Norbertijn Joost Jansen is in de norbertijner priorij in het Franse dorpje Conques. Hij deelt met ons zijn verhalen, ditmaal over de vele pelgrims die er komen op hun weg naar Santiago de Compostela.


Ik ben nu twee weken in Conques, een Frans dorpje in de Aveyron, met een abdijkerk uit de twaalfde eeuw en verder middeleeuwse huizen. Grand site de France, dus veel toerisme. Conques ligt op de weg naar Santiago de Compostela en is een gewilde halteplaats. De aanwezigheid van een norbertijner priorij met zes norbertijnen draagt daar zeker aan bij. In het hoogseizoen wordt er gastvrijheid geboden aan soms wel negentig mensen per nacht. Grote aandacht gaat uit naar die bonte stoet van pelgrims.

Pelgrims?

Wie op weg is naar Santiago de Compostela, het heiligdom in Spanje waar – volgens de traditie – de apostel Jakobus begraven is, wordt ‘pelgrim’ genoemd. Zijn het allemaal pelgrims? Gewoonlijk wordt onder een pelgrim verstaan; iemand die om godsdienstige redenen de lange (of kortere) reis naar een pelgrimsoord onderneemt, om daar de plaatselijke heilige te eren en te bidden. Misschien is een stil verlangen naar genezing ook aanwezig. Onder de mensen die ik dagelijks in Conques tegenkom is de klassieke betekenis van pelgrim ver in de minderheid. De meesten lopen twee of drie weken. Het is hun invulling van een sportieve vakantie. Er zijn ouders met kinderen en de ervaringen binnen het gezin krijgen een zekere ‘boost’. Er zijn wandelaars die getroffen worden de schoonheid van de natuur of de vele oude monumenten die je onderweg tegenkomt. Stel je voor: je gaat een weg die honderdduizenden voor jou zijn gegaan! Er zijn ook pelgrims die hun geloof willen verdiepen, al gaande de Weg. Weg met een hoofdletter omdat Jezus van zichzelf gezegd heeft dat hij de ware Weg ten leven is.

Tochtgenoten

Bijzonder is dat op de weg naar Compostela er overal halteplaatsen (in Spanje de ‘refugio’s’) zijn waar deze ‘pelgrims’ gastvrij en hartelijk worden ontvangen én waar een ‘méér’ wordt aangeboden. Wie in Puy-en-Valais begint, krijgt een evangelie mee én een broodje! In Conques doe je de prachtige abdijkerk aan en wordt je overweldigd door een timpaan waarop hel en hemel aanschouwelijk worden verbeeld. De medebroeder die iedere avond het timpaan becommentarieerd geeft ook de diepere laag aan. En als je ’s-avonds de pelgrimszegen meemaakt dan wordt er waarde aan je trekkerservaring toegevoegd (een ‘spirituele BTW’). Men vertrekt de volgende ochtend anders dan men aangekomen is.

Tussen Puy-en-Velay en Conques is er sinds een paar jaar nog een ander aanbod. Jonge mensen (en ze zijn niet ouder dan 25 jaar) lopen een stukje met de pelgrims mee. Ze noemen hun initiatief Semeurs en chemin, zaaiers onderweg. Ze zijn tochtgenoten en praten met pelgrims over wat hen bezighoudt. Bij mij komt het beeld op van de Emmaüsgangers. Enkele kilometers is voldoende. In deze streek van Frankrijk is er altijd wel een kerkje of kapelletje. ‘Zullen we daar even binnengaan en wat uitrusten?’ De stilte, de Aanwezigheid, soms een kort gebed. Zaaien, gaandeweg. Toegevoegde waarde.

In een hectische samenleving hebben we ‘het gaan van de weg’ (van de Weg…) én tochtgenoten nodig. Heilige plaatsen, heilige wegen en ook mensen bewogen door de Heilige.