Antwerpse bisschop kritiseert pausen over seksualiteit

Harde woorden uit Antwerpen in de de aanloop naar de bisschoppensynode over het gezin. De bisschop van Antwerpen Johan Bonny wijst erop dat paus Paulus VI en paus Johannes Paulus II ervoor hebben gezorgd dat gelovigen onverschillig werden over het leerambt als het gaat om seksualiteit. Dat blijkt uit een persoonlijke beschouwing die op Kerknet is gepubliceerd.

Het artikel ‘Synode over het gezin. Verwachtingen van een diocesane bisschop’ (pdf) schreef Bonny op persoonlijke titel. ‘Ik heb steeds weer moeten vaststellen hoe belangrijke vragen rond relatie, seksualiteit, huwelijk en gezin een bijzonder conflictueus veld in de kerkgemeenschap vormden,’ schrijft de bisschop. Dat leidde volgens hem tot ‘een groeiende kloof tussen het morele onderricht van de Kerk en het morele inzicht van de gelovigen’.

Niet alleen zouden de pausen gelovigen onverschillig hebben gemaakt, ook gingen de richtlijnen, zoals de encycliek ‘Humanae Vitae‘ in tegen de collegialiteit van paus met het college van bisschoppen en werd er geen rekening gehouden met het advies van theologische experts.

‘Deze tweespalt mag niet blijven duren’, schrijft bisschop Bonny. Bonny ziet de bron daarvan in het laatste concilie. ‘Het komt mij niet toe te oordelen over hoe de zaken zijn gelopen en hoe paus Paulus VI tot zijn beslissing is gekomen. Wat mij wel bekommert is dit: dat de afwezigheid van een collegiaal draagvlak meteen geleid heeft tot spanningen, conflicten en breuken die nooit meer zijn goed gekomen.’

Hij vindt dat de collegialiteit van de bisschop en de paus moet worden hersteld. ‘Het is de sleutel op een nieuwe en betere aanpak van vele vragen in de Kerk.’ Met name over het thema huwelijk en gezin is die ‘collegiale dialoog en besluitvorming’ nodig.

In zijn persoonlijke beschouwing staat de bisschop stil bij het ‘sensus fidei’, het begrip dat elke gelovige in staat is om te beoordelen of iets in overeenstemming is met het geloof. Bonny: ‘Van bepaalde moraaltheologische begrippen of morele geboden en verboden weten we echter dat ze al geruime tijd door een grote meerderheid van goed geïnformeerde en loyale christenen niet meer worden gedeeld of zelfs afgewezen worden. De bisschop vraagt zich af hoe de Kerk een tochtgenoot kan zijn voor al die mensen die hun relaties in stand houden, zien stranden of daarmee worden geconfronteerd in hun naaste omgeving.’

Vervolgens schrijft de bisschop dat hij het soort ‘bipolair denken’ over ‘regelmatige’ en ‘onregelmatige’ relaties zelden recht doen ‘aan het volledige levensverhaal van mensen en de situatie waarin ze zich bevinden’ en hij beschrijft de ergernissen van loyale katholieken. Zoals een broer die boos is op de kerk omdat een zus die is hertrouwd niet meer mag voorlezen in de eucharistie. Of een vader die begrip vraagt voor zijn homoseksuele zoon die zich uitgestoten voelt in de kerk. Of een oma die niet kan begrijpen dat een pastoor een relatie niet wil inzegenen van haar kleindochter met een echtgescheiden man.

‘In dezelfde context heb ik al vaker moeten vaststellen hoe aanstootgevend de taal van de Kerk kan overkomen.’

De bisschop kijkt uit naar het synode en vergelijkt de bijeenkomst met topsport. ‘Al lezende en schrijvende ontdekte ik de complexiteit van de vele vragen en uitdagingen, zowel op theologisch als op pastoraal vlak. Ze vragen om een proces van studie en reflectie, en vooral om een nieuwe benaderingswijze, die tijd zal vragen.’