Vrijdag 26 januari is Ton Baeten overleden. Hij werd, tijdens de hervormingsjaren van de kerk na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), een boegbeeld voor veel katholieken. Hij kwam in het kamp terecht van hen over wie men zei dat ze ‘tegen de bisschoppen’ waren – wat in werkelijkheid veel subtieler lag. Voor de Abdij van Berne, de Norbertijner Orde en de rooms-katholieke kerk in Nederland heeft hij een bijzondere plaats ingenomen. Een in memoriam.

Ton Baeten is geboren in een traditionele Tilburgse familie op 12 februari 1931. Ton kwam geregeld terug op het katholicisme van zijn jeugd dat geheel getekend was door ‘Het rijke Roomsche leven’. Hij haalde dan voorbeelden op om te illustreren dat het zo zeker niet meer kon en dat het in een nieuwe tijd radicaal anders zou moeten gaan.

Rijke traditie
Ingetreden in de Abdij van Berne met zijn parochies, met zijn missie in India, met zijn ‘liturgisch apostolaat’, was er ruimte voldoende voor deze getalenteerde man om bewogen en creatief als pastor mensen nabij te zijn. Bisschop Bluyssen ontdekte hem om als bisschoppelijke gedelegeerde de vele kloostergemeenschappen in het bisdom Den Bosch te helpen in hun ‘agggiornamento’: het bij de tijd brengen van hun religieuze leven zoals dit door Vaticanum II was gevraagd. Bekend werd Baeten met name door zijn vertaling van de drie religieuze geloften – gehoorzaamheid, armoede en gewijd celibaat – in: met open oren, open handen, open hart. In een niet aflatende stroom van artikelen en ook boekjes wist hij de rijke religieuze traditie open te breken.

In de abdij was zijn rijzende ster niet onopgemerkt gebleven. Toen abt Hazelager inzag dat hij de abdij in deze roerige tijden niet voldoende kon begeleiden, legde hij zijn functie neer. Marcel van de Ven werd tot 67ste abt van de abdij gekozen en Ton Baeten werd zijn prior. Ton keek met liefde op deze tijd terug, de twee waren een ‘tandem’. Het was dan ook voor de hand liggend dat bij de ‘promotie’ van abt Marcel van de Ven tot Abt-generaal van de orde, Ton Baeten hem opvolgde.

Boegbeeld
Intussen waren de tijden anders geworden. Het kerkelijk leven in Nederland veranderde drastisch. Vele religieuzen en priesters kozen een andere weg. De toeloop naar de seminaries en kloosters droogde op, Rome benoemde bisschoppen die ‘het geëxperimenteer’ als een dwaalweg zagen. De 8-mei-beweging bracht kritische en progressieve katholieken bij elkaar. Ton Baeten werd gezien als een van de boegbeelden van deze kritische stroming – of hij het zelf hier helemaal mee eens was, laat ik in het midden. In ieder geval kwam hij in het kamp terecht van hen over wie men zei dat ze ‘tegen de bisschoppen’ waren. Zoals zo vaak, ligt dit veel subtieler. In ieder geval was de dialoog in die tijd zwaar beschadigd. Hij heeft ervaringen en woorden aangereikt om hun geloof te voeden naar een nieuwe tijd toe.

Vrijmoedig getuigen
De tijd gaat verder, de mensen worden ouder, nieuwe bestuurders – bisschoppen en religieuze oversten – treden aan. Men zoekt elkaar weer op en gaat weer met elkaar in gesprek. Maar toen was Ton Baeten inmiddels 70 jaar oud geworden en vond hij het tijd om terug te treden als abt van Berne. Eenmaal ‘rustend abt’ heeft hij zich teruggetrokken uit het strijdperk. Hier en daar werd nog een artikel geschreven, gaf hij nog een recollectie en geestelijke leiding met name ook bij hen voor hij als bisschoppelijk gedelegeerde voor de religieuzen was geweest. Zijn biografie kwam uit. Hij had niet meer de energie om voor zichzelf een geheel nieuw staan binnen de kerk en orde te ontwikkelen.

De laatste jaren ging zijn gezondheid sterk achteruit. Hij is in vrede overgegaan naar – zoals hij het zelf omschreven heeft – de Eeuwige, in het verlangen Hem te zien van aangezicht tot aangezicht.

Boven zijn rouwbrief moest staan – zo heeft hij dit aangegeven: ‘Vrijmoedig in gemeenschap getuigen van verrijzenis’. Vrijmoedig is hij geweest, getuigen heeft hij gedaan. Verrijzenis, opstaan uit al wat dodend is: een boodschap om op te pakken door ons.