Iedere bisschop, maar dat geldt natuurlijk ook voor iedere priester en predikant, kent in de alledaagse praktijk de spanning tussen het leraar zijn en het pastoraat. Als leraar van de Kerk ben ik geroepen om de kerkleer te beschermen tegen de waan van de dag. Vanuit zijn ambt heeft de bisschop dus een conserverende rol. Als het gaat om het hart van het klassieke christendom denk ik met name aan de belijdenis van Gods komst onder ons in Jezus Christus en vanuit deze geloofsnotie het belijden van God als Vader, Zoon en Heilige Geest. Wij raken hier het kloppend hart van vitaal katholiek leven.

Niet alleen op dogmatisch terrein maar ook op ethisch terrein is de bisschop geroepen om leraar te zijn. In aanloop op de komende synode over het gezin in Rome wordt er binnen de Rooms Katholieke Kerk, aangemoedigd door paus Franciscus, wereldwijd vrijmoedig gesproken over heikele thema’s rond seksualiteit, huwelijk en gezin. In het huidige debat gaat het dan met name over twee kwesties: de mogelijkheid of onmogelijkheid voor gescheiden hertrouwden en homoseksuele gelovigen met een intieme relatie om de communie te ontvangen. In het zelfverstaan van de Romana komt in het sacrament van de Eucharistie Christus zelf ons tegemoet. In de huidige kerkvisie zijn gescheiden hertrouwde gelovigen en praktiserende homoseksuelen uitgesloten van de communie. Hun leven is, volgens de leer van de Kerk, zodanig ongeordend dat zij niet waardig zijn om de Heer in de gestalte van de communie te ontmoeten. Onder bisschoppen, en het kerkvolk in het algemeen, is echter een levendig debat ontstaan over deze aspecten van de kerkleer. Helaas lijkt dit debat steeds meer uit te monden in een felle en onvruchtbare polarisatie.

Een aantal bisschoppen wil onverkort vasthouden aan de leer. Andere bisschoppen zoeken veel meer de pastorale grenzen. Achtergrond daarvan is het gegeven dat inmiddels miljoenen gelovigen binnen de geloofsgemeenschap, volgens de kerkleer, ongeordende wijze aan hun leven gestalte geven. Met name in de westerse wereld, maar niet alleen daar, heerst een grote relatiecrisis. Een derde tot de helft van de huwelijken loopt vast. Veel van deze gescheiden gelovigen kiezen voor een tweede burgerlijk huwelijk, ook als hun eerste huwelijk niet nietig is verklaard. De emancipatie van homoseksuelen leidt er toe dat ook steeds meer gelovigen met een homoseksuele geaardheid niet de koninklijke weg van het celibaat bewandelen maar kiezen voor een intieme relatie. Hoe moet de komende synode met deze kwesties omgaan? Wat is leerstellig noodzakelijk en pastoraal mogelijk?

Vanuit mijn pastorale praktijk weet ik dat het leven van mensen vaak minder mooi is dan de leer vraagt. Er is veel weerbarstigheid en gebrokenheid. Niemand van ons gaat zonder verwondingen door het leven. Een belangrijke vraag, die ook de paus heeft gesteld, is of het ontvangen van de hostie een beloning is voor een heilig leven óf een bron van kracht en bemoediging voor zwakke en zondige mensen. Iedere pastor weet dat soms de koninklijke weg onbegaanbaar is geworden en dat een mens een onverharde kronkelweg moet gaan. Is God die zich in Christus heeft laten zien als de bron van onuitputtelijke liefde, juist ook niet daar nabij?