Het woord ‘advent’ is afkomstig van het Latijnse woord ‘adventus’, komst. Christenen bereiden zich voor op de komst, de geboorte van Jezus, het Licht van de Wereld. Op de eerste zondag van de Advent begint tevens het nieuwe kerkelijke jaar. Dit is steeds de vierde zondag voor Kerstmis.

In veel kerken wordt dan een adventskrans opgehangen van gevlochten dennen- of sparrentakken met daarop vier kaarsen. Op de eerste zondag wordt de eerste kaars aangestoken. Elke volgende zondag komt er eentje bij. De kaarsen staan symbool voor het komende Licht.

Tussen de kaarsen wordt een paars lint gedraaid. Deze kleur is de liturgische kleur voor de Adventstijd.

In België bestaat hier en daar het gebruik in de kaarsen de liturgische kleuren te laten terugkomen: drie paarse kaarsen en één roze kaars. De roze kaars verwijst naar de derde zondag in de Advent: Gaudete-zondag, waarbij de Kerk al een voorproefje neemt op de aankomende Kerstvreugde.