Van maretak tot olijfboom: bomen over de weg naar Santiago

0
627
Kastanjes bij de Sint Jan in Den Bosch

Ignace de Haes ging in 2018 op pelgrimage naar Santiago de Compostela. Eerder deelde hij zeven wijsheden en zeven dommigheden waar hij onderweg mee te maken kreeg. Eind deze maand verschijnt zijn boek ‘Bomen over de weg naar Santiago’, waarin hij vertelt over de bijzondere bomen die hij op zijn reis tegenkwam.

door Ignace de Haes

Op Goede Vrijdag 2018 heb ik samen met mijn vrouw vanuit Den Bosch de pelgrimsweg naar Santiago genomen. Een pelgrimsdag heeft, net zoals een gewone dag, een ritme dat als het ware vanzelfsprekend is: opstaan, ontbijten, lopen, lunchen, lopen, slaapplaats zoeken en eten. Ik had iets nodig om van elke dag een bijzondere dag te maken. Als ik loop, heb ik de neiging om naar de grond te kijken of om mijn gedachten de vrije loop te laten, waardoor ik geen oog heb voor mijn omgeving. Wat zou ik kunnen doen om mijn aandacht voor de natuur te vergroten? Zo kwam ik bij bomen terecht. Elke dag kwam ik tenslotte bomen tegen. Ik gaf mezelf de opdracht  om elke dag een boom te fotograferen en daar een bijzondere boom van te maken door te beschrijven waarom ik juist die boom had gekozen. De bomen werden mijn richtingwijzers naar Santiago. Bij het bomen over de weg naar Santiago heb ik hulp gezocht bij wijze denkers, die mij hielpen te reflecteren.

Zestien bomen en hun betekenissen zijn in het boek ‘Bomen over de weg naar Santiago’ opgenomen. De kastanjebomen voor de Sint-Jan in Den Bosch waren de startbomen van mijn weg. Deze komen oorspronkelijk uit Turkije; ze zijn door de kruisridders als paardenvoer mee teruggenomen naar Europa en zouden geholpen hebben tegen de paardenhoest. In ieder geval hebben de paarden veel gemorst; de kastanjes staan nu overal in Europa, en dus ook voor de Sint-Jan, de kerk waar ik in 1957 gedoopt ben.

De Maretak aan de Maas

Zo liepen we langs de Maas onder de Belgische plaats Namen en zagen we veel bomen waarin zich maretakken bevinden. De maretak is een parasiet die van andere bomen leeft en mooie bollen vormt. De maretak is de gast van de boom. Af en toe begeleid ik abdijweekenden samen met Thomas Quartier in zijn klooster, de Sint-Willibrordabdij in Doetinchem. Quartier is benedictijner monnik en heeft in het verleden verschillende pelgrimstochten gelopen. Gastvrijheid is een vanzelfsprekendheid in het klooster. ‘Alle gasten die langskomen, worden ontvangen als Christus zelf’ , zo begint de beroemde Regel van Benedictus uit de zesde eeuw over de ontvangst van gasten. De gast vormt de kern van waar je leven op dat moment om draait. Het gaat dan ook om een soort heilig onthaal. De ander wordt de kern van je spiritualiteit.

Aan de andere kant is het als gast wel zo beleefd om je aan te passen aan de huisregels. Voor mij betekent dat het meedoen aan de rituelen die in zo’n huis gangbaar zijn. Een hoogtepunt ervoeren we in het klooster Sainte Marie Madeleine van de broeders en zusters van Jeruzalem in Vézelay. Dit klooster is echt op pelgrims gericht. Dat komt ook omdat Vézelay al sinds de middeleeuwen een verzamelplek is van pelgrims uit het noorden en oosten van Europa. De verschillende pelgrimswegen komen daar bijeen om vervolgens via de Voie de Vézelay naar Santiago te gaan. Sinds de middeleeuwen worden pelgrims opgevangen in kloosters. In een apart pelgrimshuis werden we ontvangen door vrijwilliger Eric. Er waren veel pelgrims die vanuit allerlei richtingen naar Vézelay waren gekomen. Er was een aparte mannen- en vrouwenslaapzaal en we werden uitgenodigd om de vieringen bij te wonen. Hier voelde ik uitdrukkelijk wat Thomas Quartier bedoelt met monastieke gastvrijheid. Die vrijheid voelden we  ook in de liturgie, omdat we op een gastvrije manier welkom werden geheten om mee te vieren. Ieder van ons kreeg de zegen mee op de weg die we nog moeten gaan. De zusters en broeders gingen om ons heen staan en zongen ons toe. Heel ontroerend. We voelden ons echt gesterkt om door te gaan met onze reis. De sacrale omgeving van de kapel hielp om die ontroering te voelen.

Hospitality

Het Engelse woord hospitality klinkt mooier dan gastvrijheid; het is afgeleid van het Engelse woord hospital. Den Bosch had tot voor kort het Groot Ziekengasthuis; dat is uit de binnenstad vertrokken en gefuseerd met andere ziekenhuizen en heet tegenwoordig het Jeroen Bosch Ziekenhuis. ‘Hospitaal’ heeft nu de betekenis van een ziekenhuis, maar in de middeleeuwen was het een plaats waar pelgrims gastvrij werden ontvangen en verzorgd. In Spanje heb je nog steeds diverse kloosters en kerken met de naam hospitaal die pelgrims ontvangen. En nog steeds zijn hospitaleros: vrijwilligers die op die locatie pelgrims ontvangen, te eten geven en voor onderdak zorgen. Zo zijn in de beroemde abdij van Roncevalles veel Nederlandse hospitaleros actief. Ook in Frankrijk zijn er pelgrimshuizen waar hospitaleros pelgrims ontvangen.

Bomen over bomen

We kwamen nog veel meer bomen met mooie verhalen tegen. We verdwaalden in de Ardennen en via dennenbomen vonden we de weg weer. Carl Jung zegt dat het goed is om een keer te verdwalen in het leven. Vredige olijfbomen in Baskenland vertelden iets over mijn naamgenoot de heilige Ignatius van Loyola. Er staan vaak mooie cipressen bij Spaanse kerkhoven. De filosoof Ludwig Wittgenstein heeft een nuchtere visie op de dood. En zo liepen we via de bomen naar Santiago. ‘Bomen over de weg naar Santiago’ is een metafoor voor de levensweg die ieder heeft te gaan.

Nieuwsgierig geworden? Lees het boek: ‘Bomen over de weg naar Santiago‘ van Ignace de Haes, uitgegeven door Berne Media.

Ignace de Haes werkt aan de faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit en houdt zich bezig met loopbaanbegeleiding, storytelling en zingeving. Website van Ignace de Haes