Oud archief van priorij Sint-Catharinadal in Oosterhout nu online beschikbaar

0
286

De archieven van de priorij Sint-Catharinadal zijn vanaf vandaag online te raadplegen via de website van het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC). Het materiaal zelf blijft veilig bewaard binnen de conventsmuren van Sint-Catharinadal.

De geestelijke, politieke en economische activiteiten van de priorij hebben veel sporen nagelaten in de vorm van archieven en handschriften, alle van groot belang voor de meest uiteenlopende onderzoeken. Tot voor kort waren ze enkel te raadplegen in Sint-Catharinadal zelf. In 2016 kon het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) via Metamorfoze, Nationaal programma voor het behoud van het papieren erfgoed, deze oude documenten tot ongeveer 1900, materieel laten verzorgen en digitaliseren, zodat ze niet meer fysiek geraadpleegd hoeven te worden.

De geschiedenis van het norbertinessenklooster Sint-Catharinadal verliep niet bepaald rustig. Al sinds 1647 huizen de zusters in de Blauwe Camer, een voormalig kasteeltje in Oosterhout. Ze kwamen er niet uit vrije wil terecht. Oosterhout was voor de norbertinessen een toevluchtsoord in bange dagen. Het gaf hun de mogelijkheid als enige klooster in de Republiek der Verenigde Nederlanden onafgebroken te kunnen blijven functioneren.

Voor de oorsprong van dit klooster moeten we naar de omgeving van Wouw en Roosendaal. Daar wist een zekere Servatius van Breda, een persoon die relaties met de toenmalige heren van Breda onderhield, in 1271 een groep vrouwen bijeen te brengen bij een kapel. Hij voorzag hen van inkomsten. De heren van Breda deden hetzelfde en wierpen zich bovendien op als beschermheer. De zusters werden opgenomen in de orde der norbertijnen, die in 1121 door Norbertus van Gennep in het Noord-Franse Prémontré gesticht was.

Omgeving Roosendaal, turfvaart

Hun woonplaats en goederen werden echter al spoedig bedreigd door overstromingen. Daardoor werden ze gedwongen te verhuizen en vestigden ze zich juist buiten de stadsmuur van Breda. Tot circa 1500 verliep hun leven daar zonder noemenswaardige verstoringen. Rond die tijd moesten ze zich echter gaan houden aan strengere regels. Stadsuitbreiding van Breda en de opkomst van de Reformatie leidden bovendien tot economische en religieuze onrust. Deze crisis ging gepaard met politieke troebelen. Willem van Oranje, de heer van Breda, moest wijken voor de hertog van Alva. De daarop volgende machtswisselingen in de stad  (nu eens Spaans, dan weer Staats) hadden hun weerslag op het klooster.

Uiteindelijk moesten de zusters de stad verlaten en verhuisden ze naar een kasteeltje in Oosterhout. Het klooster in Breda, tot staatseigendom verklaard, werd verbouwd tot kazerne. Hun andere bezittingen konden ze grotendeels behouden. Hun bestaan in Oosterhout werd in de Franse tijd wederom bedreigd, maar het houden van school garandeerde hun voortbestaan. Tot op de dag van vandaag wonen de zusters daar, nog steeds als norbertinessen, door zich voortdurend aan te passen aan de tijdgeest.

Kaart van het kasteeltje in Oosterhout