Brief uit de missie 18: De ongelovige Thomas in India

0
1667

In het evangelie van Johannes kun je lezen dat Thomas nogal wantrouwig was. Hij nam niet zonder meer aan dat Christus herrezen was. “Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven”, reageerde hij. Een week later, aldus het evangelie, richtte Jezus zich tot Thomas persoonlijk. “Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof”. De ongelovige Thomas werd nu de gelovige Thomas. “Omdat je me gezien hebt, geloof je”, kreeg hij nog te horen. “Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven”. Thomas ging desalniettemin de geschiedenis in als de ‘ongelovige’ Thomas.

Hoe ging het verder met de apostel? In India is men ervan overtuigd dat hij vanuit het Heilige Land in oostelijke richting vertrok. Hij zou via het land van de Parthen (nu Iran) op de westkust van het subcontinent belanden. Dat gebied is tegenwoordig de deelstaat Kerala en stond in de VOC-tijd bekend als de Malabar-kust.
In februari van dit jaar reisde ik door het gebied. Ik constateerde dat de naam ‘Sint Thomas’ nog steeds springlevend was. Winkels droegen zijn naam, kerken waren naar hem vernoemd. In India is het gebruikelijk bij autobestuurders een beschermer in het verkeer bij zich te hebben. Veel hindoes hebben een beeldje van de god Ganesha op hun dashboard. Katholieken hebben met grote letters ‘Jezus’, ‘Maria’, ‘Antonius’ of ‘St. Thomas’ op hun voorruit geschilderd.

Kerala (Malabar-kust)
In boekjes die ik ter plaatse over Thomas kocht, werd duidelijk gemaakt dat de discipel van Jezus Christus in het jaar 52 in de Indiase stad Palayur arriveerde. Daar aangekomen begon hij meteen met bekeringswerk onder de plaatselijke bevolking, de heidenen. Door het verrichten van wonderen liet Thomas zien dat hij door God zelf gezonden was. Een manuscript, in Palayur bewaard gebleven, zou een aantal feiten op een rijtje gezet hebben. Thomas wist 29 gestorven mensen weer tot leven te brengen. Hij genas honderden lepralijders. Grote groepen blinden konden na behandeling door Thomas weer zien. Zieken, die door de artsen al waren opgegeven, maakte hij weer gezond. De apostel zorgde ervoor dat doven konden horen. Enzovoorts.

Bekeringen konden niet uitblijven. Waar de apostel zich ook maar vertoonde, stroomden de mensen toe om zich te laten dopen. Mensen van alle kasten: brahmins (de hoogste kaste), handelaren, boeren en onaanraakbaren. Volgens de bronnen in India maakte het christendom in die tijd een grote bloei door. Behalve in de eerder genoemde stad Palayur verrezen dan ook kerken in Cranganore, Parur, Niranam, Kollam (Quilon), Chayal en Kokkamangalam. Het bouwen van kerken ging niet zonder verzet van sommige brahmins. En niet zonder geweld. Thomas liet zich echter nooit uit het veld slaan. In Palayur (Palur) wist hij de hindoes te verslaan en vervolgens te verjagen. Een hindoetempel liet hij ombouwen voor de katholieke eredienst. Brokstukken en gebroken beelden van hindoegoden zouden volgens de traditie nog eeuwenlang in de omgeving van de kerk gevonden zijn. Thomas leidde ‘inlanders’ op als priester zodat ze zijn werk konden voortzetten als hij er niet meer was.
Thomas in het land van de Tamils
De apostel was een goede missionaris. Daarom ook trok hij verder om het ware geloof te verkondigen. Volgens sommige verhalen zou hij zelfs in China geweest zijn. Maar zeker op de oostkust van India, het gebied waar tot op de dag van vandaag de Tamils het voor het zeggen hebben. Hij was actief in de regio van de huidige miljoenenstad Chennai (vroeger Madras). Daar was een belangrijk hindoeheiligdom dat Mylapore heette. Er viel heel wat nuttig werk voor het christendom te doen.

Het verblijf in het land van de Tamils werd de geloofsverkondiger na twintig jaar echter noodlottig. Volgens de traditionele verhalen werd hij in het jaar 72 vermoord en ter plekke begraven. Thomas werd een martelaar, de heilige Thomas. Op zijn graf verscheen een kerkje.

Marco Polo gaf een opvallend relaas: “Het lichaam van de heilige Thomas ligt in een kleine stad waar niet veel mensen wonen. Maar er komen veel christelijke pelgrims en ook veel saraceense, want de saracenen [moslims] koesteren een grote verering voor hem en zeggen dat hij een saraceen was en een groot profeet en ze noemen hem varria, wat heilige man betekent. Christelijke pelgrims nemen aarde mee naar de plek waar de heilige gestorven is. Hij geneest alle christenen die aan lepra lijden”.
“Nu zal ik vertellen wat ik heb gehoord over zijn dood”, vervolgde Polo. “De heilige Thomas bevond zich in een kluizenaarshut in een bos en zei zijn gebeden. Om hem heen waren veel pauwen. Terwijl de heilige Thomas bad, was een afgodendienaar aan het jagen. Toen hij een pijl op een pauw wilde afschieten, raakte hij de heilige Thomas, die hij niet zag, in diens zijde. Deze bleef, aldus gewond, zachtjes bidden en stierf al biddend”.
De dood van de apostel zou in dat geval een ongeluk zijn.

De Santhome-kerk in Chennai (Madras)
In de zestiende eeuw bereikten Portugese ‘ontdekkingsreizigers’ de oostkust van India. Ze vernielden de antieke ‘afgoden’-tempels van Mylapore. Op het graf van Thomas bouwden ze in 1523 een kerk die aan de heilige martelaar gewijd was. Aan het einde van de negentiende eeuw sloopten de Britten de inmiddels honderden jaren oude kerk en bouwden een nieuwe. Op 5 februari 1986 bezocht paus Johannes Paulus II de Santhome om er te bidden op het graf van de apostel. Het Belgische koningspaar Albert en Paola was er op 10 november 2008.
Op 9 februari 2009 bevond ik mij zelf op deze heilige bodem. De stoffelijke resten van de heilige waren overigens al eeuwen geleden uit de kerk verwijderd. Europeanen hadden ze meegenomen en opnieuw begraven in Ortona (Italië). Het graf was leeg, op een relikwie na. In de grafkelder zag ik allerlei herinneringen aan het verblijf van Thomas in het land van de Tamils. Tevens werd nog eens uitgelegd dat de heilige in eerste instantie nogal ‘ongelovig’ geweest was.

Thomas en de tsunami van 2004
De boekjes – met herdrukken uit dit jaar – maakten volop melding van alle wonderbaarlijke gebeurtenissen die zich op deze plaats hadden afgespeeld. Zieke mensen waren ter plekke genezen. Bij het openen van het graf, nog in 1729 door Dom José Pinharno, de bisschop van Mylapore, zou er een helder licht uit de tombe gekomen zijn.
De ‘bescherming van boven’ zou zich tot in onze dagen hebben voortgezet. Op 26 december 2004 hield een dodelijke tsunami huis op de kusten van Azië, was te lezen in het boekje ‘Santhome Cathedral Basilica. Chennai – India’. In India waren er 11.000 slachtoffers geteld, waarvan 8.000 in het Tamil-gebied (Tamil Nadu).

“Hoewel de basiliek praktisch aan de kust staat, bereikte de hoge vloedgolf de kerk niet. Een paar duizend mensen hadden op het kerkterrein bescherming gezocht. Niemand van de duizenden arme mensen die in hutten op het strand bij de kathedraal woonden, kwam te overlijden. Het water stroomde diep het binnenland in en kruiste de weg ten noorden en ten zuiden van de basiliek, maar het kerkterrein bleef gespaard. Hoewel we de wonderbaarlijke ontsnapping niet kunnen verklaren, wijzen verscheidene mensen die in het gebied wonen, die toe aan de bescherming van de heilige Thomas. Lang geleden is er een paal neergezet tussen de basiliek en de zee. Er is een geloof, een legende die we niet historisch kunnen bewijzen, dat die door de heilige zelf is neergezet. Of door zeelui te zijner ere.

Volgens dit verhaal zal de zee nooit verder gaan dan de paal. Feit? Legende? We weten het niet. Maar de waarheid is dat iedereen, die op of bij het terrein van de basiliek woonde, gespaard werd voor de furie van de tsunami”.

Harry Knipschild