Voor het eerst hebben we een paus die niet deelnam aan het Tweede Vaticaans Concilie. Wat maakt dat uit? Veel, vindt de Canadese theoloog Gilles Routhier. “Doordat de deelnemers aan het Concilie van het toneel verdwijnen, wordt de erfenis van dit Concilie nu in handen gelegd van een nieuwe generatie. (…) Dat maakt een serenere omgang met de erfenis mogelijk.”

Een interview met Routhier maakt deel uit van een dossier dat Tertio deze week wijdt aan het Concilie, dat vijftig jaar geleden werd afgesloten. De interpretatie van de uitspraken van het Concilie leidden daarna tot grote verdeeldheid in de Kerk.

Routhier vergelijkt de situatie van de Kerk in die tijd met een bouwterrein. “Net op het moment dat de oude structuren hadden afgedaan, maar de nieuwe nog niet op poten stonden, brak in het Westen met mei ’68 een culturele revolutie uit. (…) Gevolg was dat sommigen op de rem gingen staan en toegaven aan de angst voor die culturele omwentelingen.” Dat leverde vervolgens conflicten op met hen die juist een versnelling van de vernieuwingen in de Kerk voorstonden.

Desondanks heeft het Concilie de Kerk diepgaand hervormd. “Zonder Concilie was er geen oecumene en geen interreligieuze dialoog.” Dankzij het Concilie kon de Kerk haar geloof op een eigentijdse manier doorgeven. Anders zou ze een marginaal verschijnsel zijn geworden en het geloof gereduceerd zijn tot folklore, vindt Routhier.

(Bron: Tertio, christelijk opinieweekblad. Meer info en abonneren via www.tertio.be)

Foto: Lothar Wolleh CC BY-SA 3.0