Op vrijdag 6 oktober vond in de norbertijnerabdij van Berne de inspiratiedag Lectio Divina plaats. In zijn welkomstoespraak noemde gastheer abt Denis Hendrikx deze inspiratiedag uitdrukkelijk oecumenisch. Hij plaatste deze bijeenkomst rond de lectio divina in de context van deze oktobermaand 2017, waarin we gedenken dat 500 jaar geleden Luther in Wittenberg de Reformatie in gang zette.

Abt Hendrikx hield het gehoor in de volle zaal – protestanten, rooms-katholieken, een enkele oud-katholiek alsook enige mensen van andere kerken – voor: “We zijn allemaal door de Reformatie gegaan.” Luther stelde met zijn vertaling van de Bijbel in de volkstaal ‘het klinkende Woord’ centraal. Lectio divina, ‘goddelijke lezing’ is een bijzondere en intensieve manier van het lezen van de Heilige Schrift, een diep ervaren dat God je aanspreekt. Het daarin traditionele viertal van ‘lezen’ (lectio), ‘overdenken’ (meditatio), ‘bidden’ (oratio) en ‘aanschouwen’ (contemplatio) deed abt Hendrikx denken aan de drieslag zien-oordelen-handelen die hij kende uit het opbouwwerk waarin hij ooit werkzaam was.

De sprekers en hun boek

Joost Jansen, norbertijn en directielid van de uitgeverij Berne Media, nam als dagvoorzitter het stokje over en stelde de twee sprekers aan de aanwezigen voor: Dom Bernardus, rooms-katholiek en abt van de trappistenabdij Koningshoeven in Berkel-Enschot (gem. Tilburg) en ds. Jos Douma, predikant van de gereformeerd-vrijgemaakte Plantagekerk te Zwolle. Het kersverse boekje over de lectio divina, ‘Lezen voor je Leven’, werd tevens gepresenteerd door het officieel te overhandigen aan de beide sprekers, tegelijkertijd de twee auteurs ervan.

Dom Bernardus: monastiek en katholiek perspectief

Na een openingsgebed werd het woord gegeven aan Dom Bernardus, voor zijn lezing ‘Lectio Divina in de monastieke traditie’, een katholiek perspectief. Hij nam het vooroordeel weg dat katholieken geen aandacht zouden hebben voor de Bijbel. Hij wees op de grote plaats van de Bijbel in de liturgie, met name de eucharistie. Toen hij als jonge jongen misdienaar was en op een gegeven moment ook lector werd, had de kosteres hem op het hart gedrukt de tekst voor te bereiden door deze goed vooraf te lezen: “Lees en lees”, zo was hij al jong op het spoor gezet van intensief Bijbel lezen. Lectio divina ziet de Bijbel als een sacrament. Dom Bernardus refereerde iets later in zijn voordracht aan de Nederlands-Canadese protestantse theoloog Hans Boersma die de lectio divina als “sacramentele lezing van de Bijbel” omschrijft. Dom Bernardus wees op de onlosmakelijke band tussen Bijbel en eucharistie in het bijzonder en tussen Bijbel en tafel in het algemeen: “samen eten, samen delen, samen lezen.” De monniksvader Benedictus had al in zijn Regel erop gewezen dat aan tafel de lezing nooit mag ontbreken. Het Tweede Vaticaanse Concilie betekende een grote omwenteling in de herontdekking van Gods Woord. Het wordt in het centrum geplaatst van iedere gelovig bijeenkomen. In lijn hiermee pleitte Dom Bernardus voor een gezamenlijk aanzitten door protestanten en katholieken aan ‘de Tafel van het Woord’, een pleidooi dat we ook, zo zei hij, terugvinden bij de katholieke oecumenicus, kardinaal Walter Kasper, in diens boek ‘Spirituele oecumene’.

Dom Bernardus citeerde een gebedswoord van Guigo II de Kartuizer, de middeleeuwse monnik die uitvoerig over de lectio divina heeft geschreven: “Gij breekt voor mij het Brood van de Heilige Schrift”. Zelfs waar lectio divina doorgaans een individueel voltrokken praktijk is, is het een lezen binnen een geloofsgemeenschap. “Je zit nooit alleen aan de Tafel van het Woord”, aldus Dom Bernardus. Hij was daarbij ook groot voorstander van “gehoorzaamheid aan het kerkelijk lectionarium”; dan leest men in gemeenschap, in plaats van uit te gaan van eigen toevallige, persoonlijke voorkeuren.

Ds. Douma: hoofd en hart verbinden

Predikant Jos Douma begon zijn voordracht ‘Lectio Divina in de protestantse kerk’ met een citaat van paus Benedictus XVI waarin deze de lectio divina aanbeveelt. Douma vertelde iets over zijn eigen biografie in dezen: hoe hij – opgegroeid in de wat rationele Bijbeluitleg van de gereformeerde vrijmaking – geleidelijk aan geleerd had op meditatieve wijze de Bijbel te lezen. Verbinden van het hoofd met het hart. “Protestanten kunnen de hele Bijbel stuk lezen, maar niet de Bijbel maar jíj moet stukgelezen worden.” Het gaat om een verandering in jóú.

“Laat je aankijken door Jezus”, citeerde hij paus Johannes Paulus II. Er was een Christus Pantocrator-icoon op een scherm geprojecteerd; daarnaast de woorden ‘Hij kijkt me aan, Hij spreekt mij aan, Hij raakt mij aan.’ De liefdevolle blik van Jezus, aldus Douma, is heel barmhartig, genadig, mild, niet veroordelend, wél vergevend. Lectio divina is je plaatsen in die blik.
Hij plaatste ook een kritische noot bij de traditie van de lectio divina aan de hand van Luther. De reformator was groot geworden in de monastieke traditie, dus ook met de vierslag van lectio-meditatio-oratio-contemplatio, maar had in plaats van die laatste stap, de schouwing, veeleer de tentatio geplaatst, de beproeving, de aanvechting. Lectio divina hoeft tenslotte niet automatisch uit te lopen op ‘aanschouwing’ (contemplatio). Bijbellezen schuurt ook altijd, staat haaks op onszelf, in onze weerstand tegen God. Maar Luther ervoer juist in die tentatio hoe liefelijk en zoet Gods Woord is.

Op het niveau van het ‘overwegen’ (meditatio) onderstreepte Douma het belang van gastvrijheid: “gastvrij zijn voor alle gedachten die bij me opkomen, de vreemdeling, de gedachte die ik niet wil.” En lectio divina is ook niet zonder handelen: bij de oratio (bidden) geldt ‘ora et labora’, bid én werk.

Inoefenen

Het middagprogramma bestond uit twee keer een lectio divina-oefening, o.l.v. respectievelijk Dom Bernardus en ds. Jos Douma. Dom Bernardus ging uit van het beeld van de Tuin en voerde ons naar de ontmoeting van Maria Magdalena met de Verrezen Christus in die Tuin (Johannes-evangelie 20:11-18). Opmerkelijk is dat hij begon met een zestiende- of zeventiende-eeuws schilderij van deze ontmoeting uit zijn abdij, van de hand van een anoniem kunstenaar. “Kijkt u naar dit schilderij!”, en: “Waar zou u uzelf plaatsen in deze afbeelding?” Een eye-opener vond ik dat bij lectio (= lezen !) niet alleen een tekst, maar ook een afbeelding een (gedeeltelijk) uitgangspunt kan zijn, zowel bij ds. Douma met de icoon, als nu bij Dom Bernardus. Daarmee ben ik dan ook wel weer vertrouwd vanuit mijn omgaan met iconen tijdens lezingen en leerhuizen.
Daarna werd de Johannestekst hardop voorgelezen (lectio), na enige stilte nog een keer met de vragen: ‘Wat raakt mij?’, ‘Waarom dít woord?’, ‘Wat wilt Gij daarmee zeggen?’ (meditatio). Wie wilde, werd uitgenodigd om kort het betreffende woord of de eruit springende zin hardop te zeggen; de anderen werden uitgenodigd om ernaar te luisteren. Verschillende aanwezigen her en der in de zaal spraken zich uit. De Evangelietekst werd nog een keer gelezen; men werd dan gevraagd zich in gebed tot God te richten, in stilte, maar wie wilde eveneens hardop – ook hier klonken korte gebedszinnen. Daarna ging men enige tijd de stilte in (contemplatio).

Jos Douma deed de tweede oefening. Hij nam in tegenstelling tot het langere evangelieverhaal uit Johannes een zeer korte tekst, overigens eveneens uit Johannes (10: 10):
‘Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen,
maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.’
Je kunt in situaties verkeren, aldus Douma, die a.h.w. je vijanden zijn, “een dief”, maar je kunt ook zelf een dief van je eigen leven zijn.
Hij legde uit dat naast het delen van je lectio het ook goed kan zijn dingen bij jezelf te houden. Na enkele malen de korte perikoop te hebben voorgelezen, nodigde hij het gehoor dan ook uit voor 12 minuten stilte, waarbij men voor zichzelf bijvoorbeeld ook de stappen meditatio-oratio-contemplatio kon nemen zoals in de geleide lectio divina door Dom Bernardus.

Tot slot

Met deze laatste stille oefening kwam de inspiratiedag inhoudelijk ten einde.
Het oecumenische aspect was er op deze dag op vele niveaus geweest: de al jaren bestaande samenwerking tussen de sprekers-auteurs; het zich tijdens de lezingen door elkaars geestelijke leidslieden laten inspireren; als katholiek vond ik de werkwijze van de predikant bij de lectio divina-oefening niet typisch protestants; de samenstelling van de deelnemers, maar vooral de grote onderlinge saamhorigheid en intensiteit, met name bij de lectio divina-oefeningen in het middagprogramma. Protestanten en katholieken kunnen heel goed samen intensief Bijbel lezen.
Zo tegen half vier in de namiddag werd een slot- en dankwoord uitgesproken en werd men uitgenodigd naar het verderop gelegen bierproeflokaal annex boekhandel. Daar kreeg wie wilde één van de abdijbiertjes van Berne aangeboden. En men kon zich het boekje “Lezen om te Leven’ aanschaffen en door de twee auteurs ter plekke laten signeren.
Uit dit boek citeer ik de sprekende tekst die Dom Bernardus aan het slot van zijn lectio-oefening voorlas, een gebed van de middeleeuwse cisterciënzermonnik Guerric van Igny:

‘Heer Jezus, ware Tuinman,
volbreng in ons wat ge van ons verwacht,
want zonder U kunnen we niets aan.
Gij zijt de ware Tuinman.
Als Schepper zijt Ge ook de bebouwer en bewaker van uw tuin;
Gij plant door uw woord, Gij besproeit met uw Geest
en Gij geeft groei door uw kracht…
Zalig zij die in uw tuinen vertoeven, Heer;
ze zullen U loven tot in de eeuwen der eeuwen.’

Ds. Jos Douma, Dom Bernardus – ‘Lezen voor je leven – aan de slag met Lectio Divina’ – Berne Media, uitgeverij Abdij van Berne Heeswijk-Dinther – € 14,90