Eergisteren heeft de voormalige Commissie Deetman zijn slotmonitor gepresenteerd. De slotmonitor is het laatste belangrijke document over vijf jaar onderzoek naar slachtoffers van seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk.

De slotmonitor toont de omgang in de kerk met een van de meest zwarte hoofdstukken uit de recente geschiedenis van het kerkgenootschap. In het document wordt een periode van vijf intensieve jaren beschreven over erkenning, genoegdoening en hulp aan misbruikslachtoffers.

Erkenning, genoegdoening, hulpverlening

In het 81 pagina’s dikke rapport zijn drie hoofdlijnen te zien.

De algemene conclusie is, dat de rooms-katholieke kerk zich ervan bewust is geworden dat erkenning, genoegdoening en hulpverlening jegens de slachtoffers ook een publieke functie heeft. Na een moeizame opstartfase, mogelijk veroorzaakt door paniek, ongeloof en schaamte over de omvang en impact van het misbruik, heeft de kerk haar ‘verantwoordelijkheid (genomen) voor die klachten over seksueel misbruik die onvoldoende aannemelijk konden worden gemaakt,’ aldus Deetman.

De boodschap aan de Bisschoppenconferentie en de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR) “is en blijft dat in het belang van de slachtoffers moet worden gehandeld. Nu, maar ook zolang het nodig blijft.” Volgens de voormalige onderzoekscommissie is hulpverlening “een plicht en verantwoordelijkheid die blijft bestaan na en naast erkenning en genoegdoening.” Deetman adviseert de kerk om de rapportage ook aan andere landen beschikbaar te stellen, en ‘aan de hoogste leidinggevenden in het Vaticaan en aan de generalaten van ordes en congregaties’.

Geheimhoudingsbepalingen

Deetman uit kritiek op de geheimhoudingsbepalingen die met een aantal misbruikslachtoffers is afgesproken. Die bepalingen schrijven voor dat slachtoffers met niemand over (de regeling rond) hun misbruik mag praten. De slotmonitor roept op, dat geheimhoudingsbepalingen in overeenkomsten met slachtoffers niet langer voor deze slachtoffers moeten gelden. Er zijn minstens 369 mediation- en schikkingsovereenkomsten met slachtoffers gesloten. In 18 gevallen zijn het overeenkomsten met bisdommen (waarvan 6 met geheimhoudingsbepalingen) en in 351 gevallen zijn het overeenkomsten met ordes en congregaties (waarvan in ieder geval 255 met geheimhoudingsbepalingen).

Deetman constateert op basis van dit onderzoek een gebrek aan transparantie en dringt aan op een open omgang met deze overeenkomsten. Het onderzoek onder leiding van Deetman heeft feitelijk niet kunnen vaststellen dat hierbij sprake was van al dan niet bewust uitgeoefende dan wel gevoelde druk op slachtoffers om specifieke gevallen van seksueel misbruik buiten de openbaarheid te houden.

Elders net zo erg

Deetman schrijft verder dat het onderzoek in de rooms-katholieke kerk een voorbeeldfunctie heeft voor andere sectoren in de maatschappij. “De voormalige onderzoekscommissie spreekt de hoop uit dat ook afgewezen slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugd- en pleegzorg, van wie klachten over seksueel misbruik onvoldoende aannemelijk konden worden gemaakt, een mogelijkheid krijgen voor erkenning en genoegdoening zoals de RKK die inmiddels kent.”

Deetman schrijft dat “seksueel misbruik van minderjarigen en excessief geweld in afhankelijkheidsrelaties met minderjarigen helaas geen exclusief probleem van de rooms-katholieke kerk” zijn.

Uit TNS-NIPO-onderzoek bleek dat “elders seksueel misbruik van minderjarigen een omvang heeft die nagenoeg gelijk is aan wat in het onderzoek over seksueel misbruik van minderjarigen in de rooms-katholieke kerk is komen vast te staan”.

Cijfers

Het aantal slachtoffers dat hulp, erkenning en genoegdoening heeft gekregen, is ruim tweeduizend. Dat zijn slachtoffers van seksueel misbruik en van excessief geweld. Naar de stand van zaken van 1 juni 2016 zijn er 1.297 (gedeeltelijk) gegrond verklaarde klachten over seksueel misbruik, 144 klagers waarvan de klacht niet gegrond was verklaard maar in de slotactie erkend zijn, 420 klagers en melders over excessief geweld en minstens 369 klagers over seksueel misbruik met wie mediation- en schikkingsovereenkomsten zijn overeengekomen.

Van alle klachten heeft 98,4 procent op basis van de klachtenregeling, schikkingen en slotactie geleid tot erkenning van en genoegdoening voor het aangedane seksueel misbruik.