Heilige Drie-eenheid

    Volgens de katholieke leer is het geloofsmysterie van de heilige Drie-eenheid de meest fundamentele en essentiële leer in de hiërarchie van de geloofswaarheden. Andere benamingen voor Drie-eenheid zijn Drievuldigheid of triniteit, van het Latijnse woord trinitas.

    Vader, Zoon en heilige Geest
    Net als de islam en het jodendom is het christelijk geloof monotheïstisch: het geloof in één opperwezen. Christenen hebben één God en niet drie. Maar, God laat zich op drie verschillende manieren aan de mensen zien. Dit wordt aangeduid met Drie-eenheid, of drieëne God:

    Op het hoogfeest van de heilige Drie-eenheid wordt dit thema gevierd. Logischerwijs komt dit hoogfeest na Pinksteren, als in het kerkelijk jaar de verrijzenis van Jezus (met het Paasfeest) en het neerdalen van de de heilige Geest (met het Pinksterfeest) is geweest. Het wordt ook wel Drievuldigheidszondag genoemd en is op de eerste zondag na Pinksteren.

    Eén God, drie personen, één natuur

    Katholieken geloven dat er één ware God is, die eeuwig, onmetelijk groot en onveranderlijk, onbegrijpelijk, almachtig en onuitsprekelijk, Vader, Zoon en de heilige Geest: drie personen, maar één wezen, één essentie, dat wil zeggen één enkelvoudige natuur (KKK 202).

    Hoe zit dat? Een God, drie personen en één natuur? In het jodendom wordt God als Vader aangeroepen (de joodse Jezus noemt God liefkozend “Abba”, papa). Jezus openbaarde in het evangelie volgens Mt 11,27 zijn meer dan innige band met God de Vader: “Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon”.

    In navolging van de apostelen, die Jezus belijden dat het Woord (Jezus) God is, wordt in de geloofsbelijdenis van Nicea dat de Zoon “één in wezen” is met de Vader. Dus één God met Hem. Jezus bevestigt dit in zijn uitleg aan de leerlingen (Joh. 14,7-11) “Als jullie Mij hebben leren kennen, zul je ook mijn Vader leren kennen. Sterker, nu al kennen jullie Hem en heb je Hem gezien.’ Hierop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, dan zijn we tevreden!’ En Jezus weer: ‘Ik ben al zo lang bij jullie, Filippus, en je hebt Me nog niet leren kennen? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hoe kun je dan nog zeggen: “Laat ons de Vader zien”? Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij? De woorden die Ik tot jullie spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf: het zijn daden van de Vader, die in Mij blijft. Geloof Me toch: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij.”

    Samenvallend met deze citaten is de tweenaturenleer van Jezus, als mens en als God. Jezus kondigt in hetzelfde hoofdstuk van de evangelist Johannes vervolgens het zenden van een andere helper (paracleet) aan: de de heilige Geest. “Ik zal de Vader vragen jullie een andere Helper te geven, die voor altijd met jullie zal zijn, de Geest van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, omdat ze Hem niet ziet en ook niet kent; jullie kennen Hem wel, want Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn.”

    Met deze teksten wordt de de heilige Geest geopenbaard als een andere goddelijke persoon in relatie tot God de Zoon en God de Vader.

    Dogma

    De Drie-eenheid is onderwerp van dispuut geweest: met name Arianen hebben zich hevig verzet tegen de erkenning van de Drie-eenheid. Daarom heeft de kerk in die eerste eeuwen de geloofsmysterie van de Drie-eenheid aangescherpt in het dogma. Het omsluit drie kernzinnen (vgl. KKK 253-256):

    • De Drie-eenheid is één.
    • De goddelijke personen zijn onderling werkelijk verschillend.
    • De goddelijke personen hebben betrekking op elkaar.

    Er is in die tijd ook veel gesproken over de hiërarchische verhoudingen: wie komt uit wie voort, en wat is de verhouding van de Zoon ten opzichte van de Vader, of van de Geest ten opzichte van de Vader.

    Geschil tussen westerse en oosterse kerken

    In de westerse traditie belijden katholieken dat de de heilige Geest voortkomt uit de Vader en de Zoon. Met deze uitspraak wordt de eenheid in wezen tussen de Vader en de Zoon tot uitdrukking gebracht. Dit is de zogenaamde filioque, dat door paus Leo in 447 werd beleden en in 451 op het concilie van Chalcedon werd aanvaard. De oosterse kerken belijden dat de Geest uitgaat van de Vader, en dat Hij voortkomt uit de Vader door de Zoon. Nu nog vormt dit een geschilpunt tussen de rooms-katholieke kerk en de oosters-orthodoxe kerken.