Altaar

    Centraal in iedere kerk is het altaar. Het altaar is meestal een rechthoekige tafel of heeft de vormgeving van een sarcofaag. Dit is terug te leiden, toen vanaf de 6e/7e eeuw relieken onder het altaar werden geplaatst.

    Op het altaar worden de sacramentele tekens tegenwoordig gesteld: tijdens een Eucharistieviering is Jezus daadwerkelijk aanwezig onder ons.

    Het altaar wordt geëerbiedigd tijdens vieringen: het wordt bewierrookt en gekust. Op een altaar zijn minimaal een kruis met de gekruisigde Christus en twee kandelaars met waskaarsen geplaatst. Op het altaar ligt een altaardwaal.

    Er zijn verschillende altaren:

    • het hoogaltaar (zoals hierboven beschreven)
    • zij-altaren, bijvoorbeeld Maria- en heiligenaltaren
      Vanwege de bijzondere plaats van Maria in de katholieke geloofswereld, kan een (zij)-altaar worden ingericht ter ere aan Maria. Ook komen in de regel heiligenaltaren voor.
    • huisaltaar
      Steeds vaker richten mensen thuis een plek in om de eigen bezinning en godgerichtheid te beleven door een tafel, met een bijbel, icoon, een kaars daartoe in te richten.

    De achterzijde van een altaar wordt retabel genoemd.