Oogst zonder vakmanschap

0
510
Tarweveld

Zomertijd. Tijd om er op uit te trekken. Onderweg genieten we van weidse landschappen, niet zelden landbouwvelden. De moderne mens is vervreemd van het boerenleven. We weten nog amper welke gewassen er op de velden staan. Laat staan wanneer ze gezaaid en geoogst worden. We willen vers, biologisch en lekker eten, maar wat er nodig is om de ingrediënten mooi en gezond op de markt te krijgen, daar heeft de stadsmens geen weet van. Wat zegt mij als plattelandskind de parabel van de zaaier?

door Lucrèce Ongenaert

Zelf heb ik het geluk gehad om op een boerderij op te groeien. Aan tafel hoorde ik het wel en wee van gewassen en dieren en ook of het wat zou opbrengen. Want ja, de boerderij hoorde ook economisch rendabel te zijn. Het was altijd spannend. Als plattelandskind en boerendochter wil ik samen met u naar de parabel van de zaaier kijken. Want Jezus vertelde verhalen aan het gewone volk uit hun dagelijkse leven. Ook al bevat het verhaal een religieuze boodschap, in eerste instantie richtte Jezus zich niet tot theologen of schriftgeleerden die elk woord ontleden, maar tot gewone mensen.

‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien.’ Dat kennen we, dat is de eerste noodzakelijke arbeid om tot oogsten te komen.

‘Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, …’ Oh nee, wat een verkwisting. Daar is het zaaigoed veel te kostbaar voor. ‘Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was,…’ Kende deze landbouwer zijn grond niet goed? Een andere activiteit was hier beter geweest. Grasland misschien voor geiten. Die zouden hun buikje daar kunnen vullen en melk produceren.

‘Weer ander zaad viel tussen de distels, en de distels schoten op …’ Deze boer was nog lui ook. De distel is een onkruid dat zich mijlenver kan verspreiden met zijn pluizig zaad. Daar moet je kort op de bal spelen en ze verwijderen vooraleer ze bloemen dragen. Ik herinner me dat op zondag mijn vader zijn ronde deed langsheen de velden. Wij mochten mee in de auto. Aan een veld gekomen nam mijn vader zijn grote witte zakdoek uit zijn zak en begon aan zijn wandeling over de akker. Hij controleerde of het zaaigoed overal goed was ontkiemd en ondertussen trok hij met zijn zakdoek reeds alle stekelige distels eruit. Er is zelfs een Europese richtlijn die verbiedt om distels in bloei te laten komen.

Maar kijk, aan het slot van de parabel kan de zaaier toch overvloedig oogsten. Ondanks zijn ogenschijnlijke onkunde en tegenslag. Het is verrassend dat de logica van rendabel boeren niet kan doorgetrokken worden op de groeikracht van het Rijk van God. Een geheime kracht lijkt aan het werk. Wie luistert en hoort kan die op het spoor komen. Jezus zaait en tegenstand is overal. Maar ondanks de felle tegenwerking verspreidt het woord zich. God zorgt voor een overvloedige vruchtbaarheid, niet te voorspellen en niet te stoppen. Jezus herhaalt voortdurend: het Rijk van God is op handen. Niet elders in een verre hemel, maar hier tussen gewone mensen in het dagdagelijkse leven. Het heeft niets te maken met de logica van de eigenbaat maar met de zotheid van de liefde. De liefde voor de Heer en de gratuite liefde voor elk mensenkind.

Lucrèce Ongenaert is leerkracht RK-godsdienst, parochieassistent in het Vlaamse Sint-Gillis-Waas, predikant en medeoprichter van Vrome Vriendinnen (christelijke en islamitische vrouwen).
Dit artikel is beschikbaar gesteld door het Nederlands Bijbelgenootschap. Het is ook verschenen op www.debijbel.nl.