Brief uit de missie 94: Missieweek in Sittard (1932)

0
844

Als je iets wilt bereiken moet je het goed organiseren. In de eerste helft van de twintigste eeuw stond het missioneren overal op aarde hoog in het vaandel bij de leiding van de katholieke kerk. Missie bedrijven ging niet zo maar. Er was veel geld nodig om alle activiteiten te financieren en ambitieuze religieuzen om het uit te voeren.

Om gelovigen te mobiliseren voor ondersteuning van de missie organiseerde men regelmatig missieweken. Tijdens dergelijke dagen was het mogelijk een heleboel geconcentreerde aandacht te krijgen, financiële hulp aan te moedigen, twijfelaars over de streep te trekken (zich aan te sluiten) en een nieuwe generatie voor het heilige werk te interesseren.

In Sittard en omgeving was dat bijvoorbeeld het geval van 6 tot 15 augustus in het jaar 1932.

Kardinaal van Rossum beschermheer

Ter gelegenheid van die bijzondere gebeurtenis gaf de SIMA (Sittardse Missie-Actie) een boekje uit met het ‘programma voor de missieweek, missie-tentoonstelling, missie-optocht en het gemeenschapsspel’.

Niemand minder dan kardinaal Willem van Rossum (1854-1932), als prefect van de Propaganda Fide in Rome verantwoordelijk voor de missie (rechtstreeks onder paus Pius XI, r. 1922-1939), schreef een tekst ter ondersteuning.

In een schrijven aan pastoor-deken G. Rhoen legde Van Rossum vast: “Volgaarne wil ik volgens het verlangen van het bestuur der missieweek het beschermheerschap daarover aanvaarden”.

De kardinaal gaf niet alleen zijn ‘heilige zegen’ voor het welslagen. Tevens verkondigde hij: “Het katholieke Limburg, dat zovele missionarissen, paters, broeders en zusters, en ook tot in de laatste tijd meerdere missie-bisschoppen aan de H. Kerk heeft geschonken, zal ongetwijfeld in de dagen der missieweek velen wederom tot nieuwe of tot grotere ijver voor het grote werk der missiën ontvlammen”.

Bisschop Lemmens doet een goed woordje om geld te geven

Ook de bisschop van Roermond zegende de missieweek. In de inleiding van het programma-boekje bekende Guillaume Lemmens: “Reeds als priester [vanaf 1909] is mijn hart en zorg uitgegaan naar de missiën en mocht ik mijn krachten aan de bloei der missie-actie in ons bisdom mede wijden. Deze liefde kon mijn hart, toen ik bisschop werd [op 19 maart 1932], natuurlijk niet verlaten. Integendeel, zij kon en moest groeien. De wens van Christus en Zijn plaatsbekleder op aarde, de paus, dat toch in alle bisdommen een machtige organisatie zou bestaan en werken voor de steun der missiën, was mij goed bekend”.

Lemmens, geboren in het Limburgse Schimmert, was verheugd dat er opnieuw een missieweek in Sittard gehouden werd. “Een missieweek is een grootse gebeurtenis. Zij kost veel werk en offers. Zij moet kunnen steunen op de eendrachtige samenwerking van allen. Zij moet worden meegevierd door duizenden, of juister: zoveel mogelijk door allen uit de streek. Een missieweek is een parade, waarop niet enkel de missionarissen, maar ook alle vrienden der missie dienen te verschijnen”.

Het waren slechte tijden, kort na de Wall Street-crash van 1929. De inkomsten van de Heilige Kindsheid, bijvoorbeeld, waren vanaf begin jaren twintig gegroeid van 670.000 tot 1.644.000 francs. In 1931 was evenwel voor het eerst sprake van een behoorlijke daling. Kortom: werk aan de winkel. “De tijden zijn slecht. Daarom hebben de missiën onze steun des te meer nodig. Toch gaat het niet op de eerste plaats om geld. Eerst belangstelling, eerst echte sympathie, eerst liefde, en daardoor gebed en offer. En natuurlijk ook een kleine steun naar kracht en vermogen”.

Geld geven aan de missie was een goede besteding. “Vreest niet, dierbare gelovigen van Sittard en verre omgeving. Dat offer maakt u niet arm. Integendeel, het verzekert de gunst van Hem aan Wie wij ons dagelijks brood moeten vragen”.

Oud-missionaris doet oproep om nieuwe missionarissen

Oud-missionaris Mgr. Claessens, afkomstig uit Sittard, had eveneens een en ander te zeggen. “Vooral in de laatste jaren is het aantal missionarissen uit onze stad en omgeving bijzonder toegenomen”.

Zo moest het verder gaan. “De oprichting van missiehuizen in onze provincie biedt aan edelmoedige jongelingen, die roeping gevoelen voor het apostolaat, een geschikte gelegenheid om zich tot missionaris voor te bereiden. Hun ouders zien dit gaarne, want een zoon of dochter in de missie te hebben, als priester of kloosterling, is een eer voor de familie en een zegen voor het gehele gezin.

Onze missionarissen, broeders en kloosterzusters zijn over een groot gedeelte van de wereld verspreid. Wij vinden hen in Noorwegen, Finland, Denemarken, Engeland, de Verenigde Staten, China, Brazilië, de Filippijnen, Sumatra en de Congo. Sittard met omgeving is de stad der missionarissen”.

Wie acte de présence gaf in augustus 1932 kon zich persoonlijk over de streep laten trekken. “Thans zijn in dit kleine Sittard, dat zoveel kinderen aan de missie afstond, missionarissen uit enige missielanden tot ons gekomen om gedurende de missieweek belangrijke mededelingen te doen over de verschillende landen en volken waar onze missionarissen hun apostolische arbeid verrichten.

Zij laten ons getuigen van hun leven van opoffering, ontbering en armoede te midden van de natuurkinderen met hun vreemde gewoonten en gebruiken. Maar zij laten ons ook de vruchten aanschouwen, waarmee God hun arbeid beloont – hoe de harten gewonnen worden, de bekeringen ontstaan, zodat waar weleer verwilderde stammen in bandeloosheid leefden na enige jaren de beschaving is gekomen en geregelde toestanden zijn ontstaan”.

Paters gaven het estafette-stokje van de katholieke beschaving door. Zo was het ook in Sittard gegaan, aldus Mgr. Claessens. “Ook tot onze voorouders zijn eeuwen geleden missionarissen gekomen, die hen uit de dwaling van het heidendom brachten tot de kerk van Christus. Wij, hun kinderen, zijn aan die kerk getrouw gebleven. Wij noemen haar onze moeder, omdat zij de bron is van ons geluk op aarde en onze verwachting voor de eeuwigheid”.

De oud-missionaris had maar één wens: “Wij zouden zo gaarne zien dat al onze medemensen aan dit geluk deelachtig worden”.

Het programma

De gelovigen die naar Sittard trokken konden heel wat meemaken. Talloze missie-congregaties zouden zich presenteren: Asumptionisten, Norbertijnen, Montfortanen, Jezuieten, Lazaristen, paters van de H. Geest, Karmelieten, Franciscanen, Capucijnen, Maristen, missionarissen van het Goddelijk Woord (Steijl), Witte Paters, Redemptoristen, Dominicanen, Passionisten, missionarissen van het H. Hart, de congregatie van de heilige Harten van Jezus en Maria, de orde van het H. Kruis, Congregatie van de priesters van het H. Hart van Jezus, de Afrikaanse missiën van Kadier en Keer, Congregatie van de H. Familie, St. Joseph’s congregatie (Mill Hill) en de Missiën van Scheut (Sparrendaal). Ze hadden allemaal hun eigen plek op een missie-tentoonstelling van de SIMA die elke dag geopend was.

Op zaterdag 6 augustus begonnen de activiteiten om vijf uur in de middag. “De missionarissen zullen door de rooms-katholieke organisaties vanaf hotel St. Joseph nabij het station worden afgehaald. Plechtig klokkengelui zal de opening der missieweek aankondigen”.

Na aankomst was er een plechtig pontificaal lof, te celebreren door Z.H. Exc. Mgr. Dr. G. Lemmens, bisschop van Roermond. In de aula van de Ursulinen vond de officiële openingsvergadering plaats. Na een toespraak van M. Coenders, burgemeester van Sittard, mochten autoriteiten en genodigden een (eerste) bezoek aan de missie-tentoonstelling brengen.

Het gewone volk werd niet vergeten. Om 7 uur ’s avonds werden er op het Boys-terrein in de Baandert sportwedstrijden gehoudens, niet te vergeten: ten bate van de missie. Later op de avond werd de feestelijke dag afgesloten met een groot volksconcert.

Zo ging het de hele week door. Vervelen was er niet bij, als je tenminste belangstelling had voor de missie. In de kerken van Sittard hielden de paters missiepreken (met een collecte voor de missie). Ten bate van de missie was ook een grote voetbalwedstrijd georganiseerd. In het Forum werden filmavonden georganiseerd, gratis toegankelijk voor vrouwen die collecteerden voor de missie (‘anderen hebben toegang tegen betaling’). Er was een vergadering van de priester-missiebond met ondermeer een ‘inlands’ missionaris als spreker.

Missie-optocht

Een grote publiekstrekker, op zondagmiddag 7 en 14 augustus, was de grote missie-optocht. “Die wil een uitbeelding geven van Christus’ triomf in het mensdom vanaf de vroegste tijden, als na de zondeval het verlangen naar de toekomstige verlossing in het mensdom wakker wordt.

Wij zien de missionarissen geloof en beschaving brengen in onze streken. Later gaan vandaar de strijders Gods uit naar andere landen en andere werelddelen, nog niet gewonnen voor Christus. Wij worden er door een groep aan herinnerd dat niet alleen de missionarissen, die uitgaan naar de heidense landen missie-arbeid verrichten, maar ook zij die achterblijven in het vaderland, en daar in kloostercel of nederige werkkring hun leven offeren voor de missie”.

De lange stoet van de optocht eindigde niet alleen met de koninklijke masrechaussee, de Philharmonie van Sittard en twee standaarddragers te paard maar ook met een ‘bedelwagen’.

Toneelstuk met 800 deelnemers en missie-boodschap

De laatste avond vond op het Marktplein het ‘gemeenschapsspel’ ‘Omnis Terra’ plaats. “Aan de opvoering (met schitterende verlichting) zullen ongeveer 800 personen uit Sittard en omstreken meewerken. Schitterende kostuums. Luidsprekers zorgen dat ieder het spel kan volgen. Waarschijnlijk uitzending door de Katholieke Radio Omroep”. Voor het toneelstuk was op de markt een hoog missiekruis opgericht.

‘Omnis Terra’ beloofde indruk te maken. “Een koor van missionarissen werkt vol vuur en heilige ijver voor de bekering der mensheid. Een dichter laat de paters in machtige verzen hun smart, ontgoocheling en teleurstelling uitspreken en een kreet om hulp uitgalmen over de christen-rijken in Europa. Ondanks alle tegenspoed hielden ze vol op de missieposten die ze veroverd hadden.

Plots klinkt uit alle windhoeken een blij signaal. Voorafgegaan door engelen, de verkeersagenten van het goede, komen de offerkinderen, 200 jongens in tarwegeel (tarwe des levens) en 200 meisjes in wijnrood (wijn die maagden teelt).

De kinderen, rondom het kruis opgesteld, willen voor Christus storm gaan lopen, vol jeugdig idealisme en vol offerzin”.

Met deze aanpak zou de ‘hele wereld’ (omnis terra) voor het katholieke geloof gewonnen worden. Zo werd het ook uitgebeeld op de markt in Sittard. “De volken van het oosten, zuiden, westen en noorden, naderen het stralende kruis, vol verering en aanbidding. Ze brengen hulde aan de enige en ware God door het loflied ‘Ere zij God’”.

‘Volbreng uw taak!’

Met die missieweek moest nieuw elan tot stand gebracht worden. Pastoor Rhoen van Sittard verwoordde zijn inzet met het motto ‘Volbreng uw taak!’ “Bewust en meer nog onbewust slaakt een heidense wereld van honderd volken zonder verpozing de noodkreet: ‘Heer, help ons, wij vergaan!’

De Heer verwijst dat smekend hulpgeroep naar het medelijden en de liefde van de christenlanden. Daar vindt het goddank gehoor in stad en dorp, bij rijk en arm, bij jong en oud. Een machtige hulpactie, de katholieke missiebeweging, is het antwoord op de noodroep van het heidendom”.

In 2016, 84 jaar later, is die taak nog niet volbracht…

.