Augustinus de ‘Regelvader’

0
275
Agustinus wordt gedoopt door Ambrosius van Milaan. Foto: heiligen.net
Agustinus wordt gedoopt door Ambrosius van Milaan. Foto: heiligen.net

Augustinus (354-430)

Norbertijnen en zovele andere religieuze ordes en congregaties (Augustijnen, Kruisheren, Zusters van Sint Monica, Augustinessen van Heemstede) beschouwen deze heilige uit de 4e-5e eeuw als hun ‘Regelvader’. Zij volgen de Regel van Augustinus die hij eerste geschreven heeft voor zusters en daarna voor clerici die in gemeenschap willen samenleven.

door Joost Jansen oPraem

U die een kloostergemeenschap vormt, dragen wij op het volgende na te leven. Allereerst moet u eensgezind tezamen wonen (Psalm 68,7), één van ziel en één van hart (Handelingen 4,32) op weg naar God. Want is dat juist niet de reden waarom u samen bent gaan leven?

Hoe eenvoudig kan het zijn! Gewoon samenleven, één van ziel en één van hart… Als iedere vorm van samenleven deze eenvoud zou kunnen hebben! En dat is het dus niet. Daarom hebben we deze Regel dan ook nodig om als kloostergemeenschap samen te wonen en te leven.

Augustinus was een van de eersten (misschien wel de eerste) die een Regel heeft opgeschreven. Later zal de heilige Benedictus een Regel voor monniken schrijven, uitgebreider. Basilius de Grote heeft (binnen het Oosters monnikendom) een Regel voor monniken geschreven. In de loop der eeuwen zijn vele ‘regels’ in de omloop gekomen. Echter op een gegeven moment – in de 11e eeuw – heeft een paus verordend dat iedere religieuze gemeenschap maar had te kiezen uit deze drie. De eigen bepalingen moesten dan maar in een ‘gebruikenboek’ worden neergeschreven. Dit maakt dat de Regel van Augustinus en de Regel van Benedictus in het Westers christendom leidend zijn.

De beleving van de Regel is in iedere tijd anders geweest: van een meer letterlijke opvatting van de tekst tot een heel vrije interpretatie. Ik houd ervan om het volgen van de Regel te koppelen aan hoe ik omga met de Tora, de Tora door Mozes van Sinaï ontvangen en de Tora die Jezus zelf is. Ook deze Tora moet steeds opnieuw in wisselende omstandigheden leidraad zijn voor mijn dagelijkse handelen. De Regel is geen ‘wet’ die mijn handelen precies invult, maar een richtingwijzer die er voor wil zorgen dat ik op de juiste koers blijf. Ga je uit om buiten het klooster iets te gaan doen, ga dan met z’n tweeën, staat er in de Regel. Moet ik dan altijd iemand meenemen? Lijkt me lastig vaak. Is het de bedoeling dat ik overal waar ik kom – alleen of met meerdere – reageer vanuit verbondenheid? Dat denk ik wel en dat is een gezond principe. Het behoedt me voor verschillende valkuilen. En als ik dan geen ‘compagnon de route’ heb dan kan ik me altijd nog voornemen dat ik ‘wandel onder Gods aanschijn’. De dialoog met deze reisgenoot is altijd voorhanden, als ik me ervoor open stel…

Na vele behartigenswaardige aanwijzingen in de Regel van Augustinus zijn er een paar prachtig zinnen ter afsluiting in hoofdstuk 8.

De Heer geve dat u, gegrepen door het verlangen naar geestelijke schoonheid (Sir 44,60; volgens de Septuagint), dit alles met liefde onderhoudt. Leef zo dat u door uw leven de levenwekkende goede geur van Christus verspreidt (2 Kor 2,15). Ga niet als slaven gebukt onder de wet, maar leef als vrije mensen onder de genade (Rom 6,14-22).

Let eens op de woorden: ‘schoonheid’ en ‘goede geur’! We komen onmiddellijk in een ander betekenisveld. Geen voorschriften over hoe je dient te gedragen of wat wel of niet mogelijk is in het gemeenschapsleven. Ons doen en laten, ons werken en ons bidden, de ‘ora et labora’ dienen gericht te zijn op schoonheid, geestelijk schoonheid. En: de goede geur van Christus verspreiden gaat ook over wat niet meetbaar en maakbaar is maar wat geestelijke mensen uitstralen.

De laatste zin van de Regel is:Vergeef mijn schulden leid mij niet in bekoring (Mt 6,12-13).

Het is genomen uit het Onze Vader. In deze nederigheid dient het hele geschrift gelezen te worden. Een ootmoedige houding van hem of haar die wil leven ‘onder een Regel’, bewust is van zijn tekorten en gericht is op de schoonheid van God en de goede geur van Christus.

Joost Jansen is norbertijn van de Abdij van Berne, pastoor van de parochie Heilige Augustinus (Berlicum/Middelrode, Dinther, Heeswijk en Loosbroek) en redacteur van Katholiek.nl