Brief uit de missie 87: Op bezoek bij de missie in Goa

0
1274
handgeschreven brieven

In de vijftiende eeuw wisten de Portugezen zich los te maken van een eeuwen durende moslim-bezetting. Op hun beurt trokken ze naar het oosten, om handel te drijven maar ook om de Aziaten te bekeren. In 1498 bereikte Vasco da Gama de westkust van India. Het duurde nog tot 1502 voor de Portugezen er zich een plekje wisten te verwerven. Er moest stevig gevochten worden om dat te bereiken.

In zijn boek over de wereldgeschiedenis schreef R.R. Palmer: “De Portugezen waren, evenals de Spanjaarden, goed getrained door hun lange strijd tegen de moren thuis. Zij schrokken er niet voor terug enorme wreedheden te begaan tegen de ongelovige mededingers die ze er aantroffen. Steden werden verwoest, schepen op de kade in brand gestoken, gevangenen vermoord en hun afgehakte handen, neuzen en oren als trofeeën opgestuurd. Albuquerque, de eerste gouverneur-generaal bouwde een versterkt fort in Goa op de Malabar-kust”. Van daaruit trokken de katholieke Portugezen verder naar het oosten. Goa werd hun hoofdstad in Azië. Palmer: “Onder leiding van Franciscus Xaverius arriveerden weldra de eerste Jezuieten. Tegen 1550 hadden ze duizenden zielen gedoopt in India, Indonesië en zelfs Japan”.

De kathedraal

Op 3 maart 2009 bereikte ik de plek waar zo hard gevochten was om van daaruit het ware geloof te verspreiden. Er was een boekje te koop, A short history of the old city of Goa, in 2000 geschreven door de Jezuiet Moreno de Souza en diverse malen herdrukt. De eerste woorden waren gewijd aan de oude kathedraal (uit 1510). Die was als eenvoudig kerkje gebouwd van gedroogde klei, bedekt met stro. “Er was slechts één altaar met daarop een afbeelding van de heilige Catharina van Alexandrië. Op haar feestdag (25 november 1510, sterfdag, 25 november 307) was de stad uit handen van de moslims veroverd door Affonso de Albuquerque”.

In 1543 werd Goa door de paus uitgeroepen tot hoofdstad van een bisdom voor het hele oosten. De eerste bisschop, Francisco de Melo, stierf al in Lissabon vóór zijn schip zou uitvaren. De tweede, Joao de Albuquerque, wist zijn standplaats wél te bereiken en wijdde een nieuwe kerk meteen als kathedraal in. Het bouwwerk werd regelmatig van plaats veranderd en opnieuw in vergrote vorm neergezet”.

In 2009 legde ik vast: “Aan kerken hier in oud Goa geen gebrek. Als je op het grote plein stond kon je alle kanten opkijken en waar je ook keek zag je kerken, kloosters en kapelletjes, dichtbij en ver af. Zou het centrum van het oude Goa er echt zo uitgezien hebben? Dat moet wel haast het geval geweest zijn. Op de plek van de Catharina-kathedraal waren al eerder heiligdommen (waaronder een moskee), delen van kerkjes of kerken geweest. De huidige kathedraal werd in 1898 ingewijd door bisschop Dom Mateus de Oliviera Xaverius. De man met een nogal on-Indiase naam was bisschop van Cochin [Malabar] en daarna bevorderd tot aartsbisschop van Goa.

De grote kathedraal, van buiten helemaal wit, had slechts één toren overgehouden. Een tweede was als gevolg van natuurgeweld verdwenen. Het boekje over Oud Goa gaf de schuld aan harde moesson-winden op 25 juli 1995. Onze Insight Guide legde de vernieling in handen van bliksem, een jaar later.

We zagen hoe het leven van de heilige Catharina in beeld was gebracht. Hoe een gespierde Johannes de Doper met het kindje Jezus op zijn schouder de Jordaan overstak. We liepen langs kapelletjes van onder anderen de heilige Sebastiaan, Antonius, Bernardus – en het Kruis van de Wonderen en de Heilige Geest, Onze Vrouw der Deugden, Onze Vrouw van het Leven en het Gezegende Sacrament.

Onder de plavuizen waren onlangs catacomben ontdekt. We mochten een blik naar beneden werpen. En toen stonden we weer buiten in het volle daglicht”.

Kerk en klooster van de heilige Cajetanus

“Vanuit de tuin van de kathedraal”, schreef ik toentertijd in het reisverslag, “zagen we een ander groot wit gebouw, met beide torens nog intact. Het was de kerk van het klooster van de heilige Cajetanus (1480-1547). Hoewel de Venetiaan zich pas op 36-jarige leeftijd tot het priesterschap geroepen voelde, had hij uitstekende contacten met de pausen van zijn tijd: Julius II, Clemens VII en Paulus IV.

Cajetanus was een van de bestrijders van het protestantisme. In 1671 werd hij door Clemens X heilig verklaard. In het hiernamaals kreeg hij een nieuwe taak. De heilige zou zich gaan bezig houden met de behartiging van de belangen van gokkers en mensen op zoek naar een baan.

Volgelingen van de heilige trokken in de zeventiende eeuw naar India. Urbanus VIII had hen opdracht gegeven het sultanaat van Golconda in Zuid-India onder katholieke heerschappij te brengen. Shah Abdullah Qutb gaf hen echter geen verblijfsvergunning en daarom trokken ze maar naar Goa, waar ze ook niet erg welkom waren. Pas na vijftien jaar en door ingrijpen van de koning van Portugal mochten ze er een klooster bouwen.

Over de moeilijkheden van de ‘Theatinen’, zoals de volgelingen van de heilige genoemd werden, geen woord op een informatiebord bij de ingang van de kerk in Goa. ‘The church of St. Cajetan, modelled after the original design of St. Peter church in Rome, was built in the second half of the 17th century’. Zo eenvoudig was dat. Buiten de kerk vonden we een beeld van Cajetanus zelf.

In de donkere kloosterkerk was niet alleen een afbeelding van Christus, die de schriftgeleerden onderwees, maar tevens een waterbron. Onder het hoofdaltaar, las ik in Oud Goa, bevond zich bovendien een crypte waarin belangrijke Portugezen na hun dood tijdelijk in goede staat werden gehouden alvorens ze op een schip naar het vaderland teruggebracht werden. Zo had elke kerk in Goa zijn eigen functie”.

Kapel voor heilige Catharina

“Op onze wandeling passeerden we bovendien een kapel van de heilige Catharina. Precies op deze plek versloegen de Portugese troepen onder leiding van Affonso d’Albuquerque de mohammedanen. De kapel werd binnen enkele weken gebouwd nadat de overwinnaars de moslim-stad hier door de stadspoort waren binnen gekomen.

Elk jaar op 25 november werd de katholieke overwinning met een processie herdacht. Iedereen liep dan mee in de plechtige stoet: alle hoogwaardigheidsbekleders, niet alleen de geestelijke maar ook de burgerlijke autoriteiten”. Het boekje wees op allerlei wonderbaarlijke gebeurtenissen op deze plek, tot in 1996 toe, op de feestdag van de heilige Antonius, die een omstreden zaak persoonlijk naar Zijn hand gezet had.

Franciscus Xaverius

“We belandden in een Franciscaanse kerk. Franciscanen waren de eerste paters die Goa bereikten. Franciscus Xaverius (een Jezuiet) was dus niet de eerste missionaris in de Portugese hoofdstad van India.

Op allerlei panelen was het leven van Jezus Christus en van Franciscus van Assisi uitgebeeld. Het klooster ernaast was intussen omgebouwd tot een museum. Vóór de ingang van de kerk trof ik tot mijn verbazing enkele antieke kanonnen aan. In een ter plekke gekocht boekje vond ik er meer informatie over:

‘Pater Rayanna, een Jezuiet, schreef dat de verovering van Goa het resultaat was van een bondgenootschap tussen de katholieken en de door de moslims onderdrukte hindoes. Op 25 november 1510, feestdag van de heilige Catharina, werd de veroverde stad in de vlammen gezet. Alle moslim-mannen werden aan het zwaard geregen. De hindoes bleven gespaard.

Bij aankomst in Goa (1542) schreef Franciscus Xaverius enthousiast naar Rome. Hij noemde het een volledig christelijke stad. De auteur meldde nadrukkelijk dat Xaverius de schoonheid van de omgeving niet als toerist bekeek. ‘He looked at things from a higher point of view: that of the praise and honour of God’.

Franciscus maakte in zijn brief uit de missie nog eens duidelijk hoe Goa er in de zomer van 1542 uit zag. “Het heeft een klooster met veel Franciscaanse monniken, een heel mooie kathedraal met veel kanonnen, en veel andere kerken. Er is alle reden om aan God, onze God, dank te betuigen nu we constateren hoe de naam van Christus in zulke veraf gelegen landen en temidden van zo vele ongelovigen zo zeer bloeiende is’”.

De kanonnen die wij in 2009 zagen waren dus 467 jaar eerder al aanwezig bij de kerk. Franciscus Xaverius was er trots op.

Een basiliek voor Franciscus Xaverius

Op 16 maart 1622 werd Franciscus Xaverius door Gregorius XV heilig verklaard. De paus maakte Franciscus zelfs tot patroon van alle missionarissen. Het stoffelijk overschot van de missie-pionier (in 1552 overleden op een eiland bij de kust van China) belandde anno 1553 in Goa. Sinds 1637 ligt het er in een glazen kist opgebaard in de Bom Jesus-basiliek. Xaverius is echter niet helemaal ‘compleet’ gebleven. Zijn rechterarm, waarmee hij de heidenen doopte en zijn bekeerlingen zegende, werd van zijn lichaam verwijderd en kwam als pronkstuk terecht in de Jezuieten-kerk van Rome. Een botje maakte diverse reizen en kwam terecht in Coloane (Macao). Een vrouw had een stuk van zijn voet afgebeten toen ze de kans kreeg.

In 2009 schreef ik in het reisverslag: “De kist waarin de heilige man opgebaard lag was onderdeel van een gigantisch en pompeus kunstwerk. Het werd in 1698 aan de kerk van de Goede Jezus (Bom Jesus) cadeau gedaan door Cosimo III (1642-1723), de laatste vorst van de Medici. Beeldhouwer Giovanni Foggi had er tien jaar van zijn leven aan gewerkt. Het pronkstuk, met Xaverius erin, was zo belangrijk dat je drie sleutels nodig had om het te openen. De eerste was in bezit van de gouverneur, de tweede van de aartsbisschop van Goa en de derde van de bestuurder van het klooster ernaast.

Een kerk die Franciscus Xaverius onder zijn hoede had was niet zonder betekenis. Paus Pius XII had het gebouw daarom in 1946 tot basiliek verheven. De afkondiging was in een marmeren tableau gebeiteld.

De kerk stond vol met beelden van allerlei belangrijke personen uit het katholieke geloof, zoals je elders hindoe-goden en –godinnen zag. Sommige auteurs leggen er de nadruk op dat Franciscus Xaverius een nogal vernielzuchtig karakter had. Waar hij verscheen en het voor het zeggen kreeg moesten de hindoe-goden en heiligdommen vernield of snel verwijderd worden”.

De bouw van de Bom Jesus-kerk had plaats gevonden volgens de modernste technieken van die tijd, las ik in het boekje over Oud Goa. Baltazar de Castro, de Portugese architect, dacht dat de stenen na de bouw harder zouden worden. Dat was niet het geval. Door de winden van de nabijgelegen zee werden ze juist brokkelig.

Een speciale plaats op het altaar werd ingenomen door een groot gouden beeld van Ignatius van Loyola, stichter van de Sociëteit van Jezus (Jezuieten). Onder het altaar was het laatste avondmaal uitgebeeld. Het was niet helemaal zichtbaar. Een bord dat er vóór gezet was, gaf aan: ‘Please turn to the right’. Als je dat deed zag je immers het glazen graf van Xaverius.

Op een andere plaats torende een reusachtige aartsengel Michael hoog uit boven een kleine Jezus die aan het kruis hing. Bij het verlaten van de kerk zag je aan de wanden een schilderij van Franciscus Xaverius. Een jonge bekeerling in een lichtgroen hemd moest goed bukken zodat de heilige (met gouden stralenkrans om het hoofd en het kruis in de linkerhand omhoog geheven) een piepklein bakje over zijn hoofd kon uitgieten”.

Blik op Oud Goa vanaf een heuvel

In een boekje was te lezen: “On a hill is the modest Chapel of Our Lady of the Mount, dating from 1510, which gives you a good idea how the other churches originally looked. It is a peaceful spot with excellent panoramic views across Old Goa, evocative of the turbulent past when Albuquerque and Adil Shah vied for control of the surrounding area”.

Evenals veel kerken in het Westen bleek deze kapel op slot te zijn, toen we de plek met enige moeite wisten te bereiken. Waarschijnlijk om diefstal te voorkomen. Daarom waren we niet in staat het altaar te bezichtigen dat door de Footprint-gids werd aanbevolen. “In front of the main altar lies the body of architect Antonio Pereira whose burial slab requests the visitor to say an Ave Maria for his soul”.

Buiten de in 2001 gerestaureerde kapel genoten we van het prachtige landschap aan onze voeten. We keken uit over water, over groen en daar tussenin katholieke gebouwen die er al honderden jaren stonden. Veel langer dus dan in het Westen de Eiffeltoren, het Empire State Building en het Witte Huis in Washington.

Op het lege parkeerterrein kwam een busje aangereden met nieuwe belangstellenden. Een Indiase gids legde zijn gehoor uit: “In Goa is 68 procent van de bevolking hindoe. Er zijn een heleboel hindoe-tempels, maar je ziet ze niet. Die katholieke kerken zijn een stuk groter en maken dus meer indruk”…