Een kruis bestaat uit een verticale lijn die door een horizontale lijn wordt doorsneden. Sinds de kruisiging van Jezus is het kruis het symbool van het christendom. Het logo van de kerk, dat je overal terugziet: op de toren van de kerk, aan de muur thuis, als hangertje om iemands hals, of als beeld op een Brabants landweggetje.

Het kruisigen van mensen was in de Romeinse tijd een executiemethode om iemand vast te binden of vast te spijkeren aan een kruis, totdat de dood erop volgt. Het is een van de meest gruwelijke wijzen om iemand tot de dood te brengen. Het lichaam wordt langzaam en pijnlijk uit elkaar getrokken. Een enkele keer werden de botten van de armen en benen gebroken om het sterven te bespoedigen. Het kruisigen was een zeer oneervolle manier om te sterven.

Voorafgaand aan de kruisiging was het gebruikelijk dat het slachtoffer de horizontale kruisbalk zelf naar de executieplaats droeg. Daar stonden de verticale balken dan al klaar

Voor christenen is na de gruwelijke kruisdood van Jezus het kruis het voornaamste teken van het geloof geworden. Het wordt als een lijdens- en overwinningsteken gezien, dat laatste omdat met Pasen wordt herdacht en gevierd dat Jezus is verrezen uit de doden en daarmee de mensen verlost, zoals in Joh. 11,25 staat: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.’

Bij de dood van Jezus werd boven het kruis de woorden INRI bevestigd.

INRI

De Romeinse landvoogd Pilatus liet aan het kruis van Jezus het opschrift INRI bevestigen. De letters staan voor de Latijnse tekst: ‘Iesus Nazarenus Rex Iudaeorum’. Het betekent Jezus van Nazaret, de koning van de joden. Het opschrift geeft de reden van de dood, zoals in het evangelie van Johannes staat geschreven:

“Hij droeg zelf het kruis en ging de stad uit, naar het zogeheten Schedelveld, in het Hebreeuws Golgota. Daar werd Hij gekruisigd en met Hem twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. Op het bordje dat op het kruis werd aangebracht, had Pilatus laten schrijven: ‘Jezus, de Nazoreeër, koning van de Joden.’ Dit opschrift kregen heel wat Joden te lezen, want de plaats waar Jezus gekruisigd was, lag dichtbij de stad; en het stond er in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks. De Joodse hogepriesters zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet schrijven: “Koning van de Joden”, maar dat Hij gezegd heeft: “Ik ben de koning van de Joden.” ’ Pilatus antwoordde hun: ‘Wat ik geschreven heb, blijft geschreven.’
Het kruis is het unieke offer van Jezus, de liefde tot het uiterste toe. De dood van Hem is de verlossing door het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt.

Vanwege de diepe en uiterst belangrijke betekenis van het kruis, neemt het kruis een centrale plaats in om altijd de persoonlijke relatie tussen kerk en God, tussen gelovige en Jezus te benadrukken. Bijvoorbeeld:

  • in het liturgische leven: de bouw van een kerk is bijvoorbeeld traditioneel in kruisvorm
  • in het leven van alle dag:
  • het slaan van een kruisje of
  • het hebben van een kruisbeeld thuis.
  • een grafsteen plaatsen met een kruis als stele.

Er zijn verschillende kruisen:

  • het Latijnse kruis: een lange staande balk, met een kortere dwarsbalk boven het midden
  • het Petruskruis: een lange staande balk, met de kortere dwarsbalk aan de onderzijde
  • Het Tau-kruis (of Franciscuskruisje), die lijkt op de letter T
  • het Gaffelkruis: een kruis die de vorm heeft van een Y.
  • het kruis van aartsbisschoppen en patriarchen: een lange staande balk met twee dwarsbalken
  • het pauselijk kruis: een verticale balk met drie dwarsbalken.