Vanuit de grond van ons hart

0
967

Speciaal voor katholiek.nl las Joost Jansen o.praem. het controversiële boek van emeritus paus Benedictus XVI & Cardinal Robert Sarah, ‘Des profondeurs de nos coeurs’ (Fayard, Parijs 2020), dat nog niet in het Nederlands vertaald is. Zijn conclusie: het opwaaiende stof is vooral veroorzaakt door het gesteggel over het co-auteurschap van Benedictus XVI.

door Joost Jansen o.praem.

Dit boek is een hartenkreet van twee kerkmensen die elkaar hebben getroffen rond een ‘heet’ onderwerp: het celibaat van de priester. De discussie over het priestercelibaat is al een tijd gaande. Ik herinner me nog dat in de zestiger jaren priesters ervan overtuigd waren dat na het Tweede Vaticaans Concilie het celibaat zou worden opgeheven. Velen namen hierop al een voorschot en trouwden. Er kwam toen een uittocht op gang die wellicht te vergelijken was met de tijd van de Reformatie. Luther was een Augustijner monnik die met een religieuze is getrouwd. Na Vaticanum II is het anders gelopen. Maar de discussie is niet gesloten en laait geregeld weer op. Ook recentelijk rond de Bisschoppensynode over het Amazonegebied in oktober 2019.

De belangrijkste onderwerpen van deze bisschoppensynode waren met name de integrale ecologie (Regenwoud), de sociale verheffing van de inheemse bevolking, de waarde van hun culturele eigenheid en de pastoraal in dit immense gebied met veel – vaak kleine – christelijke geloofsgemeenschappen. Bij dit laatste onderwerp hebben de 180 synodevaders met meerderheid gevraagd om permanente (getrouwde ) diakens te wijden tot priester. Ook waren er geluiden om het diakonaat voor vrouwen open te stellen omdat in de geloofsgemeenschappen vrouwen een leidende pastorale rol spelen.

Tegen deze achtergrond roerden zich kerkmensen uit de meer traditionelere hoek. Kardinaal Robert Sarah, de prefect van de Congregatie voor de  Goddelijke eredienst en de Regeling van de sacramenten, is al langer doende om de conservatieve stroming binnen de rooms-katholieke kerk te ondersteunen. Hij doet dat met verve. Geregeld wordt hij door de huidige Paus Franciscus teruggefloten, bijvoorbeeld toen hij een lans brak voor het voorgaan in de eucharistie ad orientem (‘naar het Oosten’ d.w.z. met de rug naar het volk), of door het maximaliseren van het ontvangen van de communie op de tong (het Coronavirus steekt daar een stokje voor).

Kardinaal Sarah was al bezig met een boek over het celibaat van de priesters. Hij bracht het begin 2020 uit en tot ieders verbazing heeft hij het gepresenteerd als een gezamenlijk project van emeritus-paus Benedictus XVI en hemzelf. Hierover is een felle discussie ontstaan (wie heeft wat gedaan?), maar die strijd is niet het onderwerp van deze boekbespreking. Ik wil uitgaan van de eerste druk van het boek zoals het nu voor me ligt met op de kaft de namen van de twee auteurs en met hun foto’s broederlijk naast elkaar.

Het boek opent met een voorwoord van de uitgever Nicolas Diat (Éditions Fayard) waaruit duidelijk wordt hoe zeer hij verbonden is met kardinaal Sarah en hem een warm hart toedraagt. Hij toont de spirituele verbondenheid tussen de twee auteurs: paus Benedictus XVI heeft verschillende keren kardinaal Sarah geprezen als een spiritueel baken in deze moeilijke tijden. De twee getuigen van een opmerkelijk verstaan van elkaar. Ze bemoedigen elkaar in hun conservatieve benadering van God en mens.

Emeritus-paus Benedictus

Emeritus-paus Benedictus bijt het spits af. We kennen hem als een fijnzinnig theoloog die zijn woorden wikt en weegt en tegelijkertijd steeds helder schrijft. Zijn ‘Jezus-boeken’ hebben niet voor niets zoveel mensen goed gedaan. Benedictus was al bezig een studie te schrijven over het priesterschap, breed en fundamenteel. Deze bladzijden zijn later omgebouwd tot het onderwerp waarover Sarah wilde schrijven. Benedictus begint te stellen dat het priesterschap (in de breedte) in crisis is. Oorzaak: er wordt vandaag een methodologische fout gemaakt in de omgang met het Woord van God. Het Oude Testament wordt niet meer christologisch gelezen. Dan onderscheidt men het Nieuwe Testament en Oude Testament als twee verschillende onderdelen – naast elkaar staand – van de ene Openbaring. Voor het priesterschap krijgt men dan geen eenduidige visie omdat het nieuwtestamentisch priesterschap gezet wordt naast het oudtestamentische priesterschap. Neen, bij het priesterschap zoals die door de rooms-katholieke traditie wordt verstaan, gaat het om de totale gave aan Christus en dat houdt in – zegt Benedictus – een leven in celibaat en armoede, een liturgisch leven en een gedurige bezinning op Gods Woord. In het jodendom ging het priesterschap over van vader op zoon binnen de stam Levi. Dit priesterschap is opgehouden met de verwoesting van de Tempel wat duidt (nogmaals Benedictus) op een voorbije opvatting van de priesterlijke hiërarchie…. Rond Jezus worden leken aangesteld (en – later – gewijd) tot apostel, priester en bisschop. Een nieuwe relatie met God is geboren. Geheel in de lijn van zijn uitgangspunt merkt Benedictus op dat Vaticanum II (Decreet over de priesters) zuinig is rond de christologische interpretatie van het Oude Testament en dat zou de oorzaak zijn van de crisis van vandaag. De priesters in het Eerste Verbond leefden in seksuele onthouding wanneer ze dienst hadden in de Tempel, de priester van het Nieuwe Verbond is altijd in dienst, viert dagelijks de eucharistie en zal dan ook altijd in seksuele onthouding leven. Van een functionele onthouding naar een ontologische onthouding (het begrip ‘ontologie’ doet zijn intrede in de discussie).Zo is emeritus-paus Benedictus aangekomen bij de seksuele onthouding en kan kardinaal Sarah het stokje van hem overnemen.

Kardinaal Sarah

De titel van zijn bijdrage is: ‘Liefhebben tot het einde. Een ecclesiologische kijk op het priesterlijk celibaat’.

Allereerst iets over de stijl: terwijl Benedictus een theologisch discours houdt, gaat Sarah stevig los in een emotionele betoog. Met alles wat rond de Amazonesynode naar boven is gekomen, is de priester helemaal in de war gebracht. Hij is in zijn hart geraakt, een groot lijden! In een mediatie op het Hogepriesterlijke gebed (Johannes 17) schetst Sarah de priester als voortkomend uit het hart van Christus. Voorbij polemiek, ideologie en (kerk)politiek, voorbij ook aan een bepaalde kerkelijke discipline of pastoraal, treedt de priester ontologisch binnen in het ‘ja’ van Christus. Gehuwde mannen tot priester wijden is een pastorale catastrofe. Deze opvatting van het priesterschap is sterk verbonden met de eucharistie waar we vieren dat Christus zich totaal – ontologisch – gegeven heeft aan de Vader. Een priester kan dan ook niet anders.

Aan de andere kant hebben de mensen recht op een celibataire priester omdat hij (de priester) de Christus-bruidegom vertegenwoordigt ten opzichte van de Bruid-de Kerk. De mensen ontmoeten dan de radicaliteit van het Evangelie. De priester als ‘Vreemde’, als ‘Tegenover’ die door zijn hele ‘zijn’ (ontologie!) de Blijde Boodschap present stelt.

En de priesters die in de eerste eeuwen vaak getrouwd waren? Benedictus had al opgemerkt dat die dan overgingen tot een Jozef-huwelijk. Sarah zegt dat zij vanaf de vierde eeuw in seksuele onthouding leefden. Het lijkt me dat je hierbij vragen kunt stellen. Het zal waarschijnlijk wel wat genuanceerder liggen.

Met het openstellen van het priesterschap voor gehuwde mannen treedt er een ecclesiologische verwarring op. De huwelijkse levensstaat en de celibataire levensstaat worden door elkaar gehaald. Sarah citeert graag en uitvoerig de apostolische exhortatie  Pastores dabo vobis (Herders geef ik u) van Johannes Paulus II (1992). Overigens: een groot gedeelte van de inbreng van Sarah bestaat uit zeer lange citaten van allerlei documenten. Het lijkt soms patchwork en overstijgt het toegestane percentage van citaatrecht…

Vanuit deze teksten (en met dit doel ook zo bijeengebracht, denk ik) legt Sarah grote nadruk op wat we in de spiritualiteit noemen de ‘bruidsmystiek’: de Kerk is de Bruid en de priester vertegenwoordigt Christus-Bruidegom. De Kerk heeft dan ook celibataire priesters nodig om zichzelf te ervaren als Bruid. Het is een andersoortig huwelijk. Stel je het celibaat ter discussie dan raakt dit ook aan de betekenis van het christelijk huwelijk. Je doet zelfs geen recht aan de juiste plaats van de vrouw in de schoot van de kerk.

Sarah put zich uit in een loflied op de vrouw waarbij hij vele kerkelijke geschriften ter ondersteuning erbij roept. Het waarderen van de eigenheid van de vrouw gaat niet in de richting van een vrouwelijk ‘dienstwerk’, van een diakonaat voor de vrouw. Dit zou slechts een arbitraire schepping zijn zonder toekomst. En de diaconessen in vroeger tijden? Vals feminisme!

Priesterschaarste en inculturatie

De hele discussie rond de Amazonesynode waar gevraagd werd om – bij wijze van uitzondering – gehuwde mannen tot priester te wijden gaat uit van een schaarste aan priesters. Sarah is helder: in een jonge kerk is er per definitie schaarste aan priesters. Dat is gewoon zo. En hij benadrukt opnieuw de ontologische band tussen celibaat en priesterschap: ‘Het priesterlijk celibaat komt voort uit een noodzakelijke eucharistische huwelijksopvatting. De priester wordt door de eucharistie niet alleen een Alter Christus, maar een ‘Ipse Christus’. Hij is ‘in persona Christi’.’ En het argument van de inculturatie? Dan heeft men niets begrepen van inculturatie. Ieder volk is capabel om de eucharistische logica van het priesterlijk celibaat te begrijpen. De genade van God kan elke cultuur omvormen. Als er meer geloof is en religieuze dynamiek dan komen als vanzelf ook de roepingen tot het priesterschap.

Sarah eindigt zijn verhaal met een prachtige beschouwing over de roeping tot gebed die voor iedere priester geldt.

Beide auteurs eindigen samen dit geschrift met een meditatie over het kruis van Christus.

Wat van dit boek te denken?

Er komt een zin van de apostel Paulus in mij op: ‘Alles komt ten goede voor wie God liefhebben’ (Romeinen 8,28). Stel: je bent heilig overtuigd van de noblesse, de geestelijke diepgang, de theologische hoogstand, de ecclesiologische noodzaak, de persoonlijke diepe geraaktheid in je eigen ‘zijn’ van het celibataire priesterschap, dan haal je alles uit de kast, werkelijk alles, om dit voor velen helder te maken. Er is geen speld tussen te krijgen. Woorden als ‘ontologisch’, ‘intrinsieke verbondenheid’ en ‘het zelf worden van Christus’ vloeien veelvuldig uit de twee pennen van deze hoogstaande kerkmensen. Terwijl Benedictus nog professoraal de zaken geduldig uiteenzet, munt kardinaal Sarah uit in emotionele betogen waarin hij zich verplaatst in ‘de’ priester die zwaar lijdt onder het in discussie stellen van het priesterlijk celibaat. Wat heeft deze man-priester toch te lijden! Iedere keer wordt zijn hart doorboord!

Beide auteurs vinden elkaar in een hoge opvatting van het priesterschap dat niet hoog genoeg geplaatst kan worden. De confrontatie van de priester-met-zijn-voeten-in-de-blubber met de rafelranden van de huidige samenleving mis ik. O ja, je zou dit wel er in kunnen lezen, maar dan zal kardinaal Sarah je onmiddellijk meenemen naar zijn geboorteland (Guinee) waar men in de verafgelegen dorpen echt niet zit te wachten op iemand uit hun midden die priester gewijd kan worden omdat het een rijpe en diepgelovige christen is. Neen, men wacht op een priester die ‘Vreemd’ is, een ‘Tegenover’ waardoor de radicaliteit van de Bijbelse boodschap duidelijk getekend wordt neergezet.

Er is meer. Benedictus en Sarah zetten een visie neer op het priesterschap dat zo uit de eerste eeuw (uit de kring rond de Verrezen Heer Jezus) in een rechte lijn tot in de 21e eeuw loopt. Dat het priesterschap in de loop der eeuwen op verschillende wijzen is uitgewerkt, dat bijvoorbeeld de Oosterse kerken geen ontologische koppeling hebben tussen priesterschap en celibaat wordt in hun studie buiten beschouwing gelaten. Of misschien moet ik wel zeggen: het hoge ideaal dat beiden – anno 2020 – hebben van de priester als ‘Ipse Christus’ wordt teruggeplaatst in de eerste eeuw. Het wordt gekoppeld aan het Hogepriesterlijk gebed (Johannes 17) en aan het hart van Christus van waaruit het priesterschap is voortgekomen. Hun eigen visie krijgt dan veel meer gezag. Ik denk ook dat deze manier van denken in veel levensbeschouwingen en ook spirituele tradities wordt gehanteerd. Je schept een ideaalbeeld (‘zo zou het vandaag idealiter dienen te zijn’) en dit ideaalbeeld plaats je dan in de oorsprong van de stroming waarin je zit (hier de eerste christentijd).

Vanuit de grond van ons hart (Des profondeurs de nos coeurs) zou mijns inziens nooit zoveel stof hebben doen opwaaien als de verwarring rond het dubbele auteurschap er niet zou zijn geweest. Emeritus-paus Benedictus had dan rustig kunnen doorwerken aan een boek over het priesterschap (waarin dan een paragraaf zou zijn over het celibaat). Of dit boek er gekomen zou zijn is de vraag; zijn gezondheid is zeer broos. Kardinaal Sarah zou toch wel de strijd aangegaan zijn rond het priestercelibaat en had met zijn boek een kleine groep binnen de grote rooms-katholieke kerk van spiritueel voedsel kunnen voorzien. Zijn theologische insteek en zijn spiritualiteit zijn inmiddels bekend. Toen hij enkele maanden geleden op uitnodiging van Kerk in nood in Nederland is geweest, mocht ik aanwezig zijn bij zijn conferentie voor uitsluitend priesters. Hij heeft ons willen overtuigen van de uniciteit van onze priesterlijke roeping. Op dat moment was hij voor ons een strenge leermeester. In het gesprek daarna bij een kop thee in de tuin hebben we een uiterst beminnelijke herder ontmoet. Moest een biechtvader niet als een leeuw op de preekstoel maar als een lam in het biechthokje?

‘Christus heeft ons nodig, priesters. Onze handen die door de heilige olie zijn gezalfd, zijn onze handen niet meer. Het zijn Zijn handen geworden om te zegenen, te vergeven en te troosten. Zij zijn Hem toegewijd. Als het celibaat ons af en toe te zwaar lijkt, kijk dan naar de handen van de Gekruisigde. Onze hand, zoals de Zijne, moet doorboord zijn om niets gierig voor je zelf te houden. Ons hart, zoals het Zijne, moet openstaan opdat eenieder er ontvangen kan worden en er een schuilplaats vindt. Als we ons eigen celibaat niet meer begrijpen, kijk dan naar het Kruis. Hij is het enige boek die er de ware betekenis aan geeft.
Alleen het Kruis leert je hoe je priester bent. Alleen het Kruis leert ons te ‘beminnen tot het einde’ (Johannes 13,10). Op deze weg is Benedictus XVI een bewonderenswaardig voorbeeld.’ (Kardinaal Sarah, blz. 163 – slot)