Titus de Kemp oPraem schrijft voor katholiek.nl over de adventsweken en hoe hij deze persoonlijk ervaart.

Vanzelfsprekend zit ik weer in de kerk om de zondagsliturgie mee te vieren. In de tweede lezing hoor ik Paulus zeggen:”Verheugt u in de Heer”. Daar blijf ik bij haken en ik stem ermee in. Het kan toch onmogelijk de bedoeling van het evangelie zijn om ons leven zuur te maken. Juist andersom: ruimte scheppen voor blijheid, vreugde, in het ondanks alles verrukkelijke leven. Het moet iets vreselijks zijn om uitgeblust nergens geen zin meer in te hebben. Ik moet er niet aan denken.

Natuurlijk, je botst op sombere dagen met veel verdriet. Elke dag word je geconfronteerd met de ellende in de wereld en ook wel in je eigen omgeving. Blijft er dan in diepere lagen van je innerlijk toch een verborgen bron van vreugde liggen? Ik geloof van wel. Juist ook in je relatie met de Heer: daarop terug kunnen vallen lijkt me een zegen, een bijzondere kracht.

Ik lees terug naar de eerste lezing. Vandaag de profeet Sefanja aan het woord. Hij leefde in het oude Israël en ergerde zich dood aan de misstanden in Jeruzalem en omgeving. Woedend gaat hij daar tegen te keer, dreigend met de naderende onheilsdag, de Dies Irae (Gods toorn). Maar op het einde van zijn profetie slaat hij een heel andere toon aan. De toorn van God maakt daar plaats voor het tegenovergestelde: “God verheugt zich om u, door zijn liefde maakt Hij u nieuw, Hij jubelt om u van vreugde”. God heeft dus een intense vreugde om….om jou! Probeer dat toe laten in de diepte van je hart en er stil bij te verwijlen. De kern van ons geloof is dat je een bemind mens bent, dat God onvoorwaardelijk van je houdt. Moet je dan niet blijven proberen om een humaan mens te zijn? Natuurlijk. Hij stuwt je zelfs in die richting. Niet als een controleur, maar als een Vader/Moeder die kan jubelen over zijn dochter/zoon. En dat ben jij!

Stiekem kijk ik links en rechts. Zouden die kerkgangers er ook zo over denken? Misschien kunnen we er na afloop over praten en discussiëren.