Er komt geen wetenschappelijk onderzoek naar de conservering van de 14e eeuwse Bloeddoek die in Boxtel wordt vereerd. De Universiteit van Amsterdam zou dat graag willen doen. “Onnodig en te risicovol” zegt de Boxtelse parochie vandaag in een reactie.

De schrijndragers van de Bloedprocessie drongen aan op een wetenschappelijke studie om duidelijk te krijgen hoe op een verantwoorde wijze kan worden omgegaan met de Bloeddoek. Zij willen dat omdat vorig jaar ruw werd omgesprongen met het reliek toen deze uit het schrijn in de reliekkast werd geplaatst. Daarbij werd de eeuwenoude doek opengevouwen en gladgestreken alsof het een servet was.

De schrijndragers vinden steun bij het Museum Catharijneconvent. Volgens zegsman van de schrijndragers Peter van Zoest vindt een conservator van het Utrechtse erfgoedcentrum het “onbestaanbaar” om het kwetsbare reliek te behandelen zoals nu gebeurt. De Bloeddoek zou in ieder geval niet meer aangeraakt, gevouwen en ontvouwen moeten worden.

Textielrestaurator René Lugtigheid, verbonden aan de capaciteitsgroep Conservering en Restauratie van de Universiteit van Amsterdam, wil het onderzoek graag doen met studenten. Zij kunnen een nauwkeurige wetenschappelijke analyse maken van het object, de conservering ervan en de wijze waarop er mee kan worden omgegaan, aldus Lugtigheid.

Pastoor Grubben heeft met het parochiebestuur, het bestuur van de Heilig Bloedstichting en het bisdom Den Bosch gekeken naar het verzoek. “We zijn in overleg met het bisdom tot de conclusie gekomen dat er momenteel geen aanleiding is om tot zo’n onderzoek over te gaan. De reden is eenvoudig: de Bloeddoek werd en wordt altijd goed geconserveerd.” Dat zei hij tegenover de lokale krant Brabants Centrum.

De pastoor heeft grote twijfels over de onderzoeksmethoden van de Universiteit van Amsterdam. “De verantwoordelijkheid voor het wel en wee van de Bloeddoek ligt bij ons en wij achten het niet verstandig de reliek uit handen te geven aan studenten. De Bloeddoek willen we niet op reis sturen omdat dat grote risico’s met zich meebrengt.”

(foto: Peter van Zoest)