Sacramenten

    De Rooms-Katholieke Kerk viert zeven sacramenten. Het hele liturgische leven beweegt zich rond het eucharistisch offer en de sacramenten. Ieder sacrament is een werkzaam teken van de genade van God, dat is toevertrouwd aan de kerk. Sacramentum betekent dan ook ‘plechtige belofte van trouw in een gewaarborgd teken’. Dit betekent dat sacramenten maken dat wij aan God toebehoren. Het gewaarborgd teken kan een woord, een gebaar of iets stoffelijks zijn (water, wijn, chrisma-olie), waarin God met zijn liefde aanwezig komt om ons aan te raken.
    De heilige Geest bereidt eenieder voor op de sacramenten door het woord van God en door het geloof waardoor ons hart een juiste instelling krijgt om een sacrament te ontvangen.

    Er zijn sacramenten voor het leven en geloof van ieder afzonderlijk en die alle belangrijke momenten in ons leven raken. De sacramenten van christelijke initiatie, te weten H. Doopsel, H. Vormsel en de H. Eucharistie, raken het ontstaan en groei van het christen-zijn. De sacramenten van genezing (de biecht, de ziekenzalving/het viaticum) schenken ons verzoening met God, hoop, kracht en troost. En de sacramenten voor de gemeenschap (de priesterwijding en het huwelijk) zijn gericht op de heil van de ander.

    Zeven sacramenten

    Ieder van de zeven sacramenten is een uitwendig teken van heil. De eerste drie sacramenten worden wel de sacramenten van de christelijke initiatie genoemd, omdat je toetreedt tot de Kerk. Jongens en meisjes doen hun eerste H. Communie meestal rond hun zevende jaar. Daarna, meestal tussen elf/twaalf tot zestien jaar volgt het vormsel.

    Vervolgens zijn er twee sacramenten voor genezing of herstel van zonde. Dit zijn:

    De twee resterende sacramenten dragen bij aan het heil van de ander:

    Een katholieke gelovige die het wijdingssacrament ontvangt, wordt gewijd om in de naam van Christus het woord en genade van de kerk te verkondigen en te verspreiden. Voor echtgenoten wordt dankzij het sacrament hun huwelijk bezegeld door God.

    Sacramentalia

    Er zijn sacramenten en sacramentalia. Naar het voorbeeld van de zeven sacramenten zijn sacramentalia vruchten van geestelijke aard. Ze zijn door de kerk ingesteld om allerlei omstandigheden en gebeurtenissen in het katholieke leven te heiligen. Ze kunnen daarom beantwoorden aan wensen, noden en culturen van een streek, plaats of tijd. Sacramentalia bevatten steeds een gebed, samen met een teken, zoals de handoplegging, het kruisteken of het besprenkelen met wijwater. Iedere gedoopte wordt geroepen een zegen te zijn en te zegenen. De sacramentalia verlenen de genade van de heilige Geest niet zoals een sacrament. Door het gebed van de kerk maken zij een gelovige wel ontvankelijk voor de genade om een sacrament met een juiste instelling te ontvangen.

    Voorbeelden van sacramentalia zijn zegeningen en wijdingen (niet te verwarren met het sacrament van de priesterwijding). Elke zegening bestaat uit een lofprijzing van onze Lieve Heer en een gebed om genade of de gaven te verkrijgen. De zegen gaat meestal vergezeld met het kruisteken. Er zijn zegeningen van of over personen, bijvoorbeeld als iemand een functie in de kerk krijgt (lector, acoliet, abt van een klooster, het afleggen van geloften in een klooster, bij de keuze van een paus), of als iemand op reis gaat (op bedevaart als pelgrim, op gewoon op vakantie), zegeningen van voorwerpen (de zegening van de heilige oliën, zegenen van auto’s) en het exorcisme.

    Dit laatste behoeft zeker toelichting. Je kunt van exorcisme spreken, als de kerk publiek en gezagvol in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Duivel en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Jezus zelf heeft het toegepast. Ook de macht en de taak van de kerk om exorcismes toe te passen, komen van Jezus zelf. Je hebt een eenvoudige en een plechtige vorm van exorcisme. In eenvoudige vorm wordt het exorcisme toegepast bij het toedienen van het doopsel. De priester bidt dan tot God om de dopeling te vrijwaren van de invloed van de Boze en hem sterk te maken om het kwaad te overwinnen.

    Het plechtige of “groot exorcisme” mag alleen door een priester en met toestemming van de bisschop of een volmacht van het Vaticaan worden uitgeoefend. De kerk waakt er terecht over om de nodige voorzichtigheid te betrachten. Alleen als alle middelen zijn benut (bijvoorbeeld langdurig gebed en gesprekken), kan men gaan denken aan een exorcisme. De kerk staat erop na te gaan of het wel degelijk om een aanwezigheid van de duivel gaat en niet om een psychische ziekte, waarvan de behandeling onder de medische wetenschap valt.

    Volksdevotie

    Afgezien van de sacramentele liturgie en de sacramentalia komen tot slot ook uitingen van volksdevotie en volksreligiositeit voor. In alle tijden heeft de godsdienstzin van gelovigen haar uitdrukking gevonden in allerlei godvruchtige praktijken die het sacramentele leven van de kerk begeleiden, zoals de verering van relieken, het bezoek aan heiligdommen, bedevaarten, processies, bovennatuurlijke gebeurtenissen, de kruisweg, religieuze dansen, de rozenkrans, medailles en dergelijke.