Regisseur Celibaat: ‘het mooie kloosterleven kost ook iets’

0
231
Documentaire 'Celibaat'

‘Ik heb een nieuwsgierigheid naar levens die anders zijn dan de grote massa. Ook naar oudere mensen, die al een heel leven geleefd hebben. En naar mensen die met het leven bezig zijn.’ Die nieuwsgierigheid van regisseur Daan Jongbloed leidde uiteindelijk tot zijn documentaire ‘Celibaat’, waarin hij met de Kruisheren van Sint Agatha in gesprek gaat over wat hun gekozen levensweg oplevert én kost.

Het begon met een oproep van de provincie Noord-Brabant voor ideeën om het Brabantse erfgoed in beeld te brengen. De winnaar zou subsidie kunnen krijgen om het project uit te voeren. ‘En ja, toen ben ik gewoon maar eens gaan Googelen,’ lacht Jongbloed. ‘Want wat is kenmerkend voor Noord-Brabant? Ik kwam uit op kloosters en het boerenleven.’ Eerder had hij al een documentaire gemaakt over de 97-jarige Brabantse boer Peer, die een teruggetrokken leven leidde alsof de tijd honderd jaar had stilgestaan. Zodoende koos Jongbloed ervoor om het kloosterleven in beeld te brengen, wat bovendien uitstekend matchte met zijn persoonlijke nieuwsgierigheid. Er volgde een zoektocht naar een communiteit die hier open voor stond.

De Kruisheren van Sint Agatha wilden wel in gesprek gaan over een eventuele documentaire. Nadat Jongbloed kennis had gemaakt met één van de paters, heeft die hem voorgesteld aan de andere leden van de communiteit. ‘Al snel had ik zoiets van: als ik film, dan moet ik ook wel echt weten hoe het is. Zodoende kreeg ik een eigen kamertje en ben ik eerst eens een week gaan meeleven,’ vertelt Jongbloed, die een zomer lang bij de Kruisheren woonde. ‘Na die eerste week heb ik voorzichtig mijn camera gepakt, ben ik begonnen met het filmen van de alledaagse dingen. En doordat je er zit, voel je nabijheid. Ik ervoer al snel een enorme toegankelijkheid.’

Jongbloed bespreekt vele onderwerpen met de Kruisheren: het krimpende aantal kloosters en religieuzen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook het geloof dat hij zelf niet kent. ‘Ik heb er zelf weinig affiniteit mee, maar voelde ook in de communiteit twijfel en verschillen: hoe geef je nu eigenlijk uiting aan je geloof, hoe ga je ermee om? Is het een opgave, een uitdaging? Of is het een bron waaruit je kunt putten, ook wat liefde betreft? Bij sommige paters merkte ik meer van het één, bij anderen meer van het ander. Liefde: met God, met elkaar, maar ook het soort liefde dat je moet opgeven: het werd een rode draad in de interviews. Wat geef je op en wat krijg je terug als je kiest voor het kloosterleven?

‘Door de openheid die ik voelde, kon ik mijn eigen vragen hierover makkelijk stellen. Mijn vragen, ja; het zegt ook iets voor mij dat ik die keuze maakte,’ vertelt Jongbloed. ‘Ik heb zelf geen relatie, maar ervaar wel seksuele energie, verlangens. Hoe ga je daar op een goede manier mee om? Ik heb geen godsdienstige achtergrond die mij iets verbiedt of voorschrijft. Toch ben ik ervan overtuigd dat je er echt niet gelukkiger van wordt als je op seksueel gebied gewoon maar doet waar je zin in hebt. Het andere uiterste is dat er helemaal niks ‘mag’. Daar een gezonde balans in vinden, is een moeilijke opgave als je geen relatie hebt. Ik vroeg me dus af hoe dat is voor mensen die op jonge leeftijd al voor een celibatair leven gekozen hebben.’

Wat maakt eigenlijk dat het zo moeilijk is om over seksuele gevoelens te praten? Jongbloed: ‘Als ik naar mezelf kijk, dan vind ik het al heel lastig om dat soort dingen met mijn eigen vrienden te bespreken. Schaamte komt denk ik voort uit het feit dat je dan toch min of meer moet toegeven dat je zwak bent ofzo, dat er iets is waar je moeilijk controle over hebt. Of dat er dan meteen gedacht wordt dat je porno kijkt ofzo… onderwerpen waar ik zelf al een rooie kop van krijg. Bij oudere generaties is dat denk ik nog sterker omdat er vroeger meer een taboe op seksualiteit rustte. In onze gesprekken vertelden sommige paters bovendien dat ze als jonge kloosterling bijvoorbeeld te horen kregen dat mensen die masturberen, niet in een klooster thuis horen. Dus hoewel iedereen met zijn gevoelens worstelde, stonden vragen als ‘hé, hoe is dat nu voor jou, hoe ervaar jij dat, hoe ga jij daar mee om?’ in feite gelijk aan een persoonlijke verklaring van onvermogen: ik ben ongeschikt, ik hoor hier niet thuis.’

Door de interviews met Jongbloed werd er in de communiteit ineens wél gesproken over seksualiteit. ‘In ieder geval even,’ relativeert Jongbloed. Eén van de Kruisheren, Joe, vertelt in een interview dat hij zich bovendien meer aangetrokken voelde tot mannen dan tot vrouwen. Hij had dit in de communiteit nog nooit gedeeld en vond het erg spannend om het interview met zijn huisgenoten terug te kijken. ‘Er is in de communiteit gelukkig heel begripvol op gereageerd,’ vertelt Jongbloed. ‘Joe was daarna erg opgelucht, een opluchting die misschien zelfs wel een blijvende verandering heeft teweeggebracht. Al vindt hij het wel erg spannend dat de film straks in première gaat, en wat voor reacties hij dan misschien nog krijgt.’

Dat het kloosterleven niet altijd makkelijk is, moge duidelijk zijn. Toch ziet Jongbloed ook zeker de mooie kanten, zelfs al heeft hij naar eigen zeggen weinig met het geloof: ‘Een rustige, mooie omgeving, een leven dat geleid wordt door structuur en ritme… dat is gewoon goed voor een mens. Maar vooral de gemeenschapszin sprak me aan. In de westerse wereld brokkelen gemeenschappen af en in Afrika heb ik gezien hoe het anders kan. Datzelfde heb ik in het klooster ervaren – vaak in hele kleine, alledaagse dingen. Bijvoorbeeld het feit dat je altijd samen eet. Thuis eet ik bijna altijd alleen… en samen de maaltijd nuttigen, tsja, dat is eigenlijk best wel fijn.’

De documentaire ‘Celibaat’ gaat 28 september in première op het Nederlands Film Festival. Voor een actueel overzicht van vertoningen, zie: celibaat.com