Joannes Gijsen (1932-2013) was in de jaren 1972-1993 bisschop van Roermond. Na zijn aftreden werd hij in 1996 benoemd tot bisschop van Reykjavik op IJsland, een eiland met een bevolking van ongeveer 300.000 mensen.

Op 13 oktober 1995 was in Trouw te lezen: “Gijsen, nooit eerder op IJsland geweest, is al in Reykjavik aangekomen. Hij wil zich snel het IJslands eigen maken. Het bisdom kent hij enigszins. Een oud-oom van moeders zijde, mgr. Meulenberg, leidde het in de jaren ’30-’40. In de jaren ’60 was de Limburger mgr. Teunnissen er werkzaam; van ’68 tot ’86 was de Limburger mgr. Frehen er bisschop: met beiden had Gijsen veel contact. Ook priesters en religieuzen uit het Roermondse gingen op IJsland werken”.

Joannes Gijsen wordt bisschop van Reykjavik

De website van de Montfortanen vermeldt dat hij de opvolger was van de Amerikaanse Jezuiet Alfred Jolson die in 1994 overleden was.

“Het aantal katholieken [onder Gijsen] verdubbelde van 2500 tot 5200. Die toename was grotendeels te danken aan immigranten uit Polen, maar ook uit de Filippijnen, Zuid-Amerika en zuid-oost Europa. Ook werden steeds meer Lutheranen katholiek en werden er geregeld kinderen van katholieke ouders gedoopt. Mgr. Gijsen wist zes buitenlandse priesters aan te trekken. Ook haalde hij enkele nieuwe zustercongregaties naar IJsland.

Bij de viering van het eeuwfeest van de Montfortaanse missie in 2003 sprak mgr. Gijsen tijdens de eucharistieviering met waardering en dankbaarheid over het werk dat de Montfortanen een eeuw lang voor de katholieke kerk in IJsland gedaan hadden”.

“IJsland was eeuwenlang katholiek”

In 1927 schreef missionaris en Montfortaan G. Boots (geboren in Horst) een tweetal artikelen over de missie op IJsland in het maandblad Katholieke Missiën. Het was allemaal zo mooi geweest in wat op dat moment een protestants land was. “Vroeger was IJsland helemaal katholiek. Het bestond toen uit twee bisdommen: het bisdom Holar, in het noorden, en Skalholt, in het zuiden.

Het katholieke leven was er in volle bloei. Zelfs werd er de christelijke volmaaktheid beoefend want IJsland telde negen kloosters: vijf Augustijnen-, twee Benedictijnen- en twee Benedictinessen-kloosters: zetels van liefdadigheid, gebed en studie.

Heiligen en geleerden heeft katholiek IJsland voortgebracht. Vijf eeuwen mocht het land zich verheugen in het bezit van het ware geloof, totdat het in het midden van de zestiende eeuw van die kostbare schat werd beroofd.

Op de Deense troon zat toen Christiaan III, die met geweld de Lutherse godsdienst in zijn landen invoerde. Ook IJsland werd de nieuwe leer opgedrongen.

Ten einde de weerstand van de katholieke bevolking te onderdrukken, maakte de koning gebruik van de gewapende macht en zond vijfhonderd soldaten naar IJsland. De katholieken moesten zwichten voor de overmacht. Kerken en kloosters werden op bevel van de dwingeland afgenomen, priesters en kloosterlingen verdreven.

De twee laatste bisschoppen moesten zelfs hun gehechtheid aan de katholieke Kerk met de dood bekopen. De half-blinde bisschop van Skalholt werd naar Denemarken gevoerd; hij stierf onderweg, ten gevolge van verdriet en mishandelingen. De heldhaftige bisschop van Holar, Jon Arason, werd te Skalholt onthoofd als verdediger van geloof en vaderland. Het IJslandse volk was thans een kudde zonder herder”.

IJsland onder de Montfortanen

Voor Rome was IJsland een missiegebied geworden. De bekeringsresultaten waren lange tijd echter minimaal. Het opzetten van ziekenhuizen en scholen was niet voldoende om het aantal katholieken substantieel te laten toenemen.

In 1903 werden de Montfortanen, het ‘gezelschap van Maria’, ingezet.

Boots in 1927: “Zij vervingen de wereldgeestelijken die tot dan toe op die verre voorpost de wacht hadden gehouden. De eerste paters die zich te Reykjavik vestigden waren [Martin] Meulenberg en J. Servaes, die beiden enige tijd als missionaris in Denemarken werkzaam waren geweest.

Langzamerhand vormde zich te Reykjavik een kleine katholieke parochie.

Ook de katholieke kinderschool bloeide, zodat de enkele vertrekken die tot schoollokaal dienden, niet meer toereikend waren. In het jaar 1909 liet pater Meulenberg een flinke school bouwen. Op het ogenblik wordt ze bezocht door ruim 120 kinderen; een tiental zijn katholiek, de overigen protestant. Zij heeft een zeer goede naam.

Enige jaren geleden liet pater Meulenberg een grote catechismus en een gebedenboek in het IJslands verschijnen; tot dan toe moest men zich behelpen met Deense boeken”.

Kardinaal Van Rossum naar IJsland

Twintig jaar na het begin van de missieactiviteiten van de Montfortanen op het eiland kwam er hoog kerkelijk bezoek. Niemand minder dan kardinaal Van Rossum, prefect van de Propaganda Fide, het ‘ministerie van missie’ in de kerkelijke staat, besloot de reis naar het noorden te ondernemen.

Pater Boots deed vier jaar later verslag. “De grote gebeurtenis van de laatste tijd voor IJsland is geweest het bezoek van zijne eminentie kardinaal Van Rossum en de oprichting van de apostolische prefectuur IJsland. Dat hoog bezoek betekende een belangrijk feit in de geschiedenis van IJsland. Nog nooit immers had een kardinaal de IJslandse bodem betreden. Met bijzondere spanning werd dan ook de grote dag afgewacht.

In de morgen van zondag 8 juli 1923 kwam het stoomschip Botnia, dat zijne eminentie aan boord had, in volle vlaggentooi te Reykjavik aan. Omdat het uur der ontvangst nog te vroeg was, bleef het schip midden in de haven liggen. Weldra zag men de vlaggen hijsen op de openbare gebouwen en op de schepen die in de haven lagen.

Maar vooral was Landakot, waar de katholieke kerk, de woning der paters en de school en het Sint Jozefs-hospitaal staan, feestelijk uitgedost. Lustig wapperden er talrijke vlaggen en wimpels, onder welke de pauselijke vlag en de Nederlandse driekleur. Voor de ingang van de kerk en de pastorie stonden erepoorten. Ze waren zelfs met festoenen [slingers van bloemen en of fruit] getooid, wat op IJsland bijna een wonder mag heten.

Men had geen moeite gespaard om de hoogaanzienlijke prelaat met zoveel mogelijk eerbetoon te ontvangen.

Van Rossum aan land

Belangstelling was er genoeg volgens pater Boots. “Een menigte volks verzamelde zich aan de haven en voor de katholieke kerk. Eindelijk zag men de bevlagde Botnia statig voortglijden naar de kade. Zodra de loopplank was neergelaten, ging de overste der missie, de zeereerwaarde pater Meulenberg, op het dek, begroette zijne eminentie en sprak hem enige welkomstwoorden toe, waarna hij de kardinaal en diens gevolg naar de gereed staande automobiel leidde. Toen eerst mochten de andere passagiers aan land gaan.

Ondertussen stonden de paters, zusters en de katholieken voor de kerk zijne eminentie op te wachten. Voorop twee rijen koorknapen en in het wit geklede bruidjes met bloemen.

De auto hield voor de kerk stil, waar de kardinaal uitstapte, vergezeld van zijn secretaris, pater dr. J. Drehmanns, een lekebroeder en een bediende. Na de gebruikelijke begroeting door de priesters hield pater Meulenberg een toespraak waarop de kardinaal in het kort antwoordde.

De stoet trok de rijkversierde kerk binnen, terwijl de kinderen bloemen strooiden. De kardinaal schreed onder orgelspel en het zingen van ‘Sacerdos et Pontifex’ naar de prachtige troon, die aan de evangelie-zijde was opgesteld.

Onmiddellijk begon een stille H. Mis, waaronder enige gezangen werden uitgevoerd”.

IJsland wordt prefectuur

De missie op IJsland kreeg een wat hogere status. Het gebied werd een prefectuur. Boots: “Van de kerk werd zijne eminentie plechtig naar de pastorie geleid. Weldra liet de kardinaal de missionarissen bij zich roepen en deelde hun mee dat hij de apostolische prefectuur IJsland kwam oprichten en dat pater Meulenberg de eerste apostolische prefect van IJsland zou zijn. Hij liet de desbetreffende decreten voorlezen en gaf de nieuwe apostolische prefect diens insigniën: ring, borstkruis, mijter en paarse cingel [koord]; de mijter was een persoonlijk geschenk van zijne eminentie.

Hij overhandigde hem ook een kostbare kelk, een geschenk van zijne heiligheid de paus [Pius XI] voor de missionarissn op IJsland. Op het voetstuk staat gegraveerd: ‘Filiis suis in Islandia P.P. XI’. (aan zijne zonen op IJsland, paus Pius XI)”.

Diplomatie

De Nederlandse kardinaal had ter plekke ongetwijfeld een en ander te bespreken met de autoriteiten. “De volgende dagen werden tussen de hoge gast en de ministers des lands bezoeken gewisseld. De eerste minister bood een banket aan ter ere van de kardinaal, waarbij de aanzienlijken der hoofdstad werden uitgenodigd: ministers, consuls, professoren. Zijne eminentie verscheen er in plechtig gewaad en met de eretekens, vergezeld van mgr. Meulenberg en pater Drehmanns.

Woensdag 11 juli celebreerde zijne eminentie een pontificale hoogmis, welke door een grote menigte werd bijgewoond. Zulk een luisterrijke plechtigheid had men op IJsland nooit gezien.

Des avonds verzamelden zich de katholieken in het schoolgebouw. Mgr. Meulenberg sprak de kardinaal in hartelijke woorden toe, waarop deze een schone rede in het Duits hield. Hij zei onder meer dat Zijne Heiligheid de paus vroeger voornemens was geweest IJsland te bezoeken. Ten slotte gaf de kardinaal aan alle aanwezigen een mooie medaille, door de Heilige Vader zelf gewijd”.

Vertrek van de kardinaal

Volgens Boots ging ook het vertrek van het hoofd van de Propaganda Fide niet ongemerkt voorbij. “Donderdagavond om vijf uur nam zijne eminentie afscheid van IJsland. Aan de haven was een ontzaglijke menigte verzameld, waar het met wimpels behangen stoomschip Sirius gereed lag.

Slechts met grote moeite kon de politie een plaats vrij houden voor de kardinaal en de priesters, zusters en bruidjes aan weerszijden van de doorgang.

Toen alle passagiers aan boord waren gaf de kapitein, die zijn eigen kajuit ter beschikking van de kardinaal had gesteld, een signaal, en een auto reed weg om de kardinaal af te halen.

Na enige minuten stapte zijne eminentie aan de haven uit.

Eerbiedig ontblootten de mensen het hoofd.

De Nederlandse consul trad vooruit om de kardinaal ten afscheid te groeten. De priesters mochten zijne eminentie nog eens de ring kussen en hem een laatste vaarwel toespreken. Op het dek hield mgr. Meulenberg een toespraak, waarop zijne eminentie antwoordde. Er heerste een diepe stilte onder de menigte. Eindelijk nam mgr. Meulenberg met een knieval en handkus afscheid, waarop het schip zich langzaam in beweging zette”.

Vervolg op het bezoek van Van Rossum

De Nederlandse kardinaal maakte van de gelegenheid natuurlijk gebruik om zijn missionarissen en hun helpers ter plekke te ‘stimuleren’.

“Alvorens IJsland te verlaten, had zijne eminentie kardinaal Van Rossum de wens geuit, dat ons houten kerkje zo spoedig mogelijk vervangen mocht worden door een waardiger godshuis en mgr. Meulenberg aangemoedigd er toch spoedig werk van te maken. Tevens beloofde hij de nieuwe kerk zelf te komen inwijden.

Op het ogenblik zijn de fundamenten van de nieuwe kerk al klaar. Naar wij verhopen zal de kerk binnen twee jaar kunnen worden ingewijd en zullen wij het genoegen hebben weer zulke heuglijke dagen te mogen beleven, als toen de minzame kardinaal in ons midden vertoefde.

Sinds het bezoek van de kardinaal is heel wat tot stand gekomen in de missie van IJsland. Twee jaren geleden hadden wij het geluk een IJslander, pater Johannes Gunnarson, voor de eerste keer het H. Misoffer te zien opdragen in zijn geboorteplaats Reykjavik. Hij had gestudeerd te Schimmert en te Oirschot en werd priester gewijd door Mgr. Diepen [bisschop van Den Bosch], die de IJslandse priester als blijk van bijzondere belangstelling een prachtig misboek ten geschenke gaf. Hij is nu missionaris te Reykjavik.

Een ander verheugend feit is dat een tweede missiestatie werd geopend te Hafnarfjördur, een stadje van 3000 inwoners, 11 kilometer van Reykjavik.

Twee maanden geleden werd te Hafnarfjördur het nieuwe hospitaal der St. Jozefszusters ingewijd door mgr. Meulenberg. Een talrijke menigte woonde de plechtigheid bij. Onder de aanwezigen bevond zich een der IJslandse ministers. Bij die gelegenheid werd mgr. Meulenberg een IJslandse vlag overhandigd, welke het Deense ministerie van Marine het hospitaal aanbood als blijk van erkenning voor de verpleging, door Deense zeelui in het St. Jozefshospitaal te Reykjavik genoten.

Vlak naast het hospitaal te Hafnarfjördur hebben de St. Jozefszusters een kerkje laten bouwen, een waar juweeltje voor IJsland. Altaar, preekstoel, biechtstoel, banken en kruisweg werden geleverd door de bekende beeldhouwers Ramakers te Geleen. De kerk dient voorloopig tot parochiekerk. Tenslotte: deze zomer is het eerste katholieke tijdschrift op IJsland verschenen”.

Hoop op een betere toekomst

Als je het verslag van pater Boots leest kun je je moeilijk aan de indruk onttrekken dat er al heel wat katholieken op het eiland leefden. De werkelijkheid was anders.

“Het is te hopen, dat al die pogingen, die de missie aanwendt om de IJslanders tot de moederkerk terug te voeren, rijkelijk door God gezegend zullen worden. Het aantal katholieken op IJsland bedraagt tegenwoordig ongeveer 140. Het is nog maar een kleine kudde in verhouding tot de 100.000 bewoners van het land.

Ofschoon er hier, evenmin als elders bij een protestantse bevolking, van een massa-bekering spraak kan zijn, mogen wij toch met vertrouwen de toekomst tegemoet zien. Veel vooroordelen tegen de katholieke Kerk zijn verdwenen. De kranten schrijven nooit meer tegen ons. De katholieke inrichtingen, school en hospitalen, worden hooggeschat. Onze kerken worden door de protestanten druk bezocht, bij bijzondere gelegenheden, zoals op Goede Vrijdag, op de Kerst- en de Paasdagen worden ze letterlijk bestormd.

Men zou menen, dat het aantal bekeerlingen groter moet zijn bij zo’n belangstelling.

Wanneer men een tiental jaren tusschen een protestantse bevolking geleefd heeft, beseft men beter dat het geen kleinigheid is voor een protestant zijn geloof te verzaken en tot het katholieke geloof over te gaan, en hoe grote genade het is in den katholieke godsdienst opgevoed te zijn. Laten wij dikwijls voor onze afgedwaalde broeders bidden, ‘opdat zij mogen inzien wat te doen, en bij machte zijn te volbrengen, hetgeen zij hebben ingezien’ (kerkelijk gebed op zondag na Driekoningen)”.

Verdubbeling van het aantal katholieken onder mgr. Gijsen

Dit was de wereld waar mgr. Gijsen ruim een halve eeuw later aan het werk ging. In Trouw werd gemeld dat hij er bij aankomst 2.484 gelovigen aantrof. Het was, zo meldde de redacteur van de christelijke krant ‘een der kleinste bisdommen ter wereld’. Volgens de Montfortanen heeft hij het niet slecht gedaan. Bij zijn vertrek zou het aantal in elk geval verdubbeld zijn. Dat kan niet van alle bisdommen in Nederland gezegd worden.