De ene atheïst is de andere niet. Dat blijkt wanneer je sociologisch onderzoek naar geloof en ongeloof goed bekijkt. Wie zich atheïst noemt, hoeft daarom nog niet elke vorm van spiritualiteit of transcendentie te verwerpen. Godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes doet in opdracht van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving in Amsterdam onderzoek naar ‘meervoudige religieuze binding’. Tertio sprak met hem.

“Atheïsten met wie ik gesprekken aanknoop, koesteren soms veeleer ‘spirituele’ denkbeelden. Dergelijke respondenten stellen onomwonden dat ‘het universum een intrinsieke zin heeft’ of ze ontwaren objectieve fundamenten voor onze normen en waarden. Ondanks hun blijvende naturalisme nemen die ongelovigen zodoende geen afstand van een subjectieve kern waarvoor ze elke wetenschappelijke verklaring schuldig blijven.”

Als voorbeeld noemt Smedes de kosmoloog Carl Sagan. Zijn tv-serie Cosmos was voor atheïsten het bewijs dat deze harde wetenschap onmogelijk te rijmen viel met het geloof in een god. Het beschouwen van de sterrenhemel riep bij Sagan evenwel religieuze ervaringen op. “Uit zijn werk spreekt ‘ontzag’ voor het ‘allerhoogste mysterie’. Niet meteen neutrale terminologie”, aldus Smedes.

Smedes waarschuwt daarom tegen een scherpe tweedeling tussen geloof en atheïsme. De werkelijkheid is dat er zich tussen de militante atheïsten en de christelijke apologeten een grijs gebied aan het vormen is van mensen die zich nog baseren op de christelijke traditie en bijvoorbeeld kloosters bezoeken en werken van christelijk mystici lezen, tot zij die tenminste nog een onbepaald geloof koesteren dat er ‘iets’ moet zijn.

(Bron: Tertio, christelijk opinieweekblad. Meer info en abonneren via www.tertio.be)

Foto: © Corine Zijerveld