Internetspiritualiteit als gemeenschapsvorming

0
1166

Erik Borgman was een van de sprekers op het symposium Internetspiritualiteit. We geven je de handout die Erik Borgman gebruikte bij zijn voordracht.

1. Om het internet te begrijpen moeten we niet teveel op het internet alleen focussen. De sterke fixatie op het medium zelf om zijn betekenis te doorzien, is zelf een aspect van de dreigende betoverende werking van het medium.

Hetgeen niet wil zeggen dat het internet simpelweg gezien zou moeten worden als medium: een combinatie van het efficiënt uitwisselen van boodschappen (e-mail) en het tot het oneindige uitbreiden van de mogelijkheid om te publiceren resp. audiovisuele boodschappen te verspreiden. Maar het voorbeeld bij uitstek van de culturele effecten van internet is ook niet cyber sex of virtual life, waarbij reële ervaringen worden vervangen doordat mensen toeschouwers worden van gebeurtenissen en dit toeschouwersperspectief, dat altijd een buitenstaandersperspectief blijft, de ervaring zelf vervangt. Om werkelijk te begrijpen wat internet cultureel doet, moeten we ook kijken naar de plaats die het inneemt in de cultuur. Dat wil minstens zeggen dat we verdisconteren dat er reële mensen die onderdeel zijn van de reële samenleving zitten achter de beeldschermen vol virtuele realiteit. Wat het katholicisme betekent, daar komt men ook niet achter door alleen in een kerk te kijken en de karakteristieken van een schriftcultuur geven zichzelf niet bloot wanneer men zich concentreert op de ervaring van het lezen. Het gaat erom hoe de ervaring in de kerk het leven erbuiten in het licht stelt en hoe het lezen de beleving van de wereld als geheel beïnvloedt.

Daarom gaat het niet zozeer om ‘internetspiritualiteit’, maar om (1) de vraag naar spiritualiteit en geloof in een samenleving waarin internet een belangrijke rol speelt en (2) de wijze waarop internet deze spiritualiteit kan voeden.
Misschien is de beste analogie voor internet nog wel de nieuwe stad, waarheen wij zonder het te weten allemaal zijn verhuisd. Op zich maakt deze analogie overigens zelf al één van de meer verwarrende aspecten van het web zichtbaar: dat van de verschillende niveaus waarop wij op de grotere werkelijkheid zijn aangesloten. Mijn wijk is in uiterlijke zin hetzelfde gebleven, maar door alle internetaansluitingen is hij ook op onzichtbare wijze verandert. De materiële stad is deel gaan uitmaken van een veel grotere en virtuele stad. Met een paradox: doordat internet in de wijk is gekomen, komt de wijk in internet.
In die nieuwe stad is iedereen iedereens buur. Dit betekent enerzijds veel grotere diversiteit. Mijn wijk is van ‘ons soort mensen’, op internet zijn er ongeremd allerlei verschillende soorten invloeden en contacten die vaak ook weinig barrières kennen. Mijn web-browser brengt mij de intieme zielenroerselen onder ogen van mensen die ik in het gewone leven nooit tegenkom. Anderzijds kan ik op het net veel vrijer kiezen welk contact ik wel en niet wil, terwijl ik de buren in mijn straat niet kan ontlopen en wij hun invloed hebben op elkaars leefwereld. Daar staat weer tegenover dat ik op het web veel minder makkelijk kan bepalen bij welke van het oneindig aantal buren van allerlei slag mijn kinderen binnenwandelen.

Anders dan vaak gedacht, leidt het internet dus niet tot een soort collectief autisme. Het is eerder als twee mensen die aan het ontbijt samen de krant lezen: zwijgend zijn zij in contact met de hele wereld en langs die omweg in beginsel ook met elkaar. Wel leidt de overmaat aan verbondenheid tot een behoefte tot afsluiting en het inrichten van een eigen niche – vaak via het web. In oppervlakkige zin kan dit de kwaliteit van de gedeelde ruimte verminderen; het mobiele bellen in de trein verplicht je haast jezelf ook op electronische wijze van de omgeving af te sluiten. Het kan ook bijdrage aan de illusie dat die gemeenschappelijke ruimte niet bestaat.

3. Dit laatste dienen vormen van religieuze presentie op het internet niet te versterken – maar dat doen ze vaak wel: religie en spiritualiteit zijn hier en heb je er belangstelling voor moet je hier zijn; hier kun je unieke intensieve ervaringen opdoen. De kunst is vormen te creëren waar mensen en ervaringen van mensen opnieuw worden verzameld. Of met een paradox: het individualistische internet in onze individualistische samenleving vraagt op gemeenschap, en dat wil in christelijk-religieuze termen zeggen: om kerk. In twee opzichten.

Ten eerste. Het internet vraag om een theologische visie op de wereld, met het internet als specifiek onderdeel van deze wereld. De eerste vraag moet hierbij niet zijn plaatsten te creëren om Christus op het internet present te stellen en te verkondigen, maar te zien waar Christus ook op het internet – als onderdeel van samenleving en cultuur – aanwezig en te vinden is en hoe dat zichtbaar te maken.
Het christelijk geloof laat zich immers samenvatten met de belijdenis dat Gods Woord is vlees geworden. Aan het begin van de pastorale constitutie over de kerk in de wereld van deze tijd Gaudium et spes (no. 2 en 3), spreekt het Tweede Vaticaans Concilie over de wereld, dat wil zeggen ‘de gehele mensenfamilie met het geheel van aardse dingen waarin zij leeft’, van wie de geschiedenis wordt ‘gekenmerkt door naarstige toeleg, door nederlagen en overwinningen’. Gezegd wordt dat het dezelfde wereld is die ‘uit liefde door de Schepper is geschapen en in stand wordt gehouden; dat zij wel in de macht van de zonde is geraakt, maar door de kruisdood en verrijzenis van Christus, die daardoor de macht van de boze heeft gebroken, is bevrijd, om volgens Gods heilsbedoeling te worden omgevormd en haar uiteindelijke voltooiing te bereiken’. Daarom toont de kerk haar belang als zij helpt de gemeenschap tot stand te brengen die van deze voltooiing ‘teken en instrument’ is. Zo vervult de kerk haar roeping om ‘onder leiding van de Trooster, de Geest, het werk van Christus zelf voort te zetten die in de wereld kwam om getuige te zijn voor de waarheid (vgl. Joh. 18, 37), om te redden en niet om te oordelen, om te dienen en niet om zich te laten dienen’ (vgl. Joh. 3,17; Mt. 20, 28; Mc. 10, 45).

Ten tweede. De kunst is om plaatsen op het web – sites – te creëren waar mensen zien en ervaren dat zij, in hun schijnbare en reële individualisering, uiteindelijk gemeenschap zijn. Dit betekent minstens: verbindingen als verbindingen laten zien, contact als contact. Niet zonder meer een exotische spiritualiteit in beeld brengen, maar laten zien hoe dat mensen op de plek waar ze zijn kan inspireren en de ervaringen die zij op die plek opdoen in een ander perspectief zetten.

4. Het zichtbaar maken van religie als vorm van verzamelen, is hierbij een belangrijk aspect. En in het verlengde hiervan: het zichtbaar maken van de pluraliteit van religie en religieuze gemeenschappen, de lange en plurale geschiedenis ervan etc. Simpelweg preken en andere teksten beschikbaar stellen, heeft wel degelijk betekenis.

Specifiek aandacht vraagt het individu die vaak met een onbestemde, maar sterke hunkering een site bezoekt. Hoe haar of hem van dienst te zijn? Wellicht is er ruimte voor een nieuw initiatief, een virtuele gebedsruimte waar mensen niet alleen hun intenties achter kunnen laten, maar waar mensen ook worden aangemoedigd deze intenties op zich te nemen en voor elkaar te bidden. Met regelmatig een inspirerende tekst, die de betekenis van dergelijke vormen van verbondenheid-in-compassie duidelijk maakt als uitdrukking van het feit dat mensen beeld van God zijn.

Erik Borgman
Tekst symposium Isidorusweb – Boskant, Den Haag, 17 april 2009

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here