Brief uit de missie 124: William Judge onder de goudzoekers in het hoge noorden van Amerika

0
571
handgeschreven brieven

Missionarissen schrokken er zelden voor terug om lange reizen te maken naar onherbergzame oorden. Daarbij liepen ze vaak groot gevaar. Als je leest wat ze schreven of wat er over hen gepubliceerd werd kon hen dat niets schelen. Ze zagen immers het betrekkelijke van het korte bestaan op de aarde in. Als ze hun werk goed deden, met name door de verbreiding van het ware, het katholieke geloof, zouden ze daar eeuwig voor beloond worden.

In de tweede helft van de negentiende eeuw trokken priesters naar alle beschikbare plekjes in de wereld. Ze belandden in de rimboe van Afrika, verre eilanden in de oceanen, maar ook dicht bij de polen toen er over klimaatverandering nog geen discussie was.

William Judge (1850-1899), afkomstig uit Baltimore, hoorde bij de groep geloofsverkondigers die op het Amerikaanse continent naar het hoge noorden trokken. Op 25-jarige leeftijd werd hij toegelaten tot het novitiaat van de Jezuieten. Pas vijftien jaar later, in 1890, werd hij volwaardig Jezuiet.

Onder de noordelijke indianen

In een boek, door een familielid kort na zijn overlijden gepubliceerd, is het verhaal te lezen van een missionaris die op een eiland in de Stille Oceaan terecht kwam. Die schreef: “I am not a tourist but a missionary”. In plaats van de schitterende omgeving te beschrijven liet hij weten: “What is picturesque from my point of view is that the valley is well populated and that there are plenty of young people fresh from school, so that our services are carried on with enthusiasm”.

Judge liet zich verbannen naar een andere streek, het missiegebied dat onder de indianen opgezet was door de paters Marquette en De Smet. In eerste instantie werd hij ingezet in het noordwesten van de Verenigde Staten. Maar in de zomer van 1890 hadden ze iemand als hem nodig in Alaska, waar de Belgische missiebisschop Seghers vermoord was. Na een reis van enkele maanden bereikte William de plek waar de noordelijke indianen bekeerd moesten worden.

De Jezuiet uit Baltimore was positief gestemd. “I think they would make good catholics” verduidelijkte hij in een van de brieven aan het thuisfront. “The natives are very good-natured and anxious to learn. Pray for our good indians that they may have the grace to embrace the true faith, which has brought us so much happiness; that so they may share our joy”.

Mijnwerkers actief aan de Yukon-rivier

In de brieven die Judge vanuit het soms ijskoude gebied schreef maakte hij melding van blanke mijnwerkers, die vanaf zee bevoorraad moesten worden. Zodra het ijs brak in de late lente konden boten een eind komen. “Every spring as soon as the river opens, the Alaska Company sends a steamer up the river, principally to take provisions to the miners up north, and bring down the traders to get their supplies for the coming year. It goes up more than 2000 miles”, legde hij terloops in een brief uit.

In augustus 1894 werd William Judge overgeplaatst naar een stuk van Canada, boven de poolcirkel. “I am on the go. I am leaving the United States. The steamer brought me orders from father superior to go to a place called Forty Mile. I believe there are eight or nine hundred miners there this year, besides the indians, who are also miners”.

Het was een eenzame post. “I shall be alone there this year and a thousand miles from any of our fathers, too far to send in a hurry if I should need them”. Judge verklaarde: “The catholics among the miners begged hard for a priest”.

Goud in de ijsvlakten

De Jezuiet van middelbare leeftijd kreeg met een ander soort mensen te maken. “Miners are no saints”. Bovendien ging hij er aan het werk op een bijzonder moment. Er werd namelijk goud gevonden langs de Yukon-rivier. Op 9 februari 1896, midden in de barre winter met nauwelijks daglicht, legde de missionaris vast: “I am with the whites. This is a mining camp. Everybody looking for gold, some finding it, and some getting nothing. A few becoming rich, but the greater number only making a living, and all working very, very hard”.

Het was alles of niets op dat moment. “You would be astonished to see the amount of hard work that men do here in the hope of finding gold. They burn holes like wells through the ice and the frozen ground. To sink these holes they have to cut large quantities of wood, make a big fire every evening, and next morning clean out all that is thawed”.

Het werk was evenwel vaak vergeefs. “You can imagine what work they have. And yet, very often, after sinking those holes, they find nothing”.

William Judge, de missionaris, dacht er het zijne van. “If men would only work for the kingdom of heaven, with a little of that wonderful energy, how many saints would we have!”

Pater onder de mijnwerkers

Judge droeg in zijn eentje er het zijne bij. “My room opens into the chapel where I keep the Blessed Sacrament and I can enjoy His company as often as I wish. I made an altar. A good lady gave me a nice carpet for the sanctuary, which makes the chapel look passing well for these parts”.

Helemaal alleen was hij niet. “Even in this last corner of the world, there are some nice, respectable people and some good catholics. A great part of the miners seem to be men who have been running away from civilization as it advanced westward in the States. Until now they have no place to go and so have to stop here”.

Over de ‘gelovigen’ liet hij weten: “There are many who call themselves catholics, yet practice nothing of what their holy faith requires of them. A greater number have lost their faith entirely”. Tot zijn verdriet had hij moeten constateren: “One of the last mentioned class committed suicide, a few days after I had been urging him to come to mass and to make his confession”.

Maar niet met iedereen was het gelukkig zo erg gesteld in het dorp van goudzoekers. “Some come to mass every morning. I try to have as many communions as possible on the first Friday of each month, even in this frozen region”. Het was er zo koud, zo koud dat zelfs kwik bevroor (bij 39 graden onder nul).

Erop uit in de kou

Vanuit de missiepost maakte de pater soms een verre reis in de winter. “For ten days the temperature remained between sixty and seventy below zero”. Een Iers echtpaar verwelkomde hem. “It was very comfortable. I said mass every day and had six or seven present each time, for there were other catholics living nearby. Six received holy communion”.

Op die reis waren zijn ledematen gevaarlijk bevroren. “I felt a pain shoot through my right foot, so I knew it must be frozen. I found that all the front part of my right foot was frozen as hard as stone. I could not make a mark in it with my thumb nail”.

Judge wist hoe je ermee moest omgaan. En ook hoe het fout kon gaan. “If you go into a warm room, or put the frozen part to the fire before rubbing with snow till it becomes red, it will decay at once and you cannot save it”.

Aan het einde van 1896 was de goudkoorts definitief op gang gekomen. “Gold was found on a creek fifty miles up the river. Later discoveries show the region to be one of the richest and most extensive gold fields ever known”.

Judge besefte wat er zou gaan gebeuren, speciaal in Dawson City. “The excitement is very high here. When the news gets outside, no doubt there will be a rush for these parts. Men are coming every day. It is likely there will be a general stampede in the spring”.

De missionaris was nog maar net op tijd om er een stuk schaarse grond te verwerven – bestemd voor de bouw van een kerk en een ziekenhuis. In deze barre omgeving bleef immers niet iedereen gezond. “We had one death, of a Canadian”, legde hij vast in een brief. “He came last spring looking for gold. Happily I was here to give him the sacraments and say mass for his soul. God grant that he may have found the one thing necessary, which is above all the gold and treasures of the world”.

Hordes gelukszoekers

In het boek over de missionaris was te lezen hoe hordes gelukszoekers door het witte landschap trokken. “The whole surface of the region was a magnificent expanse of white. The dark forms of the would-be miners with their luggage stood out in sharp contrast to the spotless background. A long line of men trudged in single file along the trail. At a distance it looked like a train of creeping blackness upon a white surface”. Op 3 april 1897 alleen al verloren zeventig personen het leven in een lawine. Een vergelijking werd gemaakt met het leger van Napoleon dat uit Rusland wegvluchtte in de winter.

Pater Judge staat er alleen voor

Terwijl het gebied vol stroomde bleef Judge voorlopig alleen. De verwachte hulp van zusters bleef uit. “The sisters did not get here. I received nothing, not even mass wine”.

In augustus 1897 opende hij toch het provisorische ziekenhuis. “I have had ever since an average of twenty sick persons. They are most agreeably surprised to find so much comfort, and all are loud in their praise of the good work we are doing”. Het ziekenhuis ging open nog voor de bouw helemaal voltooid was. “It is finished except the doors for the rooms. We had no lumber to make these, but we have curtains, which will do equally”.

In alle drukte was Judge bijna zelf patiënt geworden. “Of late my own health has not been as good. I had a slight attack of chills”. Maar de Jezuiet ging gewoon door. “I have not missed mass a single day, nor have I been prevented from attending to my duties’. Toch moest hij bekennen: “The work here is too much for one priest”.

Door de toestroom van goudzoekers werd steeds meer van hem verwacht. “There are a great many catholics here. We have about one hundred at mass every Sunday. We have high mass, sermon, and benediction of the Blessed Sacrament every Sunday, and a fair number of confessions and communions every week”.

In een brief, gedateerd 1 maart 1898, gaf Judge aan dat het aantal patiënten toegenomen was tot vijftig, vooral door scheurbuik als gevolg van een tekort aan vitamine c. Maar hij bleef goede moed houden. “I am very well, but of course as busy as one can be. The hospital is praised by eveyone”. Het goede werk leverde bovendien bekeringen op. “We had a beautiful death. A man was converted in the hospital. He received the sacraments with great devotion and died most happily”.

Kerk in brand

Met de kerk liep het minder goed af dan met het ziekenhuis. Zelfs in de New York Post kon je lezen over wat zich op 5 juni 1898 afspeelde in Dawson City. “The people were awakened by the cry of fire, an ominous sound at all times, but especially terrifying in a town of tents and log cabins”. Iedereen kwam haastig overeind. “The first cry was that the hospital was on fire, and hundreds of strong men grabbed their blankets and a pail and ran to the fire. Everyone gave a sigh of relief when it was found out that the church and not the hospital was blazing so fiercely”.

Door middel van crowd funding kwam meer dan voldoende geld binnen. Twee weken na de brand kon Judge al schrijven: “I am building a new church three times as large as the old one. One of my friends will pay for it”. In Dawson City waren enkele mannen uiterst rijk geworden.

Levende heilige

Als je afgaat op de correspondentie, zoals die in het boek afgedrukt werd, kreeg de Jezuiet in 1898 een bijzonder imago. Hij was de goedheid zelve, stond voor iedereen klaar en offerde zich volledig op. “It was well known that it was only necessary to let father Judge know you were in need, and anything he had was at your disposal. The only time I heard of his wrapping himself up well, was once when he gave an undergarment to a man, and he was hastening home without it”.

In de zomer van 1898 kreeg Judge eindelijk versterking. “The missionary had the joy of welcoming the Sisters of St. Ann, who hastened to his aid as soon as they could make their way up the Yukon”.

De zusters konden meteen aan de slag. Begin augustus brak er een tyfus-epidemie uit in de goudzoekers-stad. Er kwamen zoveel nieuwe patiënten bij dat er geen ruimte meer was.

Maar: “The charity of Father Judge again did wonders. With the aid of devoted and charitable friends, he immediately undertook the construction of an addition to the hospital, three stories high”. Veel mannen bekeerden zich tot het katholieke geloof tijdens hun verblijf in het ziekenhuis.

Het liep over bij William Judge. Op 6 oktober 1898 stuurde hij een brief naar Baltimore met daarin: “I have had a very busy summer, the building of our new church in place of the one burned, and a large addition to the hospital, together with the care of providing for the coming winter, was no little work.

The large number of patients in the hospital has kept me as busy as I could be day and night. We have 135 patients at present, mostly typhoid fever, which has been very bad here this summer”.

Het was zijn laatste brief. Judge had alles gegeven wat hij had, inclusief zijn gezondheid. De komst van nieuwe missionarissen, Oblaten, weerhield hem er evenwel niet van stug door te gaan. Met kerstmis ging hij nog één keer voor in een plechtige nachtmis, de eerste van drie missen achter elkaar.

In een verslag is te lezen dat zijn preek de toehoorders niet onberoerd liet. “He drew a vivid picture of the loved ones of his hearers. No one who heard, or was present, could fail to see that all were deeply affected. Strong men wept”.

Rijk en arm werden apart toegesproken. “Father urged those who had been successful to remember that God made them simply His stewards and would demand an account. To the majority of us he showed that while we might not have been successful in earthly gains, if we kept close to God it would be better than if we had gained not only wealth [goud van de regio], which we knew to be great, but of the whole world”.

Op 7 januari 1899 was William Judge fysiek niet meer staat de mis op te dragen. Hij bleek een longontsteking opgelopen te hebben en overleed op 16 januari, 49 jaar oud. Met veel eer werd de missionaris ten grave gedragen.

Bij zijn graf is op een houten bord nog steeds goed te te lezen: “Here is buried, until it rises up, the body of Father William Judge of the Society of Jesus (Jesuit), a man full of charity who in the city of Dawson with the cooperation of all erected the first house of the sick (hospital) and a temple of God (church) and who being mourned by all died piously in the Lord on the 16th day of January 1899”.

Harry Knipschild
20 april 2019

Literatuur
Charles J. Judge, An American Missionary. A record of the work of Rev. William H. Judge S.J., Boston 1907