In zijn traditionele vastenbrief aan het begin van de Veertigdagentijd staat aartsbisschop Eijk stil bij de ontkerkelijking in het aartsbisdom. “Iedere keer als ik een verzoek krijg van een parochiebestuur om een kerkgebouw aan de eredienst te onttrekken, doe ik dat met pijn in het hart,” schrijft hij.

“Ook voor de R.-K. Kerk in Nederland lijkt de wintertijd voorlopig nog niet voorbij,” opent de kardinaal. “De ontkerkelijking die al decennia gaande is, haalde vorige maand weer eens de krantenkoppen omdat volgens onderzoek een omslagpunt is bereikt”. Daarbij verwijst Eijk naar dagblad Trouw waarin recent werd gesproken dat er meer ongelovigen dan gelovigen in Nederland zijn.

Facebook is vluchtig

Een van de oorzaken is het individualisme, aldus Eijk. “Het moderne individu ontwerpt tegenwoordig zijn eigen leven en ziet zichzelf als de enige auteur van zijn levensverhaal. Het ‘kind van deze tijd’ ervaart zichzelf niet als een door God gegeven geschenk aan de ouders, maar als een geschenk aan de wereld. En dus is het moderne individu voortdurend op jacht naar erkenning van die wereld. Dat gebeurt in de vele talentenjachten, maar ook op sociale media, waarin het aantal likes op Facebook mede bepalend is voor de status van de persoon. Maar de bereikte status is ondanks permanente ‘statusupdates’ vluchtig, want mist een fundament. Als de Heer het huis niet wil bouwen, vergeefs zwoegen daaraan de bouwers (Psalm 127).”

Eijk vindt dat het individualisme “zich maar moeilijk met het rooms-katholieke geloof” verdraagt, waarin de gemeenschap een belangrijke rol speelt. “We komen samen om het sacrament van de Eucharistie te vieren en zo letterlijk dank te zeggen. Door het vieren van de Eucharistie worden we in onderlinge verbondenheid één met Christus. Dat betekent echter niet dat we als christenen in het dagelijkse leven onze persoonlijkheid opgeven: ieder van ons is begiftigd met unieke talenten en heeft de opdracht om die ten volle in te zetten.”

Aartsbisdom

Het sluiten van kerkgebouwen door het teruglopende kerkbezoek “zorgt bij de direct betrokkenen voor diepe gevoelens van verdriet. Maar ook bij mij: iedere keer als ik een verzoek krijg van een parochiebestuur om een kerkgebouw aan de eredienst te onttrekken, doe ik dat met pijn in het hart.”

Eijk: “Bij nogal wat mensen geeft dit alles verwarring en boosheid. Het is echter belangrijk om niet in die boosheid te volharden. Het gevaar bestaat namelijk dat boosheid omslaat in verbittering en bitterheid functioneert als een kerker waarin geen licht kan binnendringen. Het is juist zaak om open te blijven staan, open voor God en open voor de medeparochianen met wie we gezamenlijk de Kerk vormen. Dat geldt voor de kerken die open blijven voor de viering van de Eucharistie en de andere sacramenten, alsook voor dorpen en stadswijken waar geen kerkgebouw meer is. Daar kunnen we als katholieken op andere momenten samenkomen om elkaar nabij te zijn en ons geloof te verdiepen door gebed, de Schrift, catechese. Met het verdwijnen van een kerkgebouw verdwijnen immers niet ons geloof en Kerk-zijn in een dorp of wijk.”

Vertrouwen

“Hoe moeilijk onze persoonlijke omstandigheden ook zijn, we mogen er altijd op vertrouwen dat Christus ons nabij is”, vervolgt de aartsbisschop in zijn vastenbrief. “Hij is onze loods terwijl we tegen de stroom van de tijdgeest inroeien om ons geloof te verkondigen. De Veertigdagentijd biedt ons bij uitstek de gelegenheid om Zijn gezelschap te zoeken, door Hem gesterkt te worden en ons geloof, onze hoop en onze liefde te verdiepen. Zodat we ons gezamenlijk met vreugde kunnen blijven inspannen voor de verspreiding van het Evangelie.”