De Amerikaanse president Barack Obama laat zich leiden door zijn geloof. Dat inspireert hem om te proberen de grote politieke tegenstellingen in zijn land te overbruggen. Met weinig succes: de polarisatie is toegenomen in de zeven jaar dat hij aan het bewind is. Dit artikel uit de Washington Post belicht deze kant van zijn presidentschap.

Zelf noemde hij het in verscheidene recente interviews een van zijn grootste teleurstellingen dat hij er niet in was geslaagd polarisatie en wederzijds wantrouwen te verminderen. “Er is zoveel goedheid en fatsoen en gezond verstand aan de basis en op de een of andere manier wordt het vertaald in rigide, dogmatische en vaak kwaadaardige politiek”. Maar zijn geloof is ook de reden waarom hij niet opgeeft.

Obama is van huis uit niet gelovig. Hij bekeerde zich op latere leeftijd tot het christendom. In twee boeken en in vele toespraken legde hij hiervan getuigenis af. Toch bleef dat onderbelicht: uit een enquête bleek dat 29 procent van de Amerikanen en 45 procent van de Republikeinen denken dat hij moslim is.