Brief uit de missie 49: Draadloze communicatie in de Afrikaanse missie anno 1937

0
1341
handgeschreven brief

Peter Rogan was de zoon van een Britse militair. Op 10 augustus 1886 werd hij geboren in Gibraltar waar zijn vader gestationeerd was om de zuidpunt van Spanje voor Groot-Brittannië te behouden. Aan de overkant van de Middellandse Zee lag Afrika, het zwarte continent.

Peter voelde zich geroepen priester te worden. Hij studeerde op het seminarie van Mill Hill in Londen. In 1909 werd hij gewijd. De bestemming van Rogan was het missiewerk in Afrika. In eerste instantie werd hij naar het gebied gestuurd dat nu Kenia heet. Maar de omstandigheden veranderden tijdens de eerste wereldoorlog (1914-1918). Rogan werd in die jaren ingezet als legeraalmoezenier.

Als gevolg van de oorlog verloor Duitsland zijn koloniën in Afrika. De Duitse kolonie Kameroen werd door de Volkenbond in Genève opgedeeld in een Frans en een Brits gebied. Het Vaticaan benoemde de inmiddels ervaren missionaris in 1925 tot apostolisch prefect in het Britse gedeelte van het in tweeën verdeelde land. Vanaf die tijd mocht hij zich met monseigneur laten aanspreken. Het Franse gedeelte kwam in handen van de Franse missie van de Heilige Geest.

Twaalf jaar later maakte Rogan in het Nederlandse maandblad van Mill Hill de tussenbalans op. De missionaris was best tevreden. “De laatste jaren hadden onder Gods zegen zoveel vooruitgang gebracht dat we nieuw gebied moesten gaan zoeken voor onze christenbevolking. We moesten dieper de wildernis in. Nog onontgonnen grond moest in bewerking worden genomen om nieuwe missie-staties te kunnen vestigen. In augustus [1937] vierden we het ‘tot de jaren van verstand komen’ van de Heilig Hart-missie Kumbo. Ieder jaar worden in de Kumbo-missie heel wat bekeerlingen gedoopt. In vijf jaar tijd is de christenbevolking er gegroeid van 3.345 tot 5.172. Het aantal heilige communies is toegenomen van 32.468 tot 175.000 per jaar”. Dat soort zaken hield de pater blijkbaar nauwkeurig bij.

In een ander artikel liet Rogan merken hoe hij gebruik maakte van de mogelijkheden om in het missiegebied te communiceren. De mensen woonden er meestal op behoorlijk hoge heuvels legde hij zijn lezers uit. Om iemand anders te bereiken moest je dus flink dalen en klimmen. Dat was onhandig, ja zelfs ronduit vermoeiend. De negers hadden er een oplossing voor gevonden. Ze deden dat met ‘Afrikaanse telegrafie’: ‘de kunst van onze negers om met behulp van een trom over grote afstanden met elkander te spreken’.

Monseigneur Rogan legde vast: “Ik heb voor mezelf wel geen theorie gevormd omtrent deze Afrikaanse telegrafie. Maar voor de feiten sta ik in. Deze kunst van lange gesprekken uit een boomstam te trommelen is bekend bij negerstammen van wie de landstreek niet alleen eentonig heuvelachtig is, maar waar iedere heuvel of deel van een berg op zichzelf staat. Voor de oorspronkelijke bewoners was het veel gemakkelijker om een trommentaal uit te vinden dan om een steile heuvel met dichte bossen af te strompelen en dan een moeilijke klimtocht te beginnen naar het dorp op een andere heuvel. Natuurlijk! Het is immers veel eenvoudiger om op de drempel van je eigen huis te kunnen blijven zitten en daar een boodschap af te trommelen, die gehoord en begrepen kan worden op al de omliggende heuvels”.

Het was zelfs mogelijk dat over zeer grote afstanden te doen. Rogan vergeleek het fenomeen met de radio die in die tijd opgang maakte. Voor dat werk werden zogenaamde trom-tolken ingezet. “Wil men de boodschap naar een ver afgelegen dorp seinen, buiten het bereik van de ‘omroep’-heuvel, dan kan deze door de trom-tolken van de omliggende dorpen worden doorgegeven”. Als er veel te melden viel moet het er af en toe een flink lawaai gegeven hebben.

Mgr Rogan merkte uit eigen ervaring hoe handig de neger-telegrafie uitpakte. Dat was het geval tijdens een lange tocht door het heuvelachtige gebied van de Mbo-, Bangwa- en Dikwa-stammen. De Nederlandse Mill Hill-missionaris Matthias Nabben, afkomstig uit het Limburgse dorp Sevenum, had er een nieuwe missiepost geopend. Rogan reisde er niet zo maar rond. “Verspreid over de heuvels woonden verschillende christenen die zich voorbereidden op het heilig vormsel”. Bovendien was hij op zoek naar geschikte terreinen om er nieuwe missieposten te stichten. De bekeringsactiviteiten waren duidelijk in een groeifase.

Rogan had zijn missionaire werkzaamheden zorgvuldig gepland. Er hoefde geen tijd verloren te gaan. “In elk heuveldorp kwam gewoonlijk de catechist [plaatselijke helper van een missionaris] me ’s avonds vragen wat mijn plannen waren voor de volgende dag. Die werden dan per trom aan een naburig dorp geseind. Indien ze nog verderop moesten, werden ze via een ander trommel-station doorgegeven”.

Na een dag reizen was pater Rogan begrijpelijkerwijs nogal vermoeid. Met in slaap vallen had hij dan ook geen probleem. Maar op één van die avonden gebeurde er iets bijzonders. “In het kamp waar we overnachtten heerste rust. Geheel Afrika lag in diepe slaap gedompeld”.

Ineens was was de missionaris klaarwakker. “Buiten hoorde ik voetstappen… Iemand op komst… De catechist!”

Rogan was niet blij. Hij zag de bui al hangen. “Na zes uur geploeterd te hebben om deze steile helling te beklimmen, nu nog een bediening [sacrament der stervenden]. Drommels”. Daar had hij helemaal geen zin in.

“Goedenavond, pater”.

“Goedenavond, Jacob. Wat is er? Je komt me toch niet vertellen dat ik nog op een bediening moet?”

Dat was niet nodig. De catechist had gewoon zitten nadenken en kwam met een idee dat hij nu voorlegde. De volgende dag was het aswoensdag. Van plechtigheden kwam er nooit iets op deze heuvel. De goede week was er nog nooit behoorlijk gevierd. Maar nu greep hij zijn kans om het geloof inhoud te geven in de binnenlanden van Afrika. “Pater, zouden we morgen de zegening en uitreiking van de as niet kunnen hebben?”

De Mill Hill-missionaris voelde zich enigszins overvallen door dat voorstel. “Een mooi en vroom idee, Jacob. Maar het is te laat. De heilige mis zal morgen heel vroeg zijn. Want ik wil voor dag en dauw op pad. Bovendien, de gewijde palmtakjes van vorig jaar, die ik nodig heb voor askruisjes, hebben jullie thuis gelaten”.

Het gezicht van de helper klaarde op. Hij kon gemakkelijk iets regelen dankzij de Afrikaanse telegrafie. “O dat is geen bezwaar, pater. Als u zo goed wilt zijn om te beloven dat u morgen de as zult wijden, dan kan ik garanderen dat ik nog vóór zonsopgang voldoende as gereed zal hebben, om al de hoofden van mannen, vrouwen en kinderen, christenen en heidenen, met as te tekenen. Ik zend eenvoudig een boodschap op de trom. Ik ‘roep’ totdat ik een ander station heb wakker geschud. We zenden een verzoek uit aan alle christenen om morgen heel vroeg hun palmtakken [van vorig jaar] mee naar de heilige mis te brengen”.

Rogan kon het bijna niet geloven. “De volgende morgen was ik al vroeg ter been. Ik wilde zien hoe dit zou verlopen. Honderden meters beneden de heuvel waar de missie op ligt, ver weg in de diepte van de valleien, dobbelden en dansten honderden vurige tongen in de duisternis! Het waren christenen die met fakkels in de hand langzaam de heuvelpaden beklommen.

Ik ging bij de ingang van de kerk staan want ik wilde de zaken voor mezelf waarnemen. Ja, de meesten hadden palmtakken bij zich. Ze waren zwart van de rook in hun hutten. Een oude vrouw, die langzaam aan kwam strompelen, gaf me de kans een gesprek aan te knopen.

‘Wel, Marie’, vroeg ik, ‘waarom heb je een palmtak in je handen?’

‘Het is aswoensdag, pater. De catechist heeft ons gisterenavond met de trom opgeroepen en ons gezegd de gewijde palmtakken van het vorige jaar mee te brengen naar de heilige mis’”.

De missionaris was onder de indruk. Aan de lezers van het Mill Hill-blad in Nederland vertrouwde hij toe: “Deze mensen zijn eenvoudige inboorlingen. Ze kunnen lezen noch schrijven”. Stemde dit niet tot nadenken, voegde hij eraan toe.

Op deze aswoensdag leek alles mogelijk. Met die Afrikaanse techniek kon je verder. “Alvorens te vertrekken kwam de kok mij vragen wat hij klaar moest maken voor mijn middageten in het volgende kamp. Hij zou vooruitgaan met de ‘eetkist’ en de ‘keuken’”. Omdat het aswoensdag was mocht er geen vlees geserveerd worden, zelfs niet op een zware tocht. “Daarom kreeg de kip, die anders niet aan een plotselinge dood ontsnapt zou zijn, nog een dag langer tijd om eieren te leggen”.

Jacob, helper van de priester uit Gibraltar, schoot opnieuw te hulp. “Ik hoefde me geen zorgen te maken over mijn maaltijd. Met trommels zou hij een rivierdorp oproepen, drie uur ver weg, om onmiddellijk een jongen met verse vis naar mijn volgend kamp te sturen.

De trommel-boodschap werd geseind, opgepikt door andere stations en doorgegeven naar het vissersdorp. Een half uur na mijn aankomst op de volgende missiepost arriveerde langs een ander pad een jongen met verse vis, de kaken door een stokje geregen”.

Van ‘voorrijkosten’ werd in het verslag geen melding gemaakt.

Een verwende mgr Rogan maakte van de gelegenheid gebruikt om nog wat reclame te maken voor de missie in het Britse Kameroen. Zo slecht was het er immers niet. “U kunt zich indenken wat een gemak de trommen-taal zal betekenen voor jonge en ijverige paters [als Matthias Nabben] die pas het missiewerk begonnen zijn te midden van de heuvels. Ofschoon dagen en heuvels van elkaar verwijderd, kunnen ze met Afrikaanse telegrafie gesprekken voeren. De trommels kunnen ze voor allerlei draadloos nieuws benutten”.

Rogan, die in 1939 tot bisschop gewijd werd, was in de juiste stemming. Zijn brief uit de missie noemde hij een ‘uitzending’. Aan het einde van zijn ‘radiopraatje’ liet hij niet na met zijn missiebusje te rammelen: “Wat zou u er nu van denken om aan mijn adres eens paar hard-klinkende Hollandse guldens te zenden voor ons heuvelachtig, draadloos Mbo, Bangwa, Dikwa?”

 

Harry Knipschild

Auteur van het nieuwe missieboek “De Bekering van de Wereld” (Walburg Pers)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here