Titus de Kemp oPraem schrijft voor katholiek.nl over de adventsweken en hoe hij deze persoonlijk ervaart.

De kerkelijke jaarkring: zondag na zondag volgen wij in de liturgie het leven van Jezus, wat er met en rond Hem is gebeurd. Op de eerste zondag van de advent beginnen wij daar weer mee. We zijn weer terug op hetzelfde punt als vorig jaar. En toch anders. We doorlopen die jaarkring als een spiraalbeweging. Telkens weer komen we terug op hetzelfde beginpunt en toch telkens als een nieuwe start, hopelijk op een iets hoger niveau. Zelf heb ik er een goed gevoel bij, zie het als een metafoor van ons leven. Niet een cyclische terugkeer naar de oorsprong, maar een beweging naar voren, zeg maar naar de definitieve ontmoeting met Jezus, onze Heer.

Zo laat ik de lezingen van deze eerste zondag op me inwerken. Over Jeremia die in een verschrikkelijke tijd leefde rond 600 v.Chr. Jeruzalem was aan alle kanten omsingeld en in de stad zelf was er een hoop ellende. Toch houdt hij het visioen vast van hoop op een bijzondere nakomeling van David, die bevrijding zal brengen. Over Jezus die een sombere schets geeft op de verre toekomst en toch daarbij ook zegt: ‘Heft dan uw hoofden omhoog, want uw verlossing is nabij!’

Korte verhalen over wat er lang geleden gebeurd is. Maar het bijzondere is dat ze ergens opnieuw ook met onszelf gebeuren. De lezingen in de liturgie zijn nooit alleen maar herinnering aan een verleden. Ze zijn ook niet alleen bedoeld als een morele aansporing. Maar ze beelden vooral ook uit wat in deze viering met onszelf gebeurt. Onmeetbaar en toch werkelijk. Dat in geloof toelaten. Ook wij zijn tijdgenoten van Jeremia en van Jezus. Hun stem dringt ook in ons hart binnen, juist ook in een tijd waar wij het als kerk moeilijk hebben. Daarbij waakzaam zijn, zoals Jezus vraagt, alert blijven op wat zich aandient, zoals Rik Borgman formuleert: ‘Leven van wat komt’. Advent: open staan voor wat op ons toekomt. Wie weet, heel onverwachte perspectieven.