In Cluny, bij de ruïnes van de oude benedictijnenabdij in de Bourgogne (Frankrijk), is een goudschat gevonden. Een grote schat: goud en zilver, 2.200 stuks en ook nog wat andere kostbaarheden. Ze moeten er een keer terecht zijn gekomen, maar hoe?

Cluny

Studenten hebben deze schat gevonden bij opgravingen. Het zal je toch maar gebeuren dat je op een grijze dag in november ineens stuit op zo’n kostbare schat. Onmiddellijk gaat de verbeelding werken. Wie heeft ze daar rond 1135 (want dat weten we wel) ingegraven? Waar komt het geld vandaan? Zijn het Panama of Paradise papers ‘avant la lettre’? Want omzichtig en soms ook corrupt omgaan met geld is van alle tijden. Maar ook in een klooster?

We weten van de abdij van Cluny, dat deze in de 10e eeuw is gesticht en dat de benedictijnen van de hervorming van Cluny een grote stempel op het kerkelijk én economisch leven van Europa hebben gedrukt. Cluny zelf was een zeer grote abdij, er woonden er op een gegeven moment 300 monniken. Cluny heeft aan het hoofd gestaan van vele andere benedictijnenabdijen die vanuit deze abdij gesticht zijn. De abten van Cluny hadden ook visie en waren vindingrijk. Ze begonnen een vredesbeweging in Europa, ze stimuleerden de Romaanse bouwkunst, de pelgrimage naar Compostela werd gepromoot, de monastieke liturgie van deze abdij gaf een sterke stimulans aan de liturgie in West-Europa. Ze schreven er boeken over en beheerden een grote bibliotheek. En last but not least: de hardwerkende monniken ontgonnen grote gedeelten van Europa en dit bracht natuurlijk ook geld in het laadje. Geld dat geïnvesteerd werd in wat wij vandaag caritatieve en culturele projecten zouden noemen. Maar wie met geld omgaat, kan er mee besmet worden…

Speculaties

Onmiddellijk komen de speculaties op gang. Komt deze schat van een vorst die in het ziekenhuis van de abdij verpleegd werd? Was het losgeld dat achter de hand werd gehouden ‘voor het geval dat’? Of was het een grote winst op een project dat broeder-econoom ‘veilig heeft gesteld’ voor het geval dat hij een andere weg, buiten het klooster, zou gaan. Niets menselijks is de monnik vreemd. Bij de munten zijn er Arabische goudstukken, er is een zegelring. Het is de tijd dat er in Zuid-Spanje een bloeiende moslimgemeenschap is met grote wetenschappers. Benedictijner monniken hadden zeker contact met de geleerden. Er is genoeg om te speculeren.

Is dit voer voor Dan Brown? Of laten we de studenten van de Universiteit van Lyon maar verder zoeken en studeren. Er zit voor hen een mooi afstudeerwerk in en wellicht een promotieonderzoek.