Eucharistie en het sacrament van boete en verzoening

0
1730

Terecht hebben de synodevaders verklaard dat de liefde tot de Eucharistie leidt tot een groeiende waardering voor het sacrament van boete en verzoening. Op grond van de relatie tussen deze sacramenten kan een authentieke catechese over de betekenis van de Eucharistie niet losgekoppeld worden van de opwekking de weg van de boete te gaan (vgl. 1Kor 11,27-29). Zeker, we kunnen vaststellen dat de gelovigen in onze tijd zijn ondergedompeld in een cultuur die erop gericht is het zondebesef te doen verdwijnen, een cultuur die een oppervlakkige houding bevordert, die de noodzaak in staat van genade te verkeren om de Communie waardig te ontvangen doet vergeten. Het verlies van het zondebewustzijn brengt ook altijd een zekere oppervlakkigheid in het ervaren van Gods liefde met zich mee. Het kan voor de gelovigen van groot nut zijn zich de elementen voor de geest te halen die tijdens de ritus van de heilige Mis het besef van de eigen zonde en tegelijkertijd de barmhartigheid van God ondubbelzinnig tot uitdrukking brengen. Daarnaast herinnert de relatie tussen Eucharistie en verzoening ons eraan dat de zonde nooit een uitsluitend individuele aangelegenheid is. De zonde brengt ook altijd een verwonding in de kerkelijke gemeenschap met zich mee, waarin wij door het Doopsel zijn ingelijfd. Daarom is de verzoening, zoals de Kerkvaders zeiden, laboriosus quidam baptismus, waarmee ze onderstreepten dat het resultaat van de weg van de bekering ook het herstel van de volledige kerkelijke gemeenschap is, die tot uitdrukking komt in het opnieuw ontvangen van de Eucharistie. (SC 20)

Overweging
In onze streken worden we heel sterk geconfronteerd met het verdwijnen van het zondebewustzijn en het verslappen van de liefde voor de Eucharistie. De meeste katholieken tot een jaar of 55 hebben niet meer (of nog niet) geleerd, dat er een verband is tussen de Eucharistie en de biecht. Daarmee verbonden – zo stelt de bovenstaande tekst – brengt dit verlies aan zondebesef ook altijd een zekere oppervlakkigheid in het ervaren van Gods liefde met zich mee. Er is sprake van een oppervlakkigheid in het geloof. Vanuit deze achtergrond is de situatie van het geloofsleven van veel katholieken (en christenen) en van onze Kerk in zijn totaliteit goed te verklaren.
Het heeft weinig zin om vanuit onze kerkelijke situatie te gaan klagen of in mineur te gaan treuren. Veel beter is een positieve instelling en een doelbewuste gerichtheid op de Heer én op de genademiddelen die Hij in het bijzonder door zijn Woord en door het Sacrament van de Eucharistie en Biecht aanreikt. Kortom: juist de eucharistische aanbidding helpt ons om in de huidige tijd van geloofsvervlakking de juiste weg te gaan. Eucharistische aanbidding is immers een bewuste, gelovige beaming van het “geheim van het geloof”, zoals we dit in elke eucharistie na de consecratie bekennen.
Vorig jaar heeft pater Raneiro Cantalamessa een interessante preek gehouden waarin hij stelde, dat het in de evangelisatie daarom gaat, dat mensen geholpen worden om Christus te vinden: “Men moet de mensen helpen om contact te krijgen met Jezus. Wij dienen datgene te doen wat Petrus op de dag van Pinksteren gedaan heeft met de drieduizend aanwezigen: voor hen over Jezus spreken die wij gekruisigd hebben en die God uit de dood heeft doen opstaan! We moeten hen tot het punt brengen waarop ook zij, in hun hart geraakt, uiteindelijk zullen vragen: “Wat moeten we doen, mannen broeders?” Hierop zullen wij – zoals Petrus – antwoorden: “Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden” als ge nog niet gedoopt bent. En als je al gedoopt ben: ga biechten!”
Dit geldt ook zeker voor hen die aanbidden: het vieren van de Eucharistie en de aanbidding van het Allerheiligste is ook voor ons een oproep tot voortdurende bekering. In elke Eucharistie wordt aan het begin de barmhartigheid van God afgesmeekt (Kyrie eleison!) en vóór het ontvangen van de Heilige Communie zeggen we: “Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek (slechts één woord) en ik zal gezond worden!” In het verlengde van de Eucharistie kan ook de aanbidding een tijd zijn waar we ons geweten onderzoeken, ons voorbereiden op de biecht en we Gods barmhartigheid afsmeken. In een meer naar “buiten” gerichte aanbidding, kan deze tijd ook aanleiding zijn om de barmhartigheid van God af te smeken voor onze parochies, familieleden en vrienden. Zeker in dit “Jaar van het Geloof” mogen we ook beseffen dat we door de aanbidding voor andere mensen de weg bereiden: het gebed, de offers, de moeilijkheden en uitdagingen van ons leven kunnen we goed verenigen met de Heer die wij aanbidden en verheerlijken. Het is tenslotte de houding van Johannes de Doper die ons in deze Adventstijd en de komende Kersttijd kan aansporen, om op zijn voorspraak te bidden en te verlangen dat velen komen tot geloof en tot aanvaarding van Gods barmhartigheid: “Zie het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt!”

Gebed
Heer, Gij zijt hier waarlijk tegenwoordig en schenkt ons in overvloed uw barmhartigheid. Gij zijt gekomen, niet om te veroordelen, maar om te redden en eeuwig leven te schenken. Open voor meer mensen de poort van het geloof, dat mensen Uw barmhartigheid aannemen en zich laten vernieuwen door uw genade. Neem mijn gebed en offer aan, tot eer en lof van U en tot heil van de mensen. Dat vraag ik U, door Christus onze Heer. Amen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here