Eerste hulp bij katholieke begrippen

0
617

Onlangs verscheen ‘Eerste hulp bij katholieke begrippen’ van Peter van Zoest, Eric van den Berg en Frank Bosman. Trouw waardeerde het boek met maar liefst vier sterren. Katholiek.nl ging met de schrijvers in gesprek over het boek en de motivatie om het te schrijven.

Hoe verhoudt Eerste hulp bij… zich tot Het Geel-Witte Boekje?

Peter van Zoest: ‘In 2012 publiceerden wij Het Geel-Witte Boekje, een knipoog naar het in de journalistiek gebruikte Groene Boekje en de geel-witte vlag van Vaticaanstad. De ondertitel luidde: ‘Eerste hulp bij katholieke begrippen’. Daarbij hadden we vooral mediaprofessionals voor ogen. We hoopten dat zij ons overzicht zouden raadplegen om te voorkomen dat ze de paus een mis laten ‘voordragen’ of in een interview de aartsbisschop van Utrecht als ‘meneer’ zouden aanspreken.

Het boekje was populairder dan we durfden hopen en vond bij een veel breder publiek aftrek dan bij de doelgroep waar we ons aanvankelijk op richtten. Veel méér mensen zijn kennelijk geïnteresseerd in het volstrekt eigen idioom van de katholieke kerk. Dat bleek onder andere uit de vele suggesties voor aanvullingen die we kregen. Zelf kwamen we ook tal van begrippen op het spoor die eigenlijk nog uitgelegd moesten worden. Dat alles heeft ertoe geleid dat er nu een tweede herziene en sterk uitgebreide druk verschijnt. Het aantal lemma’s is ruim verdubbeld tot achthonderd. De nieuwe versie richt zich op iedereen die het katholieke jargon beter wil begrijpen.’

Hoe is het idee ooit ontstaan? Een persoonlijke ergernis over een fout in de media wellicht? Weet je nog welke?

De drie auteurs glimlachen en trekken de ene na de andere anekdote uit de kast. Voor Eric van den Berg was het nieuwslezeres Sacha de Boer, die sprak over ‘eukasterie’. ‘Ik stoor me aan de uitspraak. De een zegt “ui-charistie”, de ander “eu-charistie”. Je zegt toch ook geen “uiropa”. Gek hoor!’ Voor Frank Bosman een andere nieuwslezer die sprak over een bisschop die met ‘emiraat’ gegaan was, in plaats van ‘emeritaat’. En Peter noemt Trouw die schrijft over een ‘pastoorsvrouw’ of de Volkskrant die de paus een mis liet ‘voordragen’. Eric merkt op dat het de auteurs uiteindelijk niet om die ergernissen te doen is. ‘Het is belangrijk dat het volstrekt unieke en rijke idioom wordt doorgegeven. We merken dat andersgelovigen nieuwsgierig zijn naar onze katholieke taal.’ De taal die katholieke kerk is ver weggezakt bij de journalisten, zo is de ervaring van alle drie.

Peter: ‘Aanvankelijk had het ANP een speciale dienst ‘geestelijk leven’ met deskundige redacteuren die wisten waar ze het over hadden als het ging over de katholieke kerk. Die begrepen meteen waar het over ging en daar kon je goed mee samenwerken. Ook bij kranten en tijdschriften had je destijds nog journalisten die al lang meeliepen en goed op de hoogte waren. Gaandeweg is die religie-specialisatie door bezuinigingen en verschuiving van prioriteiten bij veel media zo goed als verdwenen.’

Welke fout maken niet-katholieken het meest, of welke jeukt het ergst?

Frank legt uit dat het geen ramp is als niet-katholieken, journalisten of niet, fouten maken als het gaat om het specifieke taalgebruik wat erbij hoort. ‘Maar wat mij zo stoort, is dat niemand dat erg lijkt te vinden. Journalisten specialiseren zich in economie, of juist sport of buitenland, maar niet in religie. Als journalisten dezelfde fouten zouden maken over Donald Trump of Ajax, dan zouden ze hun baan niet lang houden. Maar maak je fouten op het religieuze domein, dan haalt iedereen zijn schouders erover op.’

Welke begrippen waren voor jullie ook nog nieuw of onduidelijk?

Eric nam het voortouw om tot een longlist te komen. ‘We hebben de boel verder in de steigers gezet in het Utrechtse Domcafé,’ aldus de auteurs. De lemma’s hadden een goeie upgrade nodig. Eric: ‘Dat waren er zo’n 1000, ook sterk verouderde woorden of woorden die niet alledaags meer zijn. Zulke lemma’s hebben het uiteindelijk niet gehaald, want we wilden samen met uitgever Pieter de Boer een eerste hulp bieden, geen encyclopedisch naslagwerk.’ Peter zit intussen te grinniken en zegt met journalistieke trots: ‘er waren voor mij geen woorden die ik niet kende’. Frank schudt zijn hoofd en zegt eerlijk: ‘Voor sommige woorden moest ik ook even speurwerk doen, eerlijk is eerlijk. Veel leuker vond ik de discussies onderling welk lemma er wel of niet in moest komen. Zo was ik van mening dat de termen “monothelitisme” en “monophysitisme” er echt wel in hadden gemogen, maar nee hoor.’ Hij haalt lachend zijn schouders op.

Wat wordt jullie volgende project?

Peter: ‘Zelf ben ik bezig te onderzoeken of er laagdrempelige handreikingen kunnen komen voor niet al te fanatiek gelovige katholieke ouders die worstelen met de geloofsopvoeding van hun jonge kinderen. Als je bekijkt wat wordt aangeboden op het gebied van catechese is er eigenlijk niets voor deze volgens mij hele grote groep katholieken. Het materiaal dat wordt aangeboden staat vaak mijlenver af van de belevingswereld van ouders en mijn inziens ook van kinderen anno nu. Ik heb dat project ‘Kleine katholiek’ gedoopt. Moet nog wel zien wat het wordt.’

Eric: ‘Ik zoek een uitgever om een boek voor startende ondernemers uit te geven. In potlood is het boek al af.’ Bosman: ‘Ik heb altijd meerdere projecten op de rol staan, maar op dit moment ben ik vooral bezig met een Nederlandstalig boek over de Nizarische Isma’ilieten, die wij in het westen beter kennen als Assassijnen. Smullen!’