Brief uit de missie 29: Moord in de missie

0
1446
Handgeschreven brieven

Eind 1937 werd katholiek Nederland opgeschrikt door een moordpartij in de Chinese missie. Het Vaderland meldde op 21 november dat de familie Schraven in Lottum bij Venlo bericht had ontvangen dat missiebisschop mgr. Frans Schraven vermoord was. De Lazarist, geboren op 13 oktober 1873, was al tientallen jaren actief als missionaris. In 1920 was hij bisschop geworden, aldus de krant.

Het Volk en andere niet-katholieke kranten plaatsten de moord in de context van die jaren, met het brute geweld onder Stalin en Hitler, en de Spaanse Burgeroorlog die op dat moment woedde. “Wij leven in een tijd, die vervuld is van mensen, die met hun leven spelen”. In de media had men respect voor missionarissen, de ‘uitdragers van hun geloof, die met een touw om de hals als slachtvee zijn weggevoerd. En aan de vele anderen die door zulk een einde niet worden afgeschrikt’. Ondanks de ‘gruwelijke ondergang van de Nederlandse missie-bisschop Schraven en zijn jonge medewerkers’ zouden er wel weer nieuwe jonge priesters met vol idealen de wereld intrekken.

In de Annalen van de Lazaristen, een Franse missie-organisatie, werden enkele maanden later tal van details gepubliceerd. In het blad waren drie zeer lange verslagen opgenomen. Het drama had zich op 9 oktober 1937 afgespeeld in een missiepost bij de stad Zhending (nu Shijiazhuang), op 260 kilometer ten zuidwesten van Peking.

Het was inderdaad een roerige tijd. Ook in Azië. De Japanners waren China binnengevallen. Ze rukten steeds verder op. De missiepost diende als toevluchtsoord. “Sinds verscheidene dagen hoorden wij kanonnen in de verte. De stad was bereid zich ten koste van alles te verdedigen. We werden overspoeld met vluchtelingen”, schreef een zuster ter plekke begin oktober. “We hebben er 1.600 geteld. Maar op het laatste moment is dat aantal verdubbeld. Op 7 oktober, vijf uur in de middag, is het bombardement in alle hevigheid lostgebarsten. We bevinden ons tussen twee vuren. De granaten fluiten over onze hoofden en vallen overal neer”. De paniek was groot de volgende dag. “Een granaat kwam vlak bij de volle eetzaal terecht en versplinterde het raam. Wij brachten ons in de kapel in veiligheid. Drie zware projectielen vielen neer. Een vrouw en twee kinderen kwamen om het leven. Gelukkig niet meer. Het was één grote verwoesting”.

Op 9 oktober wisten de Japanners de stad met geweld in te nemen. De missiepost, met duizenden vluchtelingen, ontkwam niet aan de belegering. “We hebben 814 granaatinslagen geteld”, legde de zuster vast. “Er valt heel wat te repareren!” Begin van de avond was de inname een feit. “Toen de Japanners de stad binnen trokken was iedereen doodsbenauwd”. De Japanse autoriteiten lieten niet na meteen een bezoek aan het missiehuis te brengen. “Monseigneur [Schraven] leidde ze rond. Toen de chef al die kinderen in de kapel zag bidden vertelde hij hen in slecht maar begrijpelijk Chinees dat ze niet bang hoefden te zijn. De oorlog was voorbij. Vervolgens bezocht het gezelschap het missieziekenhuis waar enkele gewonde Chinese soldaten verpleegd werden. De Japanse commandant scheen welwillend. Hij beloofde de volgende dag een legerarts te sturen om hun wonden te verzorgen”.

De zusters leefden op de grote missiepost gescheiden van de paters. Wat er bij de paters, de missionarissen, gebeurde werd gedetailleerd opgetekend door Dom Gérardin, de prior van een nabijgelegen trappistenklooster. Op die negende oktober, de dag van de inname van de stad, was het verre van rustig op de plek van waaruit de missie-activiteiten bedreven werden. De geestelijken in het gebied maakten zich echter niet al te veel zorgen. Ze hadden de missie immers onder de bescherming van de heilige Jozef geplaatst. “Niemand van ons was bang”, legde Gérardin vast.

Op de bewuste dag, zaterdag 9 oktober 1937, werden de Lazaristen niet alleen bezocht door de Japanse autoriteiten. Tal van meelopers wisten de plek te vinden. “Plunderaars, alleen of in groepen, slaagden erin tot de residentie door te dringen. Ze namen mee wat hun goed dunkte. Ze forceerden zo nodig deuren. Ze kwamen over de muren, over de daken van de nabij gelegen huizen. Een Japanse officier liet de ingang dichtmaken. Bij de ingang werd een plakkaat opgehangen met in het Japans ‘Verboden Toegang’ of woorden van die strekking. Maar dat had geen effect. De plundering ging de hele dag door. Het regelmatige bezoek van Japanse officieren had niet de gewenste uitwerking. De plunderaars waren gewapend en schroomden niet geweld te gebruiken”.

’s Avonds wilden de paters natuurlijk stoom afblazen. Daar had monseigneur Schraven begrip voor. Bij wijze van uitzondering mochten de geestelijken tijdens de maaltijd met elkaar praten. De indeling van de eetzaal, aldus het verslag, was als gebruikelijk: De bisschop at in z’n eentje in het midden op een verhoging. De geestelijken aten in twee groepen. Aan de ene kant van Schraven de Europeanen, aan de andere de Aziaten. Iedereen, priester, broeder, priesterstudent, had een plek op basis van de kerkelijke hiërarchie.

Er werd goed gegeten lijkt het, als je het verslag leest. De maaltijd bestond uit verschillende gangen. Maar die avond ging het al bij de eerste gang mis. Tien Aziaten stormden de eetzaal binnen. Ze hadden het missiecomplex al eerder die dag bezocht. Hun nationaliteit was niet duidelijk. Het zouden Koreanen kunnen zijn, of Manchoes. Eén van hen sprak de paters aan in het dialect van de omgeving van Jehol (nu Chengde) ten noorden van de Grote Muur. Ze hadden soldatenuniformen aangetrokken. De indringers zwaaiden met revolvers en geweren. In eerste instantie hadden ze het gemunt op broeder Geerts. Maar toen ze de bisschop aan zijn tafel zagen zitten stapten ze op hem af. Schraven vroeg wat ze wilden. Zonder te antwoorden bonden ze een doek voor zijn ogen. Zijn handen bonden ze achter de rug vast. De andere Europeanen ondergingen hetzelfde lot. Onder hen ook de jonge priester Geert Wouters uit Breda (links een bidprentje van Wouters). Een andere gevangene was een Tsjechoslowaak die aanwezig was om het orgel in de kerk te repareren. De Chinese paters en priesterstudenten konden gewoon verder eten. Hen werd duidelijk gemaakt dat ze niets te vrezen hadden.

De Europeanen werden weggevoerd. Wat er verder met ze gebeurde was onbekend. Na verloop van tijd arriveerden andere Europese geestelijken op de missiepost. Ze spoorden de Japanse autoriteiten aan een onderzoek in te stellen. Die hadden echter andere prioriteiten. Het ging hen er vooral om de macht over te nemen en de orde te herstellen. Bij de zusters hadden vele honderden meisjes en jonge vrouwen een toevluchtsoord gevonden. Zij moesten terug naar de stad om het leven er weer normaal te maken. Voor de zusters was dat meer dan vervelend. Veel Chinese vrouwen leken immers het ware geloof inmiddels te omarmen.

Op 12 november, een maand en drie dagen na de inval, ontdekten vier helpers van de missie hoe de kidnap was afgelopen. Ze vonden de verkoolde lichamen van de Europeanen. Dat het de vermiste personen waren bleek uit de aanwezigheid van een rozenkrans, bril, medailles, een mes en andere herkenbare spullen. Op 17 november arriveerde de hoge Japanse officier Yokoyama. De Japanners konden moeilijk anders dan de toedracht erkennen. Ze verzochten de Europese priesters de zaak niet erger te maken dan die al was. Hun wens werd ingewilligd. Er kwam een schadevergoeding, een officieel excuus en een herdenking die op hoog niveau door de Japanse autoriteiten werd bijgewoond. De Japanners zorgden bovendien voor een passend herdenkingsmonument, dat nog steeds op die plek staat. Daarmee was de zaak in feite afgedaan. De missie moest verder. Aldus het verslag in de Annalen van de Lazaristen.
***

De gebeurtenissen in het binnenland van China gingen echter een eigen leven leiden. Tot op de dag van vandaag. Dat bleek nog eens op 9 oktober 2007. Op die dag werd in Breda herdacht dat de Bredase pater Geert Wouters en de andere missionarissen zeventig jaar eerder omgebracht waren. De regionale krant BN/De Stem blies het oude missieverhaal nieuw leven in. Non-fictie ging gedeeltelijk over in fictie.

“Bisschop Frans Schraven krijgt drie revolvers op zich gericht en moet van tafel opstaan. Intussen verscheuren de soldaten [plunderaars, HK] het tafellaken, blinddoeken de bisschop daarmee en binden z’n handen op z’n rug. De servetten van de andere buitenlandse missionarissen, onder wie pater Wouters, worden in tweeën gescheurd, zodat ook zij kunnen worden geblinddoekt en geboeid. Wouters, pas 29 jaar, snikt, schrijven de Chinese geestelijken later. Hij stond verschrikkelijke doodsangsten uit. Niet voor niets, want even later wordt hij met de anderen in het donker naar buiten gevoerd. Frans Schraven krijgt nog een strop om z’n nek en wordt zo naar een vrachtwagen gesleurd. De Chinese priesters blijven verbijsterd achter”.

De motieven van de plunderaars zijn nooit duidelijk geworden. Een hedendaagse Lazarist ‘die zich in de afschuwelijke moordpartij heeft verdiept’ noemde in 2007 vier redenen voor de moord. Voorop stond: “De missionarissen weigerden de duizenden vrouwen en meisjes uit te leveren. ‘Over mijn lijk’, zou bisschop Frans Schraven gezegd hebben. Hij vreesde voor massale verkrachting”. Andere mogelijke motieven waren: ‘Wraak, omdat de Lazarist Lebbe tot het Chinese leger was toegetreden. Geldzucht van de Japanse soldaten. Haat tegen de katholieke kerk’. Of toch alleen tegen de vreemdelingen?

Harry Knipschild

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here