen kwamen in 1907 naar Oosterhout. Ze waren afkomstig uit het Noord-Franse Wisques. In die tijd maakte de Franse overheid de religieuzen het leven moeilijk, zodat velen van hen uitweken naar landen als België en Nederland. Rien van den Heuvel herinnerde eraan dat ze nog tot voor kort in Oosterhout bekend stonden als de ‘Franse paters’. “Tot twintig jaar geleden wisten de meeste Oosterhouters niet waar de Paulusabdij was, maar wel waar de Franse paters woonden.”

Het was oorspronkelijk de bedoeling dat ze naar hun vaderland zouden terugkeren als de anti-kerkelijke storm was gaan liggen. Velen gingen inderdaad terug, maar enkelen bleven achter omdat ze merkten dat er in Nederland veel belangstelling was voor het benedictijnse kloosterleven.

Zo werd het klooster in Oosterhout in 1928 een zelfstandige abdij en vanuit hier werden twee andere benedictijner abdijen in Nederland gesticht: De St. Willibrordsabdij in het kasteel Slangenburg bij Doetinchem en de Adelbertusabdij in Egmond. Ook trok een aantal van de benedictijnen uit Oosterhout naar de abdij Sint-Benedictusberg in Mamelis bij Vaals, die na de Tweede Wereldoorlog leeg was komen staan.

Het archief van de abdij bevat geen spectaculaire documenten, maar geeft wel een inzicht in het leven van de abdij. Zo’n gemeenschap heeft een bijzonder karakter en dat zie je terug in het archief, aldus Ruerd de Vries die de documenten inventariseerde. “Het is geen museum met topstukken, maar een weergave van het dagelijks leven.”

In het archief bevinden zich onder meer de eerste kroniek van het klooster, brieven en persoonsdossiers van alle monniken. Brieven bijvoorbeeld van de auteur Frederik van Eeden, die in de abdij is gedoopt. Aan die gebeurtenis ging een uitgebreide correspondentie vooraf.

Ook is er veel te vinden over liturgie en gregoriaans: daar hebben de benedictijnen van Oosterhout altijd veel aandacht voor gehad. Maar er is ook een rubriek ‘bedrijven’ in de inventaris: ze moesten immers leven van het werk van hun handen. Dat maakt een kloosterarchief zo bijzonder, zegt De Vries: “Het is een soort midden tussen een organisatie- en een familiearchief.”

De inventaris van het archief en een belangrijk deel van de grote fotocollectie van de abdij zijn online te vinden op de site van het Regionaal Archief Tilburg.