Sacrament van het Vormsel

    In de vroege riten van de katholieke kerk heeft men aan de handoplegging een zalving met welriekende olie (chrisma) toegevoegd. Dit deed men om beter de gave van de heilige Geest aan te duiden. Deze zalving verduidelijkt de naam van ‘christen’, wat ‘gezalfde’ betekent, en die zijn oorsprong heeft in Christus zelf, Hem die ‘God gezalfd heeft met de heilige Geest’ (Hand. 10,38).

    De zalvingsritus bestaat nu nog steeds in het sacrament van het vormsel. Het is de bekrachtiging van het doopsel en voltooiiing van de christelijke initiatie. Bij het doopsel ontvangt de dopeling reeds de heilige Geest. Meer nog is het vormsel de bekrachtiging van de gave van de Geest die in het doopsel werd gegeven. Een andere vergelijking die gemaakt kan worden is deze. Als het doopsel kan worden gezien als het sacrament van Pasen, dan is het vormsel het sacrament van Pinksteren. Op dit hoogfeest daalt de heilige Geest neer over de apostelen. Zij gaan over het geloof prediken – vol kracht en sterkte. De vormeling krijgt met het sacrament de macht om in het openbaar het geloof in Christus te belijden.

    Toediening

    Eigenlijk wordt het vormsel nog steeds zo toegediend als in de eerste eeuwen. Het is de bisschop, maar tegenwoordig ook de priester, die zijn handen over de vormelingen uistrekt en bidt dat hun de gaven van de heilige Geest mogen worden geschonken:

    “Almachtige God, Vader van onze Heer Jezus Christus, Gij hebt uw dienaren herboren doen worden uit het water en de heilige Geest en bevrijd uit de macht van de zonde. Wij bidden U: zend over hen de heilige Geest, de Trooster, schenk hun de geest van wijsheid en verstand, de geest van inzicht en sterkte, de geest van kennis, van ontzag en liefde voor uw naam. Door Christus onze Heer.”

    Vervolgens legt hij zijn hand op het hoofd van de vormeling en tekent hem met chrisma in de vorm van een kruis. Hij zegt: “Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods”, of in het Latijn ‘Accipe signaculum doni Spiritus Sancti’. De zalving kent een rijke symboliek. De chrisma-olie is een teken van overvloed en vreugde. Het is een teken van genezing en zuivering en zij geeft gezondheid en kracht.

    De wijding van het heilige chrisma hoort in zeker zin tot het sacrament van het vormsel. Op Witte Donderdag wijdt de bisschop tijdens de chrismamis voor heel zijn bisdom het heilig chrisma. Net als het doopsel is het vormsel een eenmalig, onuitwisbaar teken. Het sacrament kan maar eenmaal worden ontvangen. Net als ontdopen niet mogelijk is, kan je jezelf ook niet ‘ontvormen’.

    Het vormsel wordt als ‘sacrament van christelijke rijpheid’ worden toegediend aan jonge mensen die als kind zijn gedoopt. Ze kunnen nu zelf verantwoordelijkheid dragen en zelf ja zeggen tegen de geloofsgemeenschap waarin zij door het doopsel zijn opgenomen. In de ritus voor volwassenen, is de doop, het vormsel en de eucharistie verenigd in één viering. Als de viering van het doopsel en die van het vormsel is gescheiden, begint de liturgie met het vernieuwen van de doopbeloften en de geloofsbelijdenis. Het toedienen van het vormsel tijdens de Eucharistieviering draagt bij aan het onderstrepen van de eenheid van de drie initiatiesacramenten.

    Voor wie?

    Iedere gedoopte die nog niet is gevormd, kan en moet het sacrament van het vormsel ontvangen. Als het doopsel, het vormsel of de eucharistie ontbreekt, kan de christelijke initiatie niet als voltooid worden beschouwd. Het is gebruikelijk/wenselijk dat de vormeling voor geestelijke steun een peter of meter zoeken, net als bij het doopsel. Liefst wordt dezelfde persoon gevraagd, om de eenheid van beide sacramenten te laten zien.

    Als een gedoopte in levensgevaar is en dreigt te sterven, moet welke geestelijke dan ook (bisschop of priester) hem het vormsel toedienen. De katholieke kerkgemeenschap wil niet, dat een van haar kinderen overlijdt zonder de gave van de heilige Geest te hebben gekregen met de gave van de volheid van Christus.