Gregoriaans zingen tijdens de getijdengebeden

    In de kloosters worden de wisselende gezangen afgewisseld in het getijdengebed (ook wel: koorgebed of Officie) met:

    • responsoria
    • antifonen
    • psalmen
    • hymnen
    • lamentaties

    Responsoria (response = antwoord) zijn tussenzangen, bedoeld als antwoord op de schriftlezingen. Hildegard van Bingen heeft zo’n 19 responsoria gecomponeerd. Door de tijden zijn er duizenden geschreven. Zo’n zestig responsoria zijn uiteindelijk opgenomen in de liturgie. Enige voorbeelden: In monte Oliveti (Witte Donderdag), Libera me (uitvaartdienst), Spiritui sancto.

    Antifonen (anti: tegen, phonos: stem) zijn begeleidende refreinen bij psalmen. Ze zijn inleidend of afsluitend aan een psalm. Een psalm die per vers om en om wordt gezongen en uitgesproken worden antifonalen genoemd. Ook van de antifonen zijn er duizenden geschreven, tot in onze tijden zoals van de Estse componist Arvo Pärt.
    Bekende antifonen zijn het Ave Verum, Ubi caritas, Deus ibi est en Tu es Petrus.

    Speciaal zijn de Maria-antifonen als zelfstandig gezang zoals het Alma mater redemptoris, Ave Regina coelorum, Regina coeli laetare en het Salve regina.

    Tijdens de laatste week van de Advent worden de zogeheten O-antifonen gezongen (vanwege de beginletter). In de antifonen wordt Christus met zeven verschillende Messiaanse titels aangeroepen. De O-antifonen worden van 17 tot en met 23 december gezongen:

    O Wijsheid, Gij zijt voortgekomen uit de mond van de Allerhoogste en doordringt alles met milde kracht, kom nu, wijs ons uw wegen.
    O Adonai, Heer van Israël’s huis, Gij zijt aan Mozes verschenen in het brandend braambos en hebt hem de wet gegeven op de Sinaï; kom nu, bevrijd ons met sterke hand.
    O Wortel van Jesse, Gij zijt het teken waar de volken op hebben gewacht; voor U staan koningen sprakeloos en werpen hun onderdanen zich biddend neer: kom nu, bevrijd ons, wacht niet langer.
    O Sleutel van David en Scepter van Israël’s huis, wat Gij opent zal niemand meer sluiten; wat Gij sluit zal niemand meer openen; kom nu en bevrijd ons, gevangenen, uit de duisternis en de schaduw van de dood.
    O Dageraad, Afglans van het eeuwig licht en Zon van gerechtigheid; kom nu met uw licht tot hen die in duisternis leven, in de schaduw van de dood.
    O Koning van de volkeren, zo lang verwacht, Gij zijt de hoeksteen waarop alles rust; kom nu, red de mens die Gij uit aarde hebt gevormd.
    O Emmanuel , Koning en Wetgever, lang verwachte Redder van de volkeren, kom nu, red ons, Heer onze God.
    Er zijn 130 psalmen die een psalmodie hebben. Een psalmodie is een psalmgezang met recitatieven. Eigenlijk is het op een mooie manier reciteren van een psalmtekst, zoals dat in de begintijd werd gedaan.

    Hymnen zijn gezangen met een niet-christelijk verleden. Het is een gedicht dat goed gezongen kan worden doordat het metrisch is van opbouw en versregels kent die op elkaar rijmen. Efraim de Syriër is een van de eerste hymne-schrijvers. Er zijn vele, nog steeds bekende hymen, die vroeger wel tijdens het Lof werden gezongen. Voorbeelden zijn:

    • Te Deum
    • Adoro Te
    • Rorate coeli desuper
    • Magnificat
    • Veni creator spiritus
    • Pange langua (of alleen de laatste twee stroven: het Tantum ergo)

    Ten slotte zijn er de lamentaties van Jeremia. Deze vijf klaagliederen worden op speciale dagen al sinds de achtste eeuw gezongen tijdens de eerste ochtendgebeden (‘metten’) in de Goede Week. De teksten bewenen de verwoesting van de tempel van Jeruzalem en het wegvoeren van het volk Israël. In de liturgie wordt de klaagzang besloten met de samenvatting van Jeremia’s boeteprediking: Jerusalem, Jerusalem, convertere ad Dominum tuum (Jerusalem, Jerusalem, bekeert u tot de Heer uw God). Deze lamentaties zijn in de loop van de tijd door verschillende componisten op muziek gezet, zoals Tallis, Orto, di Lasso, Palestrina en Tomas da Victoria.