Brief uit de missie 130: Missionaris opgepakt in de Sovjet Unie

0
267
Handgeschreven brieven

Boleslas Sloskans, op 31 augustus 1893 geboren te Tilgale (Oost-Letland), niet ver van de grens met Rusland, zat jaren achter elkaar in de ellende.

Bij zijn geboorte hoorde Letland bij het rijk van de Russische tsaren. In 1894 kwam Nicholaas II er op de troon in Sint Petersburg. In de toenmalige hoofdstad ging Boleslas, kind van katholieke ouders, naar het seminarie. Op 21 januari 1917 ontving hij de priesterwijding.

Roerige tijden

Het waren roerige tijden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) wist het tsaristische rijk zich niet te handhaven. Nicholaas werd gedwongen af te treden, werd verbannen naar Jekaterinenburg in de Oeral, waar de bolsjewieken hem op 17 juli 1918 vermoordden. Bij de Vrede van Brest-Litowsk (3 maart 1918) moest de nieuwe Russische republiek een aantal gebieden, waaronder Letland, prijsgeven. Tijdens de Oktober Revolutie van 1918 kwamen de communisten onder leiding van Lenin definitief aan de macht. Na zijn dood in 1924 werd Petrograd omgedoopt in Leningrad.

Ten tijde van de revolutie bevond Sloskans zich in Sint Petersburg. Zijn geboorteland was een onafhankelijke natie geworden, maar de grens vanuit Rusland was geblokkeerd. De jonge priester werd wellicht daarom ingezet om er als geestelijke aan het werk te gaan in de Sint Catherina-parochie.

Bisschop in het geheim

In Rome maakte men zich terecht zorgen om het voortbestaan van de katholieke Kerk in Rusland. Om dat zoveel mogelijk te bewerkstelligen moesten er nieuwe bisschoppen in het land komen. Het Vaticaan stuurde de Jezuiet Michel d’Herbigny in 1926 naar de Sovjet Unie. Eugenio Pacelli (de latere Pius XII), in die tijd pauselijk nuntius in Berlijn, wijdde de afgezant onderweg tot bisschop.

D’Herbigny was derhalve in staat om zijn geestelijke macht op andere priesters over te dragen. Zo werd Eugène Neveu in Moskou eveneens tot de bisschoppelijke status gebracht. Een volgende geheime bisschopswijding onderging Sloskans op 10 mei 1926 in Moskou. Hij kreeg de verantwoordelijkheid voor een gebied in Wit Rusland. Op die manier werd de 32-jarige Let een belangrijke missionaris in vijandig communistisch territorium.

Vóór de revolutie waren er in het bisdom 700.000 katholieken en 300 priesters. Er viel dus heel wat te doen voor de Kerk.

Sloskans opgepakt

Als je afgaat op katholieke bronnen was de bisschop niet altijd voorzichtig. Hoewel in het geheim gewijd maakte Sloskans in september 1926 bekend dat hij bisschop geworden was. Bovendien belette hem dat niet ten aanzien van de autoriteiten een onwelgevallige gedragslijn aan te nemen, las ik in artikel uit 2008 van de Benedictijn Dom Antoine Marie.

“In Mohilev merkte de bisschop dat hij werd bespioneerd door de staatsveiligheidspolitie. Hij woog dus zorgvuldig ieder woord dat hij in het openbaar uitsprak. Begin september 1927 ondernam hij een reis om de streken te bezoeken die onder zijn jurisdictie vielen. Tijdens zijn afwezigheid organiseerde de GPU-politie een huiszoeking in zijn domicilie. Bij zijn terugkeer kreeg hij bezoek van agenten die tot een nieuwe huiszoeking overgingen. Ze ontdekten kaarten van de generale staf en militaire documenten die waren verborgen achter schilderijen. Alle stukken waren daar tijdens de voorgaande huiszoeking bevestigd”.

Op 17 september 1927 werd de missionaris formeel gearresteerd.

Schijnproces

In 1933 deed het Vaticaan voorzichtig verslag. “Zijn gevangenneming geschiedde op grond van een beschuldiging van spionage. Een nadere uitleg van deze beschuldiging werd natuurlijk niet gegeven, en evenmin werd zij in een rechtszitting behandeld, daar men de zogenaamde administratieve procedure volgde. De GPU zelf veroordeelde hem tot drie jaar dwangarbeid op het eiland Solowki in de Witte Zee.

Dit is een van de zwaarste straffen, die in Rusland uitgedeeld worden. Mgr. Sloskans heeft zich echter over de behandeling aldaar niet nader willen uitlaten. Alleen heeft hij meegedeeld dat zijn toestand in niets verschilde van die der misdadigers, die daar hun straf ondergaan”.

De Benedictijnse auteur gaf in 2008 meer en emotionele details: “Er werd een schijnproces georganiseerd. De afmattende verhoren vonden bij voorkeur ’s nachts plaats. Nadat hij maandenlang in verscheidene gevangenissen onmenselijke behandelingen had ondergaan, werd mgr. Sloskans veroordeeld tot verbanning en drie jaar dwangarbeid in de concentratiekampen van Solowki, een eilandengroep in de Witte Zee, overdekt met wouden, in een ijskoud en vochtig klimaat.

Later zou men hem bekennen dat de beschuldiging van spionage slechts een voorwendsel was om hem van zijn bisdom te verwijderen”.

Strafkamp aan de Witte Zee

In het artikel van 2008 werd tevens geciteerd uit een brief die de bisschop vanuit zijn ballingsoord schreef. Het geloof hield hem op de been, gaf hij aan. “De gevangenschap is de grootste en mooiste gebeurtenis van mijn innerlijk leven”.

Samen met andere gevangen priesters wist hij vaak de mis op te dragen. “Een glas deed dienst als kelk en het deksel van een conservenblik als pateen. Hun liturgische kleding hadden ze zelf vervaardigd. De misteksten kenden ze uit hun hoofd. Dankzij een bewaker kwamen ze aan hosties en wijn. Als die ontbrak maakte Sloskans die zelf met behulp van in water gedrenkte rozijnen”.

Opnieuw vast

Na drie jaar werd de Letse missionaris vrijgelaten en keerde terug naar zijn bisdom. Op 9 november 1930 werd hij echter opnieuw gearresteerd. In 1933 was te lezen: “Zonder opgaaf van reden en zonder vorm van proces werd hij tot tien jaar verbannen naar Siberië. Op 7 maart 1931, na een tocht van vier maanden onder moeilijke omstandigheden, arriveerde hij te Jeniseisk. In zijn verbanningsoord werd hij op 27 maart 1931 overgebracht naar het kleine dorp Sharo Turuchansk in het noorden”.

In de verslagen van 1933 en 2008 repte men er niet over waarom men hem steeds arresteerde. Zou hij zich misschien opnieuw onwelgevallig over het regime uitgelaten hebben?

Maar hoe dan ook, in het dorp kon hij met vissen in zijn levensonderhoud voorzien. Bovendien vond hij steun in een boekje met daarin de autobiografie van de H. Theresia van Lisieux (Geschiedenis van een ziel), die hij onderweg in de handen gedrukt kreeg.

Wederom hield het geloof hem op de been. “In een van de wouden ter plekke merkte hij een rots op die zich uit de bodem verhief. Daar, alleen temidden van de bomen, was hij in staat de mis te vieren, het mysterie van het geloof, de overwinning van het leven op de dood, de verrijzenis na het lijden”.

Aan de ellende van de priester kwam maar geen einde, meldden de artikelen. Voor de zoveelste keer werd hij gedwongen overgebracht, deze keer 1400 kilometer verderop. Die tocht duurde maar liefst 35 dagen.

Eindelijk uit de gevangenis

Boleslas Sloskans was er hoogstwaarschijnlijk niet van op de hoogte dat zijn persoon inzet was van onderhandelingen tussen de Sovjet-autoriteiten en zijn geboorteland. Kort na zijn aankomst vernam de pater dat hij naar Moskou, hoofdstad van Rusland onder de communisten, zou worden overgebracht. Daar werd hij voorlopig in een gevangenis ‘geparkeerd’.

“Na negen dagen”, aldus het artikel van 1933, “werd hij naar het paleis van justitie gebracht voor een ontmoeting met de ambassadeur van het onafhanklijke Letland. Deze deelde hem mee dat hij de dag daarop naar Riga zou vertrekken. Vanuit Riga in Letland zou hij naar Rome kunnen reizen omdat de paus [Pius XI, r. 1922-1939] de wens had uitgesproken hem te ontmoeten”.

Op het centraal station van Riga werd Sloskans onthaald door de apostolische nuntius Antonino Zecchini, vertegenwoordigers van de regering, afgevaardigden van het parlement en heel wat landgenoten, onder wie studenten.

Vrij tegen wil en dank

In de katholieke verslagen is te lezen dat Sloskans liever niet uit de Sovjet-Unie wilde vertrekken. Het artikel, kort na zijn aankomst in Rome geschreven vermeldde: “Mgr. Sloskans vernam in Riga dat zijn vrijlating te danken was aan de Letlandse regering, die hem aan de willekeur van de Sovjets had willen onttrekken.

Omdat Letland een Sovjet-agent gevangen hield, wiens vrijlating de Russische regering op prijs stelde, bood het aan Rusland aan, deze tegen mgr. Sloskans uit te wisselen. Op deze wijze kwam er een einde aan de droeve lotgevallen, waarvan de Russische prelaat thans nog de zichtbare sporen draagt”.

De bisschop, eindelijk vrij na alle ellende, was evenwel niet blij. “Mgr. Sloskans zei dat deze vrijlating voor hem niet beter is dan de geleden vervolging. Rusland te moeten verlaten, zijn gelovigen en zijn ambt vaarwel te zeggen, was voor hem misschien nog een zwaardere straf. Liever wilde hij daar voor het geloof lijden, zoals zovele priesters nog doen – daar sterven, zoals anderen voor het geloof hun leven mochten geven. Daar alleen lag de, zij het hopelooze mogelijkheid, zijn herderlijke plichten te vervullen.

Aan de verslaggever in Rome verklaarde de man, die na alle droevige ervaringen eindelijk vrij was: “De Voorzienigheid had mij voor dat ambt bestemd en ik moest het vervullen, ook ten koste van mijn leven. Alleen in het katholicisme kan het Russische volk herrijzen; alleen de katholieke Kerk kan Rusland redden”

De Letse missionaris werd in Rome anno 1933 omschreven als ‘heldhaftige herder’.

Een les uit Rome in 1933

Het in Rome uitgegeven tijdschrift Illustrazione Vaticana maakte van de gelegenheid gebruik om de lezers uit te leggen hoe het in de Sovjet-Unie toeging. “Mgr. Sloskans is een sprekend voorbeeld van de Russische vervolgingsmethoden. Het is hun niet genoeg de gelovigen van hun herders en priesters te beroven en de katholieke hiërarchie zo te verstrooien, dat de gelovigen geen steun en bemoediging meer ontvangen; neen, de Sovjets trachten ook ieder religieus gevoel uit te bannen.

Zoals bekend kent de Russische wetgeving geen vervolging van godsdienst: alle religies worden op één lijn gesteld en allen genieten officiëel gelijke vrijheid. De meedogenloze strijd, die in Rusland en elders in naam van het communisme gevoerd wordt, voltrekt zich dus niet krachtens een geschreven wet, maar vloeit uit een systeem voort, dat aan geen enkele wet beantwoordt en daarom volslagen willekeurig en des te verderfelijker is.

Het duidelijkst komt dit tot uiting in de onteigening en verwoesting der kerken. Vóór de bolsjewistische revolutie waren er volgens de officiële statistiek alleen in Moskou 1500 kerken. Volgens dezelfde statistieken bedraagt het aantal gebouwen in dienst van de godsdienst te Moskou thans zestig.

Géén van de aan haar bestemming onttrokken kerken is echter onteigend of verwoest op grond van een uitgesproken motief van godsdienstvervolging. Er werden integendeel vaak zeer vreemde redenen opgegeven: in de meeste gevallen kwam het hierop neer dat zij moesten wijken voor nieuwbouw of nodig waren voor scholen of voor het leger. Het gevolg was echter, dat vele kerken tenslotte veranderden in ontspanningslokalen voor sociale sovjet-organisaties of in bioscopen, zowel in Moskou als elders in Rusland.

Maar de echte vervolging bestaat in het verdacht maken van eenieder, die met de geestelijkheid verkeert; de godsdienstige belijdenis is onder het sovjet-regime in één woord een motief van ongenade, dat vaak leidt tot verbanning of, wat soms nog erger is, het verlies van zijn recht op levensonderhoud.

Dit alles beantwoordt aan het plan der sovjets, om binnen tien jaar ieder spoor van godsdienst op het grondgebied der republieken van Sovjet-Rusland uit te wissen”.

De redacteur van het artikel besteedde bovendien aandacht aan de opvoeding van de jeugd. “Op alle mogelijke wijzen aan het gezin onttrokken door de indeling in militaristische turnorganisaties, door het onderwijs dat meedogenloos georganiseerd en gecontroleerd wordt en niets onbeproefd laat om elk opkomend religieus instinct in de kinderziel uit te roeien, en tenslotte door de clubs, groeit de jeugd goddeloos en immoreel op. Dat is de bedoeling van het communisme.

Hoe deze verschrikkelijke gesel, die de beste kansen voor de opbloei van een volk vernietigt door in zijn ziel de hoogste menselijke deugden uit te roeien en het te verdierlijken, kan bestreden worden, weet alleen God in Zijn goedertierendheid”.

Vanuit België terug naar Letland

Sloskans had nog heel wat tegenslagen te overwinnen. Maar aan het einde van zijn leven kwam hij terecht in Nederland en België. “De laatste achttien maanden van zijn leven bracht hij door in een rusthuis dat wordt beheerd door de zusters van het klooster van Bethlehem van Duffel. Daar viel hij op door zijn vriendelijke eenvoud en zijn onafgebroken bidden. Zijn rozenkrans had hij altijd bij de hand”.

In april 1981 kwam er een einde aan het aardse bestaan van de missionaris. “Op 10 oktober 1993 werd het stoffelijk overschot teruggegeven aan Letland dat in 1991 opnieuw een vrij land is geworden. Het is bijgezet in de crypte van het nationale heiligdom van de Maagd van Aglona, waar het voortaan wacht op de verrijzenis”.

Zaligverklaring?

In 2018 verscheen een artikel met daarin de mededeling dat de Letse bisschop op weg was naar zaligverklaring. Paus Johanes Paulus II had in 2004 al de aanzet gegeven. “In september 2018 begaf paus Franciscus zich naar de katholieke kathedraal van de H. Jacobus te Riga om te bidden en de ‘ouden’ te ontmoeten die onder de [communistische] vervolging trouw waren gebleven aan Christus. In Aglona celebreerde de paus de H. Mis in aanwezigheid van alle Letse bisschoppen en officiële vertegenwoordigers van Letland en België”.

Een eerste stap naar de zaligverklaring was inmiddels gezet. “In België werd een geval gesignaleerd en de commissie van drie Belgische artsen verklaarde dat de genezing wetenschappelijk onverklaarbaar is. Momenteel onderzoekt een commissie van vijf artsen het geval in Rome”.

Harry Knipschild
7 oktober 2019

Literatuur
‘Vijf jaren gevangenschap in Rusland. Een onderhoud met mgr Boleslav Sloskans’, Illustrazione Vaticana, 1 mei 1933
Dom Antoine Marie, Abdij Saint-Josph de Clairval, 19 maart 2008
‘Boleslavs Sloskans, een vervolgde bisschop op weg naar zaligverklaring’, zenit.org, 24 september 2018