Brief uit de missie 85: Antonius van Padua helpt in Zululand

0
1421

In 1915 publiceerde J. Aarts ten behoeve van het katholiek onderwijs een boek met de titel Roomsche Adel. Honderd Heiligenlevens. “Men acht het nodig”, aldus de auteur, “dat op onze scholen de levens der heiligen behandeld worden en dat er een schoolboekje met heiligenlevens bestaat. En met recht! Met wat voor grootheden en beroemdheden maakt onze jeugd kennis! De waarlijk grote mannen en vrouwen – dat zijn immers onze heiligen – blijven echter voor het merendeel onbekenden. Om maar eens te noemen de heilige missionarissen, die het christendom hebben gepredikt. Mogen zij langer onbekend blijven?”

Een van de honderd heiligen van wie het leven beschreven werd, was missiebisschop Hamer. Zijn marteldood tijdens de Bokseropstand in 1900 had geweldige indruk gemaakt. En dan te bedenken dat de procedure tot zijn zaligverklaring formeel nog niet in gang was gezet.

Ook voor Antonius van Padua (1195-1231) had de auteur heel wat pagina’s uitgetrokken. “De heilige Antonius heeft zich beroemd gemaakt als volksmissionaris. Gedurende verscheidene jaren trok hij predikend rond door Italië, Frankrijk en Spanje. Overal bracht hij wonderen van bekering teweeg. Zijn aangenaam uiterlijk, zijn innemende en bevallige manieren, trokken de menigte aan. Zijn stem was krachtig en welluidend. Waar hij als prediker optrad verdrong zich de menigte om het spreekgestoelte. De genade werkte mee om zijn woord vruchtdragend te doen zijn. Waar zijn prediken geen indruk maakte, daar werden de gevoelloze harten getroffen door zijn schitterende wonderen”.

Aarts: “De heilige Antonius wordt in het bijzonder vereerd als patroon van verloren zaken. Toen hij te Montpellier professor was, had een dief een kostbaar boek gestolen. Op zijn gebed kreeg hij zijn verloren schat op wonderbare wijze terug. De dief werd door een engel naar het klooster terug gezonden. Berouwvol viel hij neer aan de voeten van Antonius”.

Een bekend rijmpje luidde: “Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik mijn [hier verloren voorwerp] vind”.

Land van de Zulus

Meer over de heilige Antonius is te lezen in de tweede jaargang (1922) van het tijdschrift ‘Kijkjes uit het missieleven’, uitgegeven door de Missiezusters van het Kostbaar Bloed te Aarle-Rixtel. In 1906 had paus Pius X zijn toestemming verleend aan de constitutie (grondregels) van de missiezusters.

Vanuit Mariannhill in Oost-Afrika, in de omgeving van Durban, schreef zuster M. Clementia uit eigen ervaring het artikel ‘De macht der voorspraak van de heilige Antonius’. In die missiepost was geld verloren gegaan.

Clementia: “Een tijdje geleden verloor een meisje van onze inlandse kweekschool 10 pond sterling (120 gulden). Voorwaar geen kleine geldsom voor een inlands meisje”. De zuster legde uit waar het geld voor bedoeld was. “Zij had het als bankpapier in een brief van haar vader gekregen om de halfjaarlijkse schoolkosten voor zich en haar zus te bestrijden. De kwekelingen moeten namelijk de kost en de boeken betalen. Het onderwijs [zelf] is gratis”.

“Om drie uur, na de les, had zij de brief gekregen. Toen zij het geld erin vond, wist zij van blijdschap niet wat zij doen zou. Want niet altijd krijgen de kwekelingen het kostgeld van hun ouders. Zij moeten dikwijls maar zien dat ze er door komen”.

Het lag voor de hand dat het meisje, Merica Zulu genoemd, het geld meteen aan de missiezusters zou overhandigen. Maar om een of andere reden deed ze dat niet. Wellicht had ze nog een examen als hulp in de keuken voor de boeg. “Merica ging naar de keuken: een zwarte examenkandidate wordt ook geëxamineerd in het koken”.

Geld verloren

Er ging iets fout die middag. “Op de avond van de zelfde dag kwam Merica met rood-geschreide ogen bij me. ‘Wat is er aan de hand?’, zei ik.

‘Ik heb het geld verloren’, kwam er hortend uit.

‘Waar? Wanneer? Hoe?’

Nu vertelde ze dat ze de brief met het geld in de zak had gestoken en zo naar het werk [in de keuken] was gegaan”.

Zuster Clementia was boos. Waarom had ze de bijdrage aan de missie door haar ouders niet meteen ingeleverd? “Natuurlijk heb ik haar geen pluimpje gegeven”.

Antonius van Padua kan hulp bieden in Afrika

De zuster van het Kostbaar Bloed wist wat haar te doen stond. “Ik deelde het voorgevallene aan de andere leerlingen mee en voegde erbij: ‘Bid maar eens goed tot de heilige Antonius: hij is machtig genoeg om het geld terug te brengen’.

Dat was een donderslag voor de kinderen. ‘Tien pond! Tien shilling zou al veel geweest zijn. Arme Merica’, dat soort kreten werden geuit. Allen hadden erg met Merica te doen. De algemene opinie was dat zij het geld wel nooit meer terug zou krijgen”.

Zuster Clementia wist wel beter. “Ik hield vol dat de heilige Antonius machtig is bij Onze Lieve Heer. Bidden dus en vooral vertrouwen!”

Voor alle zekerheid ging Clementia zelf op onderzoek uit. “Toen de studietijd om was, verlieten wij de school en marcheerden naar het klooster. Ik vroeg de zuster, die bij me was, met mij naar de keuken te gaan, waar het meisje aan het werk was geweest. Alle hoeken en gaten van keuken en kelder werden doorzocht maar geen geld gevonden”.

Iedereen roept de hulp van Antonius in

Clementia liet het er niet bij zitten. “De volgende morgen verzocht ik onze goede zuster overste deze intentie aan de hele kloostergemeenschap te willen aanbevelen. Dit gebeurde. Alle zusters zouden bidden tot de heilige Antonius.

De zelfde morgen kwam Merica halfziek op school, want zij kon niet slapen of eten. Zij deed niets dan schreien. Een dag ging voorbij – geen geld. De verloren schat van hret Zulu-meisje was onderwerp van alle gesprekken overal op de missie-statie”.

Gevonden!

Clementia: “Na een paar dagen kwam Merica op een namiddag bij me in de tuin. Ik was juist bezig de lessen van de volgende dag voor te bereiden. Zij legde zonder een woord te zeggen een brief op mijn schoot en ging zenuwachtig naast me zitten schreien.

‘Wat is er Merica?’ vroeg ik. Ik keek naar het adres op de brief: ‘Merica Zulu, Mariannhill’. ‘Heb je het geld terug gevonden?’

Ik haalde alles uit de enveloppe en ja – de brief met al het geld was er in. Hoe me dat trof, laat zich begrijpen. Nu moest ze me natuurlijk van A tot Z vertellen hoe ze het geld terug gekregen had”.

Wat Merica haar bij de gelegenheid zou uitgelegd hebben is niet letterlijk in de brief uit de missie terug te lezen. Misschien was dat voor haar ook niet zo aan de orde. Belangrijker was dat het gebed tot de heilige Antonius vruchtbaar geweest was.

Op school legde de zuster het naar eigen zeggen zo uit dat de kinderen riepen: “Dat is een wonder”. Toch was de werkelijkheid nogal simpel. Merica had de enveloppe met het geld verloren en een ander meisje had het gevonden en later ingeleverd.

Volgens de zuster van het Kostbaar Bloed was dat onder druk van Antonius gebeurd. “De Heilige Antonius heeft de vindster niet met rust gelaten”. Hij zou alles zo geschikt hebben dat het geld alsnog kwam waar het nodig was: bij de Europese zusters.

Antonius gaat door

In het artikel legde Clementia uit dat de heilige Antonius van Padua méér in gang gezet had. “Hij heeft hier, naar het schijnt, nog een bijbedoeling of liever een hoofdbedoeling gehad. Het meisje, dat haar geld teruggekregen heeft, was niet katholiek, maar hoorde tot een ander kerkgenootschap”.

Wellicht was ze in Natal Anglicaans opgevoed. Nu voelde het Zulu-meisje zich echter pasgoed aangetrokken tot het ‘ware christelijke geloof’. “Spoedig na het voorgevallene werd zij katholiek en koos [bij het doopsel] de naam Antonia, om die grote heilige altijd indachtig te zijn.

Antonius van Padua wist dus na bijna zevenhonderd jaar nog heel wat te bereiken in het verre Afrikaanse Zululand. “Door zijn machtige voorspraak heeft de heilige Antonius bewerkt dat zijn beschermeling [Merica Zulu] in het bezit kwam van haar tijdelijk en eeuwig goed. Deo Gratias!”